Home > E-Zine > Schuldbriefing nr. 37
Klein lettertype instellen Normaal lettertype instellen Groot lettertype instellen
 

Schuldbriefing nr. 37

Uitgebreide registratie 2013 van start

In 2013 vindt de uitgebreide registratie voor de vierde maal plaats. Net zoals de jaarlijkse basisregistratie (die voor 2013 al achter de rug is) maakt de tweejaarlijkse uitgebreide registratie deel uit van de verplichtingen waaraan erkende instellingen voor schuldbemiddeling in Vlaanderen moeten voldoen. De uitgebreide registratie gebeurt via een gestandaardiseerde online vragenlijst die per aanvrager/gezin peilt naar de sociaaldemografische en de sociaaleconomische gegevens, de schuldenlast en de geboden dienstverlening. In het kader van een optimalisering van de wijze van registreren, werd deze vragenlijst op bepaalde punten aangepast t.o.v. de vragenlijst die de voorbije jaren gehanteerd werd. De uitgebreide registratie gebeurt op basis van een steekproef. Hiervoor werden 174 erkende instellingen voor schuldbemiddeling geselecteerd. Vervolgens werd het aantal te registreren dossiers per instelling bepaald. Deze werkwijze houdt in dat niet alle instellingen voor schuldbemiddeling dossiers uitgebreid moeten registreren. De Afdeling Welzijn en Samenleving van de Vlaamse overheid (Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin) heeft inmiddels aan de weerhouden erkende instellingen voor schuldbemiddeling laten weten hoeveel dossiers ze moeten registreren. De communicatie gebeurde via de officiële contactgegevens die bij de Vlaamse overheid gekend zijn. Je kan zelf ook nog checken of jouw instelling voor schuldbemiddeling weerhouden werd door volgende lijst (pdf, 146 KB) te raadplegen. De online toepassing voor de uitgebreide registratie is beschikbaar vanaf 21 mei 2013 tot en met 31 juli 2013. Opgelet: na 31 juli 2013 wordt de applicatie afgesloten en kunnen geen dossiers meer worden geregistreerd. Meer informatie over de wijze van registreren, is terug te vinden in de handleiding (pdf, 1.18 MB) bij de uitgebreide registratie.

Voor het aanpassen van gebruikersgegevens, technische vragen of problemen met de vragenlijst:  contacteer Tom D’Olieslager (Afdeling Welzijn en Samenleving van de Vlaamse overheid - tom.dolieslager@wvg.vlaanderen.be - 02 553 39 95).

Voor inhoudelijke vragen bij de gehanteerde vragenlijst: contacteer  Hans Ledegen (Vlaams Centrum Schuldenlast - Hans.Ledegen@vlaamscentrumschuldenlast.be - 02 211 56 31).


Strikte richtlijnen inzake minnelijke invordering door gerechtsdeurwaarders

Via de “Richtlijn 2013/001 inzake de minnelijke invordering van de schulden van de consument” wil de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders van België een aantal wanpraktijken door bepaalde gerechtsdeurwaarders aanpakken. Tegelijkertijd wil deze richtlijn ervoor zorgen dat de medewerkers van erkende instellingen voor schuldbemiddeling een duidelijk antwoord krijgen op vragen die zij in het kader van een minnelijke invordering stellen. In de Richtlijn staat o.m. het volgende te lezen:

·         Gerechtsdeurwaarders moeten in het bezit zijn van de documenten waarvan betaling gevorderd wordt. Een invordering louter op basis van listings is dus verboden.

·         Gerechtsdeurwaarders zijn verplicht een duidelijke beschrijving én een duidelijke verantwoording van de gevorderde bedragen te geven, ook van de “aanwassen” van de schuld (schadevergoeding, interesten,...).

·         Gerechtsdeurwaarders moeten controle uitoefenen op de begroting van de ingevorderde bedragen zodat geen oneigenlijk gebruik wordt gemaakt van algemene voorwaarden, reglementen,... Zij moeten in dit verband hun opdrachtgever responsabiliseren: “De gerechtsdeurwaarder zal zijn verzoeker, casu quo zijn mandant wijzen op mogelijk oneigenlijk gebruik van reglementen, factuurvoorwaarden, algemene voorwaarden en dergelijke omtrent factoren die de initiële schuld verzwaren in het kader van de minnelijke invordering ervan”.

·         Gerechtsdeurwaarders zijn verplicht om “binnen de reguliere termijnen van goed dienstbetoon” en “op de wijze van een reguliere correcte communicatie” individueel te antwoorden op relevante vragen omtrent de minnelijke invordering die betrekking hebben op de documenten, de afrekening, de betalingsmodaliteiten, de oorzaken van de schuld en de aanwassen ervan.

·         Een dergelijk antwoord moet niet alleen bezorgd worden aan de betrokken partijen maar ook aan de personen die de partijen in rechte vertegenwoordigen en aan de personen die maatschappelijk optreden voor de partijen (o.m. erkende instellingen voor schuldbemiddeling en OCMW’s)

·         Stijlformules in de correspondentie volstaan niet, een effectieve controle is aan de orde zodat een correcte, individuele toepassing van de documenten waaruit de aanwassen voortvloeien, kan gegarandeerd worden. Inbreuken hierop kunnen geenszins gedekt worden door stijlformules.

·         Gerechtsdeurwaarders zijn verplicht de pogingen tot minnelijke invordering te staken wanneer zij akte ontvangen van protest van de schuldvordering door of voor de consument.

·         Er mag geen enkele vergoeding gevraagd worden van de schuldenaar ten eigen bate, hetgeen onder meer uitdrukkelijk impliceert dat het verboden is om innings- en kwijtingsrechten in rekening te brengen aan de schuldenaar.

Lees de integrale “Richtlijn 2013/001 inzake de minnelijke invordering van de schulden van de consumenthier (pdf, 524 KB).

Een ruimere bespreking van de minnelijke invordering door gerechtsdeurwaarders is te vinden in het boek “De gerechtsdeurwaarder en de minnelijke invordering” dat de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders uitgeeft en dat in de maand juni 2013 beschikbaar zal zijn.

 

 


Nieuw statuut gerechtsdeurwaarders wil voor objectieve benoemingen en efficiënt tuchtsysteem zorgen

Onlangs keurde de ministerraad een hervormingsvoorstel van minister van Justitie Annemie Turtelboom betreffende het gerechtsdeurwaardersstatuut goed. De krachtlijnen van dit nieuwe statuut zijn de modernisering en objectivering van het benoemingsproces, de opwaardering van het statuut van de kandidaat-gerechtsdeurwaarder, verplichtingen inzake de continuïteit van de gerechtsdeurwaarderskantoren en nieuwe bepalingen inzake de tucht en deontologie. Wat dit laatste aspect betreft, voorziet het nieuwe statuut dat de tuchtrechtspraak voor de gerechtsdeurwaarders uit de arrondissementele sfeer wordt gehaald en op het niveau van het Hof van Beroep wordt getild, zodat ze niet meer berecht moeten worden door collega’s uit hetzelfde arrondissement. Bovendien zal de tuchtcommissie geobjectiveerd worden, door externen te betrekken. De tuchtcommissie zal meer bepaald samengesteld zijn uit een magistraat, twee gerechtsdeurwaarders die in een ander arrondissement werkzaam zijn dan de gerechtsdeurwaarder die voor de commissie moet verschijnen, en een extern lid met een voor de opdracht relevante beroepservaring. Bovendien zal de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders van België haar eigen leden kunnen responsabiliseren en voor de tuchtcommissie brengen. De tuchtprocedure zal concreet als volgt verlopen:

·         De Raad van Arrondissementskamers neemt, door toedoen van de syndicus (= voorzitter van de Raad van de Arrondissementskamers), kennis van de tuchtzaken.

·         Dit kan zowel ambtshalve gebeuren, als na een klacht, als na een schriftelijke vraag van de Procureur des Konings of de verslaggever van de Nationale kamer van Gerechtsdeurwaarders van België.

·         De betrokkene wordt gehoord.

·         Wanneer de raad van arrondissementskamers vindt dat er aanleiding is tot het openen van een tuchtprocedures, zijn er twee mogelijkheden. Ofwel vindt de raad dat een lichte straf volstaat en sturen ze het dossier door naar de tuchtcommissie die een lage tuchtstraf kan opleggen. Ofwel vindt de raad dat een zware straf nodig is, en dan wordt het dossier overgemaakt aan de Rechtbank van Eerste Aanleg.

·         Tegen de beslissing van de tuchtcommissie kan hoger beroep worden aangetekend

·         Indien dit gebeurt, komt de volledige procedure in handen van een gewone burgerlijke rechtbank van eerste aanleg.

Opdat het tuchtrecht effectief effect zou hebben, zijn sancties nodig. De sanctiemogelijkheden in het nieuwe tuchtstatuut zijn divers. Zo kan een geldboete worden opgelegd maar ook een preventieve schorsing, net zoals dat bij notarissen het geval is. De preventieve schorsing kan worden uitgesproken tegen de gerechtsdeurwaarder of de kandidaat-gerechtsdeurwaarder die het voorwerp uitmaakt van een strafrechtelijke vervolging of tuchtrechtelijke procedure wegens feiten die aanleiding kunnen geven tot een hogere tuchtstraf. Tijdens de periode van de schorsing, die maximaal kan duren zolang de procedure loopt, mag de gerechtsdeurwaarder zijn ambt niet uitoefenen. Een preventieve schorsing kan ook opgelegd worden voordat enige tucht- of strafrechtelijke procedure werd ingeleid. In dat geval is de schorsing wel beperkt tot een maximumtermijn van een maand.

Na de goedkeuring van dit hervormingsvoorstel door de ministerraad werd een advies aan de Raad van State gevraagd en vervolgens moet het parlement dit nog goedkeuren.

Lees meer: http://justitie.belgium.be/nl/nieuws/persberichten/news_pers_2013-03-29.jsp.Klik hier (pdf, 775 KB) voor het betreffende voorontwerp van wet, en hier (pdf, 536 KB) voor de memorie van toelichting bij dit voorontwerp.

 


Juridische rechtsbijstand wordt hervormd

De ministerraad gaf ook groen licht aan een aantal hervormingsvoorstellen van minister van Justitie Annemie Turtelboom betreffende de juridische rechtsbijstand. De krachtlijnen hiervan zijn:

·         Invoeren van remgeld: er zal een “symbolische” bijdrage gevraagd worden voor de aanstelling van een advocaat en er zal een forfaitair bedrag moeten worden betaald voor het opstarten van een procedure. Enkel de mensen die het remgeld echt niet kunnen betalen en op zoek zijn naar rechtshulp, zullen van het systeem gebruik kunnen maken zonder remgeld te moeten betalen. Ook minderjarigen, die geen bestaansmiddelen hebben, zullen worden uitgesloten van de verplichting tot het betalen van remgeld. Het remgeld is een forfaitair bedrag: bij aanwijzing van een advocaat 10 euro, per procedure tussen de 20 en de 30 euro. Wie na een uitspraak in eerste aanleg in beroep wilt gaan, zal voor de procedure in beroep opnieuw remgeld moeten betalen. De exacte hoogte van het remgeld zal nog bepaald worden via een in de ministerraad overlegd Koninklijk Besluit. Vast staat alvast dat personen tegen wie een proces wordt aangespannen, en door de rechtbank volledig in het gelijk worden gesteld, het remgeld zullen terugbetaald krijgen. Personen die tot een oplossing proberen te komen via een verzoeningsmechanisme of bemiddeling, zullen geen enkele bijkomende bijdrage moeten betalen bovenop het remgeld dat ze betalen voor de aanstelling van een advocaat.

·         Proefproject met abonnementenadvocaten: de regering krijgt de mogelijkheid om het juridische rechtsbijstand systeem te organiseren met abonnementenadvocaten. Vandaag kan de juridische bijstand enkel verlopen via het puntensysteem. Er zal gestart worden met een proefproject. Dit proefproject van abonnementenadvocaten zal zich concentreren op het vreemdelingenrecht, aangezien dit een materie is waar heel vaak beroep wordt gedaan op de tweedelijnsbijstand (19% van alle zaken waarbij beroep wordt gedaan op een pro deo advocaat).

·         Meer controle- en sanctiemogelijkheden voor de bureaus voor de juridische bijstand: de bureaus voor de juridische bijstand zullen bijkomende controle- en sanctiemogelijkheden krijgen, zodat de prestaties van de advocaten efficiënt kunnen gecontroleerd worden en de sancties kunnen worden aangepast aan de ernst van de overtreding. Bijvoorbeeld: vermindering van het aantal toegekende punten of uitsluiting van de juridische bijstand voor een bepaalde periode.

·         Vermoeden van onvermogen wordt weerlegbaar: vandaag komen een aantal categorieën van justitiabelen automatisch in aanmerking voor kosteloze rechtsbijstand. Wanneer iemand toch beschikt over voldoende inkomsten of vermogen verandert dit vandaag niks aan zijn rechten. In de toekomst zal het vermoeden van onvermogendheid weerlegbaar worden. Wanneer kan aangetoond worden dat iemand over voldoende inkomsten of vermogen beschikt, zal hij of zij kunnen worden uitgesloten van de gratis rechtsbijstand. Voor alle personen die juridische bijstand vragen en een inkomen hebben, moet voortaan het roerend inkomen, het onroerend inkomen en het inkomen uit kapitaal worden berekend om te bepalen of ze recht hebben op tweedelijnsbijstand. Deze controle zal in samenspraak gebeuren met de FOD Financiën.

·         Praktische opleiding voor advocaat-stagiairs: advocaten die bezig zijn aan hun baliestage zullen voortaan verplicht minimum vijf pro deo zaken moeten afhandelen.

·         Pro bono systeem voor advocatenkantoren: de advocatenkantoren zullen, op vrijwillige basis, kosteloos een bepaald aantal dossiers inzake juridische bijstand kunnen behandelen en als tegenprestatie een label ontvangen.

·         Recuperatie van de honoraria van de advocaat op de bedragen die in rechte zijn toegekend aan de begunstigde van de juridische bijstand: wanneer een advocaat zijn cliënt aan een schadevergoeding kan helpen, die de cliënt niet nodig heeft om in zijn levensonderhoud te voorzien, kan de advocaat zijn honoraria volledig of gedeeltelijk recupereren op deze verkregen geldsom. Het bureau voor rechtsbijstand legt de voorwaarden op waaronder dit kan en zal hier ook toezicht op houden.

Deze hervormingsvoorstellen moeten uiteraard nog goedgekeurd worden door het parlement.

Lees meer: http://justitie.belgium.be/nl/nieuws/persberichten/news_pers_2013-05-03.jsp?referer=tcm:265-223591-64

 


Wet collectieve schuldenregeling nogmaals gewijzigd

Na de wijzigingen van de wetgeving inzake de procedure collectieve schuldenregeling in 2012, werd deze wetgeving dit jaar nogmaals gewijzigd (bij Wet van 14 januari 2013 “houdende diverse bepalingen inzake werklastvermindering binnen justitie”, B.S. 1 maart 2013). Volgende wijzigingen werden aangebracht:

·         Veralgemening wachttermijn van 5 jaar bij vroegere herroeping: iedere herroeping van een vorige aanzuiveringsregeling leidt voortaan tot een wachtperiode van 5 jaar vooraleer een nieuwe procedure collectieve schuldenregeling opgestart kan worden. De uitzondering voor de schuldenaar van wie de aanzuiveringsprocedure werd herroepen louter omdat hij niet aan zijn verplichtingen voldeed (waarvoor geen wachttermijn gold) valt dus weg.

·         Stopzetting van de procedure op initiatief van de schuldenaar: de schuldenaar die zelf uit de procedure collectieve schuldenregeling wil stappen, kan dit voortaan aanvragen door een eenvoudige schriftelijke verklaring die wordt neergelegd ter griffie of verzonden wordt aan de griffie. De rechter behoudt wel een beoordelingsbevoegdheid.

·         Bestemming gelden op de rubriekrekening bij voortijdige beëindiging: de rechter moet voortaan, in geval van herroeping of in geval van beëindiging van de procedure op vraag van de schuldenaar, gelijktijdig beslissen over de verdeling en de bestemming van de beschikbare bedragen op de bemiddelingsrekening.

·         Horen schuldbemiddelaar bij verzoek tot vervanging wordt facultatief: de verplichting om de schuldbemiddelaar te horen voorafgaandelijk aan de behandeling van een verzoek tot diens vervanging wordt geschrapt: voortaan betreft dit nog slechts een mogelijkheid.

·         Vereenvoudiging van de wijze waarop de schuldbemiddelaar zich inlichtingen kan laten verschaffen over de financiële toestand van de schuldenaar: de schuldenaar en derden zijn voortaan verplicht om de schuldbemiddelaar op diens verzoek alle noodzakelijke inlichtingen te vertrekken over door de schuldenaar uitgevoerde verrichtingen en over de samenstelling en vindplaats van diens vermogen. De schuldenaar en de derden kunnen zich verzetten tegen het verzoek van de schuldbemiddelaar. Zij moeten hiertoe een schriftelijke verklaring neerleggen ter griffie of deze verklaring aan de griffie verzenden. Hiermee keerde de wetgever de procedure om ten voordele van de schuldbemiddelaar.

·         Administratieve vereenvoudigingen: de verplichting om een afschrift van het verzoekschrift toe te voegen bij de kennisgeving van de beschikking van toelaatbaarheid aan de schuldeisers en de persoonlijke zekerheidstellers werd afgeschaft (de schuldeisers hebben wel de mogelijkheid om zich tot de griffie te wenden voor een afschrift van dat verzoekschrift); de verzending van het ontwerp van minnelijke aanzuiveringsregeling en het aantekenen van een bezwaar hiertegen kan voortaan per aangetekend schrijven gebeuren (een ontvangstbericht is niet meer vereist); de kennisgeving van de beslissingen inzake de vaststelling van de erelonen, emolumenten en kosten van de schuldbemiddelaar gebeurt voortaan bij gewone brief (een aangetekende brief is niet meer vereist); de beslissing tot vervanging van de schuldbemiddelaar zal voortaan door de griffie bij aangetekend schrijven worden meegedeeld en dit uitsluitend aan de vervangen bemiddelaar, aan de vervangende schuldbemiddelaar en aan de schuldenaar (de nieuwe schuldbemiddelaar moet de beslissing tot vervanging vervolgens op zijn beurt per aangetekend schrijven bekendmaken aan de schuldenaars en aan de schuldeisers).

De wet van 14 januari 2013 treedt in werking op 1 september 2013. De Koning kan echter voor iedere bepaling een eerdere datum van inwerkingtreding bepalen.

Lees de geconsolideerde versie van de wet collectieve schuldenregeling hier (pdf, 293 KB) (art. 1675/2 en verder Gerechtelijk Wetboek).

 


OCMW-schuldbemiddelaars kunnen Centraal Bestand Beslagberichten weldra consulteren en bewerken via server van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders van België

Schuldbemiddelaars die advocaat, gerechtsdeurwaarder of notaris zijn, kunnen het Centraal Bestand der Beslagberichten consulteren/bewerken via hun beroepsorgaan. OCMW’s die als schuldbemiddelaar aangesteld worden, kunnen dit bestand via de griffie raadplegen/bewerken. Ingevolge de Wet van 14 januari 2013 “houdende diverse bepalingen inzake werklastvermindering binnen justitie” (B.S. 1 maart 2013) verloopt het consultatierecht van OCMW-schuldbemiddelaars vanaf 1 september 2013 via de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders van België. De concrete wijze waarop dit zal gebeuren vormt momenteel het voorwerp van een overleg waaraan ook het VCS en de VVSG deelnemen. De Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders van België liet alvast weten dat OCMW-schuldbemiddelaars (in het kader van een collectieve schuldenregeling) zich zullen moeten registreren in een specifieke CIA-server van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders van België om alzo op een beveiligde manier toegang te verkrijgen tot het Centraal Bestand der Beslagberichten om de CSR-berichten te kunnen bijwerken. Eén en ander dient via besprekingen nog uitgeklaard te worden en vervolgens in een Koninklijk Besluit gegoten te worden.

 


Bevindingen onderzoek betreffende “Reclamewijsheid bij kinderen en jongeren”: hoe valideren in de budget- en schuldhulpverlening?

Onderzoekers van de UGent publiceerden begin dit jaar het onderzoeksrapport inzake “Reclamewijsheid bij kinderen en jongeren”. Deze studie onderzoekt de reclamewijsheid van kinderen en van jongeren ten aanzien van verschillende traditionele (tijdschriften, TV, radio) en nieuwe, interactieve reclamevormen (internet, sociale media, tablets, gameconsoles, GSM). De onderzoekers bogen zich over vragen als: “Hoe gaan kinderen en jongeren om met traditionele en nieuwe reclamevormen?”, “Hoe ervaren zijn de traditionele en nieuwe reclamevormen?”, “Hoe reclamewijs zijn ze m.b.t traditionele en nieuwe reclamevormen?”, “Welke instrumenten kunnen hen helpen bij de omgang met reclame?”,... De nadruk lag hierbij voornamelijk op het herkennen van de nieuwe reclamevormen, en het inzicht dat kinderen en jongeren hebben m.b.t. de commerciële intenties van de nieuwe reclamevormen. Verder werd ook onderzocht of de kinderen en jongeren in dit kader beschermd dienen te worden, dan wel reclame-educatie nodig hebben en hoe dit geïmplementeerd kan worden. Het onderzoeksrapport “Reclamewijsheid bij kinderen en jongeren” kan je hier downloaden. Je kan hierin lezen dat kinderen en jongeren relatief laag tot matig scoren voor reclamewijsheid t.a.v. nieuwe reclamevormen. Een reclamevorm waarvoor alle kinderen en jongeren een lage reclamewijsheid hebben is “product placement”. Hoe ouder ze worden, hoe meer reclamewijs ze zijn. Onder de 6 jaar heeft men zelfs al moeite om de nieuwe, geïntegreerde reclamevormen te herkennen en heeft men weinig tot geen begrip van de commerciële intenties ervan. Tussen 6 en 12 jaar blijft de reclamewijsheid laag tot matig, zeker voor "advertiser funded programming", banners en infomercials. Tussen 12 en 16 jaar heeft men voornamelijk moeite met bepaalde reclamevormen, zoals reclame op sociale media en "mobile marketing" (‘sms-en-win'). Jongeren ouder dan 16 jaar beschikken dan weer over een degelijke reclamewijsheid. De auteurs formuleren dan ook 7 aanbevelingen: 1. integreer reclame-educatie in het onderwijscurriculum; 2. ontwikkel een pakket voor reclame-educatie; 3. stimuleer reclame-educatie via sensibiliseringscampagnes; 4. bereik ouders via gerichte voorlichtings- en sensibiliseringscampagnes; 5. sensibiliseer en verstrek informatie aan de reclamesector; 6 & 7. zorg via(zelf)regulering en controle ervoor dat er geen geïntegreerde reclamevormen gericht worden tot kinderen jongeren dan 6 jaar (6) en dat alle reclamevormen naar kinderen jonger dan 12 jaar duidelijker herkenbaarheid zijn (7).

Het VCS heeft een overleg gehad met de onderzoekers teneinde na te gaan op welke manier deze interessante inzichten bruikbare toepassingen kunnen vinden in de budget- en schuldhulpverlening. Wordt dus vervolgd!

 


Bel-me-niet-meer-lijst eindelijk operationeel

Misschien heb jij ook cliënten die zich snel laten verleiden door telefonische verkopers? Vroeger konden zij zichzelf beschermen door hun nummer te laten opnemen op de Robinson-lijst. Ondertussen voorziet de wet dat telefoonabonnees het recht hebben om te vragen dat zij geen ongewenste reclame meer willen ontvangen via de telefoon. Art. 100/1, §1 Wet Marktpraktijken (ingevoegd door de wet van 10 juli 2012 houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie) bepaalt namelijk dat operatoren aan hun abonnees de mogelijkheid moeten bieden om “op elk ogenblik mede te delen dat zij zich verzetten tegen het gebruik van het telefoonnummer of de telefoonnummers die hen zijn toegekend voor redenen van direct marketing”. Art. 100/2 Wet Marktpraktijken (eveneens ingevoegd door de wet van 10 juli 2012 houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie) bepaalt bovendien: “Elke telefonisch oproep voor redenen van direct marketing naar een telefoonnummer dat is opgenomen in het gegevensbestand bedoeld in artikel 100/1, § 2, is verboden. Voor elke telefoonoproep om redenen van direct marketing gaat de oproeper voorafgaandelijk na of het desbetreffende nummer niet is opgenomen in dit gegevensbestand”. De Belgian Direct Marketing Association (BDMA) liet weten dat de “bel-me-niet-lijst” vanaf 4 maart 2013 operationeel is. Telefoonabonnees die geen ongewenste commerciële oproepen meer wil ontvangen, kunnen zich sindsdien gratis inschrijven op deze lijst via de website www.bel-me-niet-meer.be. Er dient beklemtoond te worden dat geen enkel bedrijf dat aan direct marketing doet nog mag bellen naar nummers die opgenomen zijn in deze bel-me-niet-meer lijst. Op de website staat echter te lezen dat een inschrijving op deze lijst slechts twee jaar geldig is (nadien moet men een verlenging aanvragen). Een dergelijke beperking in de tijd is niet in de wet voorzien. De wet voorziet trouwens dat abonnees telefonisch, per brief of per e-mail kunnen vragen om niet meer gebeld te worden voor doeleinden van direct marketing. Het is dan ook vreemd dat een inschrijving in de praktijk enkel via het internet kan.

 


Poging om te ontsnappen aan betalingsverplichting rechtvaardigt niet-toelaatbaarheid tot de procedure collectieve schuldenregeling

In een arrest van 7 januari 2013 (S.12.0016.F/1) bevestigt het Hof van Cassatie dat een verzoeker die wil ontsnappen aan zijn betalingsverplichtingen de toegang tot de procedure collectieve schuldenregeling geweigerd kan worden:

Het bewerken door de schuldenaar van zijn onvermogen kan worden afgeleid uit alle omstandigheden die zijn wil aantonen om zich onvermogend te maken. Het indienen van een verzoekschrift tot het verkrijgen van een collectieve schuldenregeling kan bijdragen als bewijs van die wil.

Het arrest stelt vast dat de eiser zijn schuld tegenover de verweerster nooit heeft vereffend en dat de schuldenlast van de eisers uitsluitend uit die schuld voortvloeit. Het overweegt dat "volgens de parlementaire voorbereiding de uitgewerkte procedure niet kan gebruikt worden door een schuldenaar om te ontsnappen aan het vereffenen van zijn schulden; dat de schuldenaar die kennelijk zijn onvermogen heeft bewerkt, uitgesloten wordt" en dat het opzet van de schuldenaar om zich onvermogend te maken bepalend is voor het bewerken van onvermogen, en oordeelt vervolgens dat de eisers "zich gedurende bijna vijftien jaar hebben uitgesloofd om te ontsnappen aan hun verplichting om [de verweerster] terug te betalen", dat het gaat om "hun kennelijk opzet", dat "vele procedures werden gevoerd om te ontsnappen aan het betalen" van de schuld en dat "de indiening van het verzoekschrift tot collectieve schuldenregeling overkomt als een nieuwe procedurale zet die de wil [van de eisers] bestendigt om te ontsnappen aan de betaling van de schuld aan [de verweerster]".

Met die redenen, waarmee het arrest vaststelt dat de eisers hun onvermogen kennelijk hebben bewerkt, verantwoordt het zijn beslissing naar recht om de vordering van de eisers tot een collectieve schuldenregeling te verwerpen.

Lees het integrale arrest van het Hof van Cassatie van 7 januari 2013 hier (pdf, 29 KB).

 


Cassatieberoep tegen gerechtelijke aanzuiveringsregeling vereist dat ook de schuldbemiddelaar wordt opgeroepen

In een arrest van 16 april 2012 (S.11.0059.F) wijst het Hof van Cassatie erop dat ook de schuldbemiddelaar opgeroepen moet worden wanneer een cassatieberoep wordt gericht tegen een arrest dat een gerechtelijke aanzuiveringsregeling oplegt:

Krachtens artikel 1675/7, § 1, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, doet de beschikking van toelaatbaarheid een toestand van samenloop ontstaan tussen de schuldeisers en heeft ze de onbeschikbaarheid van het vermogen van de verzoeker tot gevolg.

Overeenkomstig artikel 1675/9, § 1, 4°, van hetzelfde wetboek, wordt de beschikking van toelaatbaarheid ter kennis gebracht van de betrokken schuldenaars onder toevoeging van de tekst van artikel 1675/7, waarbij zij op de hoogte worden gebracht van het feit dat iedere betaling, vanaf ontvangst van de beschikking, in handen van de schuldbemiddelaar moet gebeuren.

Uit die bepalingen volgt dat het vermogen van de verzoeker, op het ogenblik dat hij toegelaten wordt tot de collectieve schuldenregeling, één geheel vormt en dat de rechten van de verzoeker daarop voortaan worden uitgeoefend door de schuld-bemiddelaar.

Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing van het arrest die, met bevestiging van het beroepen vonnis, op grond van artikel 1675/13 Gerechtelijk Wetboek, voorziet in een gerechtelijke aanzuiveringsregeling met een gedeeltelijke kwijtschelding van schulden in kapitaal, zonder de verkoop van het pand van de verweerder te bevelen.

Aangezien de zaak betrekking heeft op een geschil betreffende het vermogen van de verweerder, dat één geheel vormt, had de schuldbemiddelaar moeten zijn opgeroepen in de zaak voor het Hof, wat niet is gebeurd.”

Lees het integrale arrest van het Hof van Cassatie van 16 april 2012 hier (pdf, 14 KB).

 


Gerechtsdeurwaarder-schuldbemiddelaar is vrijgesteld van de BTW-plicht

In het arrest nr. 56/2013 van 25 april 2013 concludeerde het Grondwettelijk Hof dat gerechtsdeurwaarders die aangesteld worden als schuldbemiddelaar in het kader van een procedure collectieve schuldenregeling, vrijgesteld zijn van de BTW-plicht:

B.18. Uit wat voorafgaat vloeit voort dat de door een gerechtsdeurwaarder als schuldbemiddelaar verrichte diensten kunnen worden beschouwd als diensten « die nauw samenhangen met maatschappelijk werk » en die worden verricht door « een organisatie die door de bevoegde overheid als instelling van sociale aard wordt erkend ». Bijgevolg is aan de twee in artikel 44, § 2, 2°, van het BTW-Wetboek vermelde voorwaarden voldaan, en zijn die diensten vrijgesteld van btw.”

Lees het integrale arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 56/2013 van 25 april 2013 hier (pdf, 74 KB).

 


Schuldeiser kan betaling door derde enkel weigeren ter bescherming van eigen belangen

Een ouder die geld geleend had aan zijn schoonzoon vorderde dit terug. Toen niet deze schoonzoon maar zijn eigen zoon de betaling verrichtte, weigerde hij dit en stortte hij het geld terug. Volgens de ouder was zijn schoonzoon immers een bedrieger en kon hij de betaling door zijn eigen zoon niet aanvaarden omdat hij zijn zoon wou beschermen. Volgens het Hof van Beroep was dit een geldige reden om de betaling door de zoon te weigeren. In een arrest van 2 februari 2012 (C.11.0335.N) vernietigde het Hof van Cassatie dit arrest op basis van volgende overwegingen:

Krachtens artikel 1237 Burgerlijk Wetboek kan de schuldeiser de betaling door een derde weigeren indien hij een wettige reden heeft die kan gelegen zijn in het belang dat de verbintenis, gelet op zijn aard, door de schuldenaar zelf wordt voldaan of het belang dat de schuldeiser heeft bij de niet-betaling door een bepaalde derde. Dit belang moet eigen zijn aan de schuldeiser.

Gebreken die de verhouding tussen de derde-betaler en de schuldenaar betreffen, leveren geen belang op voor de schuldeiser om de betaling door de derde te weigeren.

Met andere woorden: het staat niet aan de schuldeiser om zich op te werpen als verdediger van de belangen van de derde-betaler of de schuldenaar.

Een bespreking van dit en van heel wat andere arresten, kan je lezen in het jaarverslag 2012 van het Hof van Cassatie, dat je hier (pdf, 2.92 MB) kan raadplegen.

 


Gratis aanbieding op het internet leidt soms ongewild tot dure overeenkomst

Jij en/of jouw cliënten hebben het ongetwijfeld al meegemaakt: bij het surfen op het internet word je overspoeld met aanbiedingen voor gratis stalen van vermeende wondermiddelen of gratis proefexemplaren van bv. ondergoed of een hobbygids. Het ECC België (European Consumer Center Belgium) trok onlangs aan de alarmbel: ingaan op dergelijke aanbiedingen blijkt gevaarlijker dan op het eerste gezicht lijkt. Bepaalde adverteerders vragen bv. jouw kredietkaartgegevens op om de verzendkosten te betalen. Zo beschikken zij echter over jouw kredietkaartgegevens en kunnen ze de prijs van vervolgzendingen, die je helemaal niet besteld hebt, innen via je kredietkaart. Het ECC België benadrukt dat de praktijken van dergelijke verkoopsites die consumenten misleiden met een (bijna) gratis aanbod bedrieglijk zijn of op zijn minst misleidend. Sommige websites vermelden namelijk slechts in kleine lettertjes en nauwelijks leesbaar dat het gratis staal of proefexemplaar gevolgd wordt door betalende producten. Andere websites vermelden zelfs helemaal niets. In beide situaties betreft het onwettige praktijken. Je stemt immers nooit expliciet in met de aankoop van betalende producten zodat er sprake is van een afgedwongen aankoop. Op de website van het ECC België vind je tips terug over de zaken die je moet controleren als je te maken krijgt met een gratis aanbod op het internet en over de stappen die je kunt zetten na een gedwongen aankoop, zie http://www.eccbelgie.be/gratis-stalen-of-proefexemplaren-bestellen-op-het-internet-leidt-soms-ongewild-tot-dure-overeenkomst-s75321.htm

 


FOD Financiën richt systeem van klachtenbeheer op

De FOD Financiën voerde begin dit jaar een systeem van klachtenbeheer in. Voortaan kunnen belastingplichtigen een klacht indienen over een ontoereikende dienstverlening. De dienst die de klachten coördineert, staat in voor een professionele opvang en behandeling van de klachten en stuurt binnen de 40 dagen een passend antwoord aan elke klagende. Het gaat om klachten over een gebrekkige dienstverlening op het vlak van:

·         informatie (onvolledig, foutief, onbegrijpelijk …);

·         onthaal (telefonisch, aan het loket …);

·         doeltreffendheid (snelheid, beschikbaarheid, opvolging …).

De andere contactpunten blijven met het oog op een professionalisering van de diensten van de FOD Financiën, echter meer dan ooit operationeel op hun eigen domein. Zo blijft bijvoorbeeld het Contactcenter bevoegd voor de behandeling van vragen om inlichtingen. Let wel: indien de klacht slaat op beslissingen van de FOD Financiën waarvoor er specifieke verhaalprocedures bestaan, wordt gevraagd om die procedures te volgen. Die staan overigens steeds vermeld op de ontvangen beslissing. Een klacht kan worden ingediend:

·         bij voorkeur via het onlineklachtenformulier

·         telefonisch op 0257 257 57 (normaal tarief)

·         per brief gericht naar:

FOD Financiën
Klachtencoördinator
North Galaxy
Koning Albert II-laan 33 bus 230
1030 Brussel


Citibank Belgium wijzigt naam naar Beobank

De reclamepanelen en/of advertenties van Beobank zijn jouw wellicht ook opgevallen. Dit is de nieuwe naam van het vroegere Citibank Belgium, dat sinds 30 april 2012 deel uitmaakt van de groep Crédit Mutuel Nord Europe (CMNE), de grootste bank in Noord-Frankrijk. Als logo werd gekozen voor een speels lettertype in paars, met een rode O die optimisme moet uitstralen. Doet deze rode O jou denken aan de het rode boogje in het logo van Citibank en denk je “oude wijn in nieuwe zakken”? In een persbericht laat Beobank alvast weten dat de nieuwe naam en het nieuwe logo meer zijn dan zomaar een marketingkeuze: “Deze nieuwe identiteit is veel meer dan zomaar een marketingkeuze. Ze weerspiegelt de evolutie van de bank sinds de overname door CMNE en haar nieuwe positionering. Beobank wordt nu een algemene retailbank die volop haar kantorennetwerk inzet om naar haar klanten te luisteren”. Bij navraag door het VCS wat deze naamswijziging voor gevolgen heeft  voor de medewerkers van erkende instellingen voor schuldbemiddeling (o.m. eventuele gevolgen inzake de invorderingsprocedures) liet Beobank weten dat er op dit vlak niets wijzigt: de huidige contactpersonen en procedures blijven van kracht.

 


Goede praktijk schuldpreventie: “Wij tellen mee!”

Inleiding

Het VCS verzamelt goede praktijken op het vlak van schuldpreventie-initiatieven en maakt deze kenbaar via www.vlaamscentrumschuldenlast.be/preventie/good_practices. Deze maand willen we het groepswerk “Wij tellen mee” dat georganiseerd wordt door de OCMW Mechelen in de kijker zetten.

Beschrijving

Doelstellingen

Dit groepswerk heeft als doel om inzicht in en zelfvertrouwen rond financiële beslissingen te stimuleren bij cliënten. Cliënten leren van elkaar en worden zich bewust van hun eigen kunnen. Dit is een stap naar het terug greep hebben op hun eigen leven en de keuzes die zij maken.

Hierdoor hopen we dat de begeleidingen van cliënten in budgetbeheer vlotter zullen lopen. Doordat het inzicht en zelfvertrouwen bij de cliënten stijgt, zou dit project mogelijks een stap zijn in de richting van afbouw. Dit wil niet zeggen dat we het succes van het project gaan meten aan de hand van het aantal stopzettingen bij de deelnemers. Kwalitatieve resultaten primeren boven kwantitatieve resultaten.

Praktisch

De groep komt om de twee weken vrijdagvoormiddag samen, in totaal 10 keer. De volgende thema’s komen aan bod:

inkomens en leefgeld - quiz (o.a. welke soorten inkomens bestaan er?, proef/zie je het verschil tussen het merkproduct en het witte product?,…)

vaste kosten (Hoe kan je hier een overzicht op krijgen? Welke informatie is cruciaal op een factuur?,.. )

hun toekomstperspectief (Zien ze zichzelf ‘ooit’ uit budgetbeheer stappen? Wat houdt hen tegen? Wat zou hen helpen?,…)

reclame (Hoe werkt reclame? Wat zijn de beloftes? Wat is de realiteit? – met extra aandacht voor reclame voor kredieten)

welke sociale organisaties bestaan er  in Mechelen? (o.a. de sociale wandelzoektocht van de Lage Drempel)

budgetvriendelijk koken (plannen, maken en nuttigen van een paasbrunch)

communicatie (hoe assertief reageren op opdringerige verkopers)

Doelgroep

Dit groepswerk kan aangevat worden door alle OCMW’s of CAW’s die met hun cliënteel een budgetgroep willen opstarten.

Meer informatie

Pascale Teughels, teambegeleider team schuldbemiddeling :  015 44 51 72; pascale.teughels@ocmwmechelen.be  

Els Vandenbempt, projectmedewerker team schuldbemiddeling 015 45 33 03; Els.vandenbempt@ocmwmechelen.be

 


Handleiding schuldpreventie: “Preventie: voorkomen is beter dan genezen”

Afgelopen jaar brachten Nadja Jungmann (Hogeschool Utrecht) en Ronald van Geuns (Hogeschool van Amsterdam) bestaande preventieactiviteiten in Nederland in kaart en deden aanbevelingen voor een effectief preventiebeleid. Hun bevindingen staan te lezen in de onlangs vrijgegeven handleiding “Preventie: voorkomen is beter dan genezen”. In dit werk buigen de auteurs zich over de vraag “Wat maakt interventies effectief?” en houden zij 8 succesvolle interventies tegen het licht. De auteurs beargumenteren ook dat het tijd is voor een volgende stap in de professionalisering van schuldpreventie.

Download hier (pdf, 1.24 MB) de handleiding “Preventie: voorkomen is beter dan genezen”.

 


Financiële educatie in de VS: het Consumer Financial Protection Bureau

Financiële educatie in het onderwijs staat hoog op de agenda in de VS. Geïnspireerd en gemotiveerd door de werkwijze van het Nederlandse “Wijzer in geldzaken” zijn een aantal lessons learned door het Consumer Financial Protection Bureau (een initiatief van de Amerikaanse overheid) in haar aanpak meegenomen. Tevens vond op 30 april 2013 de eerste nationale conferentie “Investing in our Future: A National Conference on Financial Capability for Children and Youth” plaats te Washington, waarin een whitepaper werd gepresenteerd met de vijf volgende aanbevelingen:

·         Financiële educatie moet op jonge leeftijd beginnen en gedurende de hele jeugd plaatsvinden;

·         Bij het invullen van financiële educatie is praktische ervaring erg belangrijk (met andere woorden het gaat niet alleen over bijbrengen van kennis, maar vooral om daarmee te oefenen in de praktijk);

·         Leraren krijgen studiepunten voor het volgen financiële educatietrainingen;

·         De rol van de ouders is essentieel;

·         Financiële competenties worden opgenomen in standaardtoetsen op scholen; van kleuterschool tot highschool.

Het Consumer Financial Protection Bureau is ook een uitgebreide onderzoeksagenda aan het opzetten, die onder meer gericht is op het vaststellen van de effectiviteit van financiële educatie (bron: wijzeringeldzaken.nl). Op hun website is o.m. al het rapport “Feedback from the financial education field” terug te vinden. Voor meer info, zie http://www.consumerfinance.gov 

 


Vorming Training Opleiding (VTO): nog enkele plaatsen beschikbaar in de basisopleidingen schuldbemiddeling – najaar 2013

In het najaar van 2013 zijn er nog 3 basisopleidingen schuldbemiddeling georganiseerd door het VCS. De opleiding in Antwerpen is volzet. Voor de opleidingen in Torhout en Hasselt zijn nog enkele plaatsen beschikbaar. Als je deze interessante opleiding wil volgen, schrijf je dan snel in! Voor meer informatie omtrent het programma van de basisopleiding, de lesdagen, e.d. én om je in te schrijven:

- klik hier voor de basisopleiding te Torhout

-  Klik hier voor de basisopleiding  te Hasselt

 


GeldWeg, een educatieve toolbox voor financiële geletterdheid

Iemand enkel kennis bijbrengen over financiële aspecten heeft geen enkele zin. Om mensen veilig en bewust aan de financiële economische wereld te laten participeren, is een competentiegerichte aanpak nodig. Financiële educatie heeft tot doel inzicht te geven in hun bestedingspatroon, hen vaardigheden te laten opdoen in het planmatig omgaan met geld en hen keuzes en afwegingen leren maken. Precies daarom werd de educatieve toolbox GeldWeg ontwikkeld. GeldWeg stimuleert mensen die door omstandigheden geen degelijke financiële educatie hebben genoten om een gezonde financiële huishouding te voeren door hen inzicht te laten krijgen in inkomsten- en uitgavepatronen. Aan de hand van dit educatieve spel leren ze hoe ze het hoofd boven water kunnen houden in een wereld waar het gezinsbudget niet onuitputtelijk is. Ze leren hoe ze kritisch met de verborgen verleiders van de reclamewereld moeten omgaan en ze komen te weten hoe ze op een duurzame en gezonde manier inkopen kunnen doen. Bovendien komen ze in contact met de gevolgen van schulden en kopen op krediet. GeldWeg bevat een handleiding met uitgewerkte lessen en is in de eerste plaats geschreven voor gebruik in het onderwijs, maar is ook zeer bruikbaar voor (jong)volwassenen met wie men wil werken rond financiële geletterdheid. De Educatieve toolbox voor financiële geletterdheid “GeldWeg” kost 89 euro en kan je hier bestellen.

 


Recente bijwerkingen Handboek Schuldbemiddeling

Het Handboek Schuldbemiddeling bestaat uit een algemene handleiding en een juridische handleiding (zie http://www.politeia.be/article.aspx?a_id=HANDBO004Y). Binnen de algemene handleiding heeft recent het gedeelte rond “Methodiek” een totaal nieuwe invulling gekregen, met de invoeging van 3 nieuwe hoofdstukken (in aflevering 3/2012 - september 2012) en een nieuwe invalshoek (in aflevering 4/2012 - december 2012). In de meest recente aanvulling (2/2013), die weldra in de bussen van de abonnees zal vallen, wordt er bovendien uitgebreid aandacht besteed aan het preventiegegeven. Het belang van een visie op overmatige schuldenlast en schuldpreventie komt aan bod, alsook de precieze betekenis van het begrip preventie om vervolgens een aantal doelgroepen te behandelen. Bij elk van de doelgroepen worden een aantal mogelijke knelpunten aangestipt, alsook de doelstellingen bij de schuldhulpverlening en de strategieën en acties die gerealiseerd kunnen worden. De juridische handleiding wordt steeds voorzien van de nieuwste informatie wat betreft wetgeving en rechtspraak rond de materies die belangrijk zijn voor de budget- en schuldhulpverleners/schuldbemiddelaars. Zo komen er in de eerstvolgende aflevering (2/2013) enkele wijzigingen aan bod die betrekking hebben op de procedure collectieve schuldenregeling en op het gedeelte dat handelt over huurschulden.

 


Fiscus moet schuldbemiddelaar contacteren vooraleer gedwongen invorderingsmaatregelen voor nieuwe schulden in te stellen

 

 

De Fiscale Bemiddelingsdienst behandelde in 2012 een klacht van een persoon in collectieve schuldenregeling tegen wie een procedure van gedwongen invordering via een gerechtsdeurwaarder werd opgestart voor aanslagen in de verkeersbelasting en de personenbelasting. De vervolgingskosten bedroegen 393,55 EUR. Het betrof belastingschulden die ontstaan zijn na de datum van de beschikking van toelaatbaarheid. Dergelijke schulden zijn niet onderworpen aan de samenloop. De schuldbemiddelaar vroeg dat de administratie zou afzien van de inning van de vervolgingskosten. Hij betreurde dat de bevoegde Ontvanger der directe belastingen niet gevraagd had om de betrokken aanslagen via zijn tussenkomst te doen betalen vooraleer de vervolgingen in te stellen. Op die manier wordt iemand, die al te kampen heeft met grote financiële moeilijkheden, met onnodige kosten opgezadeld. Ingevolge de tussenkomst van de Fiscale Bemiddelingsdienst heeft de bevoegde gewestelijke directeur (invordering) de ontheffing van de vervolgingskosten verleend. Dit dossier heeft aanleiding gegeven tot de aanbeveling nr. 5/2012:

Deze aanbeveling heeft betrekking op de problematiek van de invordering van nieuwe schulden in geval van een collectieve schuldenregeling en volgt op het voorbeeld nr 26/2012 op pagina 103. De Fiscale Bemiddelingsdienst dringt er op aan dat de Ontvanger, op het ogenblik dat hem overeenkomstig artikel 1675/10, § 4 van het Gerechtelijk Wetboek een ontwerp van minnelijke aanzuiveringsregeling wordt voorgelegd, nagaat of de toekomstige belastingschulden door de schuldbemiddelaar correct werden geraamd naast de vaste lasten waaraan de schuldenaar het hoofd zal moeten bieden. Als dit niet gebeurt, zullen er alvast nieuwe schulden opduiken, hetgeen indruist tegen het doel van de procedure van de collectieve schuldenregeling, met name het herstel van de financiële situatie van de schuldenaar. Anderzijds is de Fiscale Bemiddelingsdienst van mening dat een contact tussen de Ontvanger en de schuldbemiddelaar noodzakelijk is vooraleer er gedwongen invorderingsmaatregelen voor nieuwe schulden worden ingesteld. Deze handelswijze stelt de schuldbemiddelaar in staat om kennis te nemen van alle mogelijke elementen die een collectieve schuldenregeling in de weg kunnen staan en om er binnen het raam van deze procedure eventueel een oplossing voor te vinden. Door deze handelswijze worden ook hoge vervolgingskosten vermeden die de situatie van de schuldenaar, die reeds met een overmatige schuldenlast kampt, alleen maar verergeren.”

Deze en heel wat andere interessante aanbevelingen staan te lezen in het Jaarverslag 2012 van de Fiscale Bemiddelingsdienst. Daarin kan je ook lezen dat de Voorzitter van het Directiecomité van de FOD Financiën de Fiscale Bemiddelingsdienst ondertussen geïnformeerd heeft over het feit dat hij de centrale diensten van de Algemene administratie van de inning en invordering ermee belast heeft deze problematiek te onderzoeken en een gevolg te geven aan deze aanbeveling.

Lees hier (pdf, 2.58 MB) het jaarverslag 2012 van de Fiscale Bemiddelingsdienst.

 


1 op 4 door Ombudsfin behandelde klachten betreft kredieten

 

 

De Ombudsman in financiële geschillen (Ombudsfin) heeft in 2012 2.539 klachten van particulieren ontvangen, een stijging met 9,49 procent ten opzichte van het jaar 2011. Van die dossiers werden er 742 ontvankelijk verklaard, een toename met 17,03 procent tegenover het jaar daarvoor. Ombudsfin wijst erop dat maar liefst 1.337 klachten onontvankelijk werden verklaard omdat er niet eerst een klacht werd ingediend bij de bevoegde dienst van de betrokken financiële instelling. Van de in 2012 afgesloten dossiers van particulieren bleek 48,10 procent gegrond te zijn. Voor 84,60 procent van die gegronde klachten kon een oplossing gevonden worden. De behandelde klachten hadden betrekking op uiteenlopende onderwerpen: beleggingen, betalingen en betaalrekeningen, kredieten,... De klachten inzake kredieten waren goed voor 24,80% van het totaal aantal behandelde dossiers en betroffen zowel hypothecaire kredieten (13,07%) als consumentenkredieten (11,73%). Enkel interessante adviezen in een notendop:

·         Ombudsfin boog zich o.m. over een klacht inzake het onvoorzichtig verstrekken van een hypothecair krediet. In het advies hierover staat te lezen dat de bank nalatig was door het krediet toe te staan louter op basis van één loonfiche en op basis van de verklaringen van de consument. De consument werd echter zelf ook gedeeltelijk verantwoordelijk gesteld.

·         Ombudsfin hekelde nogmaals het feit dat de herinneringsbrieven inzake wanbetalingen betreffende hypothecaire kredieten soms niet alle gevolgen van de wanbetaling vermelden, alhoewel dit moet volgens art. 45, 1e lid Wet Hypothecair Krediet (“Bij wanbetaling van een verschuldigd bedrag dient de hypotheekonderneming, binnen drie maanden na de vervaldag, aan de kredietnemer een ter post aangetekende verwittiging te zenden die de gevolgen van de wanbetaling vermeldt”).

·         Ombudsfin sprak zich uit over een klacht van een consument die bij het uitvoeren van betalingen een fout maakte in de gestructureerde mededeling maar waarbij de maandaflossingen wel degelijk op tijd op de door de bank meegedeelde rekening toekwamen. De bank had in dit geval van de fondsen kunnen genieten vanaf de overeengekomen datum. Ombudsfin meende daarom dat er geen betalingsachterstand was die de toepassing van nalatigheidsintresten of verhogingen toeliet. Een betaling dient immers als effectief te worden beschouwd vanaf het moment dat de bankrekening wordt gecrediteerd.

·         Ombudsfin benadrukt het belang van een schriftelijk akkoord van de bank inzake het ontslaan van één van de medekredietnemers van zijn engagementen binnen een krediet. In dit geval betrof het een hypothecair krediet waarbij één van de kredietnemers zijn rechten overliet aan de andere kredietnemer. Hierdoor was deze kredietnemer geen eigenaar meer maar bij gebreke aan bewijs van ontlasting door de kredietverstrekker kon zij nog steeds aangesproken worden door de hypothecaire kredietverstrekker. Moraal van het verhaal: “Sta uw eigendomsrechten niet af zonder het voorafgaandelijk schriftelijk akkoord van de bank tot ontslag van uw engagementen binnen het krediet”.

·         Ombudsfin meent dat het formalisme waarbij een kredietopening opgezegd moet worden via een aangetekende brief gericht aan de kredietverlener, overdreven is. In casu had de consument de kredietkaart gewoon teruggegeven aan de bank (die als kredietbemiddelaar optrad) en de openstaande bedragen integraal terugbetaald. Nadien kon hij echter opnieuw gebruik maken van de kredietopening en dus nieuwe schulden maken. Volgens Ombudsfin is het vereiste van een aangetekende brief enkel een bewijsmiddel en brengt het ontbreken hiervan niet de nietigheid van de opzeg met zich mee. Dit advies werd echter niet gevolgd door de bank. Moraal van het verhaal: het zijn niet alleen consumenten die zich beroepen op het niet-naleven van formaliteiten...

Lees het integrale jaarverslag 2012 van Ombudsfin hier (pdf, 4.7 MB).

 


Andere interessante publicaties

·         Le RCD, une oeuvre inachevée!” - verslag colloquium inzake de collectieve schuldenregeling (2012) van l’Observatoire du Crédit et de l’Endettement: klik hier (pdf, 81 KB).

·         Dossier “Des chiffres pour mieux cibles la prévention” van l’Observatoire du Crédit et de l’Endettement: klik hier (pdf, 135 KB).

·         Editie 2013 van de “Praktische gids voor schuldbemiddelaars” (auteurs: E. Van Acker, C. Verbeke, B. Wylleman) (de wetten van 26 maart 2012 én 14 januari 2013 werden hierin verwerkt): klik hier.

·         Nederlands onderzoek “Huishoudens in de rode cijfers 2012. Omvang en achtergronden van schuldenproblematiek bij huishoudens”: klik hier (pdf, 733 KB).

·         Documentatie van de studiedag “ESBG and Financial Education, renewing efforts” die is doorgegaan op 19 maart 2013: klik hier.

·         Nieuwsbrief mei 2013 van SOS Schulden op School: klik hier

·         Jaarverslag 2012 van de Beroepsvereniging van het Krediet: klik hier.

·         Jaarverslag 2012 van het Prijzenobservatorium: klik hier (pdf, 3.53 MB).

·         Jaarverslag 2012 van de federale Ombudsman (waarin o.m. wordt benadrukt dat het inschakelen van een gerechtsdeurwaarder zorgvuldig en in alle redelijkheid en evenredigheid moet gebeuren): klik hier.

·         Het "Fiscaal Memento" 2013 van de Studie- en Documentatiedienst van de Federale Overheidsdienst Financiën (overzicht van de hoofdlijnen van de fiscaliteit in België): klik hier (pdf, 2.65 MB).

·         Advies inzake bedingen met betrekking tot de commerciële garantie bij de verkoop van consumptiegoederen” d.d. 27 februari 2013 van de Commissie Voor Onrechtmatige Bedingen: klik hier (pdf, 639 KB).

·         Brochure “Een nieuw tijdperk voor de ambulante activiteiten De wet van 4 juli 2005” van de FOD Economie: klik hier (pdf, 1.14 MB).

·        Guide du consumérisme” (informatie over consumentenorganisaties in Frankrijk en in Europa): klik hier.