Home > E-Zine > Schuldbriefing nr. 38
Klein lettertype instellen Normaal lettertype instellen Groot lettertype instellen
 

Schuldbriefing nr. 38

Erkenning instelling voor schuldbemiddeling wordt van onbepaalde duur

Volgens artikel 4 van het decreet van 24 juli 1996 “houdende regeling tot erkenning en subsidiëring van de instellingen voor schuldbemiddeling en tot subsidiëring van een Vlaams Centrum Schuldenlast” wordt de erkenning van de instellingen voor schuldbemiddeling initieel toegekend voor een periode van drie jaar, en is deze daarna hernieuwbaar voor periodes van zes jaar. Art. 34 van het “Decreet houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin” wijzigt deze bepaling in die zin dat de hernieuwing van een erkenning als instelling voor schuldbemiddeling voortaan een erkenning van onbepaalde duur inhoudt. Art. 80 van dit decreet bepaalt hiernaast dat de instellingen voor schuldbemiddeling die reeds erkend zijn ingevolge een hernieuwing van hun erkenning voor een periode van zes jaar voortaan van rechtswege erkend zijn voor een periode van onbepaalde duur. Dit decreet werd op 12 juni 2013 goedgekeurd door de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement. Deze wijzigingen treden in werking de 10e dag na de bekendmaking van dit decreet in het Belgisch Staatsblad (dit is tot op heden nog niet gebeurd). Deze wijzigingen zijn ingegeven vanuit de wens om de planlast bij de erkende instellingen voor schuldbemiddeling en de beheerskosten bij de Vlaamse administratie te verminderen. Het behouden van de procedure tot verlenging van de erkenning om de zes jaar heeft immers weinig tot geen inhoudelijke meerwaarde. De controle op het naleven van de erkenningsvoorwaarden gebeurt in de praktijk al grotendeels via andere instrumenten (jaarverslagen, registratie, eventueel ook via inspecties).

 

 


Financiering van samenwerkingsverbanden van erkende instellingen voor schuldbemiddeling mogelijk

Art. 35 van het “Decreet houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin” voert ook een andere belangrijke wijziging in, namelijk de mogelijkheid om samenwerkingsverbanden van erkende instellingen voor schuldbemiddeling te financieren. Artikel 10bis van het decreet van 24 juli 1996 wordt namelijk vervangen door volgende bepaling: “Art. 10bis. De Vlaamse Regering kan de erkende instellingen voor schuldbemiddeling en de samenwerkingsverbanden van erkende instellingen voor schuldbemiddeling subsidiëren binnen de beschikbare begrotingskredieten. Ze bepaalt de regels voor de voorwaarden, de aanvraag, de vaststelling, de toekenning en de vereffening van de subsidie”. In de “oude” versie van dit art. 10bis is enkel de mogelijkheid tot subsidiëring van erkende instellingen voor schuldbemiddeling opgenomen. De datum van inwerkingtreding van deze bepaling zal in een Besluit van de Vlaamse Regering vastgelegd worden. Momenteel bereidt de Vlaamse overheid dit besluit voor. Hierin worden ook regels opgenomen over de voorwaarden waaronder samenwerkingsverbanden gefinancierd kunnen worden.

 


Vlaams Parlement buigt zich over cijfers budget- en schuldhulpverlening in Vlaanderen

Naar aanleiding van een actuele vraag vond op 24 april 2013 in de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement een bespreking plaats van de cijfergegevens van de erkende instellingen voor schuldbemiddeling in Vlaanderen. Het belang van preventie werd door diverse parlementairen en door minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen beklemtoond. Lees hier (pdf, 519 KB) het verslag van deze bespreking.

 


Hoorzitting betreffende overmatige schuldenlast bij consumenten

De schuldenthematiek werd ook door federale parlementsleden besproken. Op 26 maart 2013 hield de Kamercommissie “voor het Bedrijfsleven, het Wetenschapsbeleid, het Onderwijs, de Nationale wetenschappelijke en culturele Instellingen, de Middenstand en de Landbouw” namelijk hoorzittingen betreffende de overmatige schuldenlast bij consumenten. Aanleiding voor deze hoorzittingen was een mondelinge vraag gericht aan de vice-eersteminister en minister van Economie, Consumenten en Noordzee over “het gevolg dat zal gegeven worden aan de studie inzake telecomschulden” (zie vraag nr. 15315, CRIV 53 COM 680, blz. 18). De studie waarnaar verwezen wordt betreft een onderzoek dat de Nationale Bank van België in 2011 voerde en die tot doel had na te gaan welke verbanden eventueel bestaan tussen de personen met betalingsachterstand voor mobiele telefonie en die met betalingsachterstand voor consumentenkredieten. Voorts werd in deze studie nagegaan of voor beide schuldtypes een chronologie kon worden vastgesteld en of aan de betalingsachterstand voor mobiele telefonie een voorspellende waarde kon worden toegekend. De integrale studie, die als titel “Het verband tussen betalingsachterstanden voor mobiele telefonie en betalingsachterstanden voor krediet” draagt, kan je hier (pdf, 1.24 MB) lezen. Op basis van dit onderzoek pleitten sommigen ervoor om de bevoegdheid van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren (CKP), die momenteel enkel gegevens over consumenten- en hypothecaire kredieten bijhoudt, uit te breiden tot andere schulden (telefonie-, energie-, ziekenhuisrekeningen, enz.). Dit was dan ook één van de belangrijkste items die besproken werden op de hoorzittingen betreffende de overmatige schuldenlast bij consumenten die plaatsvonden op 26 maart 2013. Het integrale verslag van deze hoorzittingen kan je hier (pdf, 1.84 MB) lezen.

 

 


Telecomoperatoren beboet wegens niet-naleving informatieverplichtingen

De consumentenwetgeving bevat heel wat informatieverplichtingen die helaas niet altijd worden nageleefd. Gelukkig worden dergelijke inbreuken niet altijd onbestraft gelaten. Het BIPT, dat toezicht houdt op de telecomsector, heeft begin dit jaar 2 operatoren beboet voor het overtreden van de Wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, beter gekend als de “Telecomwet”.  Telenet en Mobistar kregen namelijk elk een boete van 30.000 euro omdat ze in de periode 2008-2010 niet minstens één keer per jaar op de factuur aan hun abonnees meldden welk voor hen het meest gunstige tariefplan was, rekening houdend met het gebruikspatroon van de betrokken abonnee. Daarnaast kreeg ook Scarlet een administratieve boete van 10.000 euro voor de niet-naleving van artikel 4 van het ministerieel besluit van 12 november 2009 tot vaststelling van het niveau van specificatie van de basisfactuur. Scarlet liet immers na om op de facturen aan de abonnees die een contract van bepaalde duur hadden afgesloten, te vermelden wat de einddatum van hun abonnement was. Klik hier (pdf, 852 KB) voor het besluit van het BIPT aangaande Telenet, hier (pdf, 906 KB) voor het besluit van het BIPT aangaande Mobistar en hier (pdf, 805 KB) voor het Besluit van het BIPT aangaande Scarlet.



Dienstbrief RKW verwijst ten onrechte naar verplichting tot het openen van een geblokkeerde rekening op naam van de schuldenaar

Het VCS werd gecontacteerd naar aanleiding van een praktijk die wordt gehanteerd door kinderbijslagfondsen. Het betreft meer bepaald de werkwijze waarbij zij schuldbemiddelaars (in het kader van een procedure collectieve schuldenregeling) aanschrijven met de vraag om het rekeningnummer van de geblokkeerde rekening op naam van de schuldenaar mee te delen teneinde hierop de kinderbijslag uit te betalen. Bij nazicht blijkt deze werkwijze gesuggereerd te worden door de “Dienstbrief 996/104 van 15 april 2013 - Wet van 26/03/2012 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat de collectieve schuldenregeling betreft” van de RKW. In deze dienstbrief staat namelijk het volgende te lezen:

 

Om de schuldenaar meer inzicht te geven in zijn financiële situatie, heeft men er tevens voor geopteerd om in de toekomst al diens inkomsten op een gedeeltelijk geblokkeerde rekening te storten, geopend door de bemiddelaar, op naam van de schuldenaar. Maar de bemiddelaar kan met betrekking tot die rekening steeds alle handelingen stellen noodzakelijk voor de uitoefening van zijn functie.

De kinderbijslag hoort dus steeds gestort te worden op de geblokkeerde rekening, en nooit in handen van de schuldenaar. De kinderbijslagfondsen horen dus steeds navraag te doen bij de bemiddelaars naar de geblokkeerde rekening. Mochten er bemiddelaars zijn die het oude systeem nog toepassen, moet het bedrag aan hen overgemaakt worden zoals onder de vroegere regeling. Het is aan de schuldenaar of diens raadsman om bij de bemiddelaar aan te dringen op het implementeren van de nieuwe wettelijke regeling indien deze van toepassing is.

Praktisch komt dit voor de kinderbijslagfondsen op het volgende neer: Het kinderbijslagfonds dient contact op te nemen met de schuldbemiddelaar en vraagt naar de geblokkeerde rekening. Nu bestaan er twee mogelijkheden:

1. De schuldenaar beschikt over een geblokkeerde rekening: het kinderbijslagfonds moet betalen op deze geblokkeerde rekening.

2. De schuldenaar beschikt niet over een geblokkeerde rekening: het oud systeem wordt toegepast ( 1 ).”

Het VCS heeft de RKW aangeschreven met de melding dat de verplichting tot het openen van een geblokkeerde rekening op naam van de schuldenaar uiteindelijk niet weerhouden werd in de Wet van 26/03/2012. Deze verplichting was weliswaar opgenomen in het initiële wetsvoorstel maar na besprekingen op een hoorzitting werd deze passage geschrapt. Het VCS vroeg aan de RKW om derhalve de kinderbijslagfondsen erop te wijzen dat de kinderbijslag niet gestort moet worden op een geblokkeerde rekening op naam van de schuldenaar.

 

 


Onderzoek "Vergelijking van de profielen van personen die zich tot een advocaat of een schuldbemiddelingsdienst wenden in het kader van een schuldbemiddeling"

Het Observatorium Krediet en Schuldenlast organiseert een enquête die zich richt tot alle advocaten die ingeschreven zijn aan een Belgische balie. Deze enquête heeft betrekking op het profiel (sociaaleconomisch en schuldenlast) van cliënten die een advocaat raadplegen voor een (minnelijke of gerechtelijke vorm van) schuldbemiddeling. Het Observatorium Krediet en Schuldenlast wil via deze enquête dit publiek beter leren kennen en een vergelijking maken tussen het profiel van cliënten die een beroep doen op een schuldbemiddelingsdienst en het profiel van degenen die zich tot een advocaat wenden. Alle advocaten worden uitgenodigd om deel te nemen aan deze enquête die de titel “Vergelijking van de profielen van personen die zich tot een advocaat of een schuldbemiddelingsdienst wenden in het kader van een schuldbemiddeling draagt. Het invullen van deze enquête, bestaande uit 13 vragen, kan via de link Enquête Observatorium deel advocaten en duurt slechts 5 tot 10 minuten. Teneinde de onderzoekers toe te laten om de gegevens tijdig te verwerken, wordt gevraagd om deze enquête bij voorkeur tegen 5 juli 2013 in te vullen. Het Observatorium Krediet en Schuldenlast garandeert uiteraard de anonimiteit en de vertrouwelijkheid van de antwoorden. De resultaten zullen helpen om op een meer precieze manier preventieve acties te bepalen ten aanzien van personen die met financiële moeilijkheden kampen. Ook kunnen zij helpen om preciezer na te gaan in welke mate de procedures voor de personen waarvoor ze bestemd zijn, voldoen, en, in het bijzonder, om aanbevelingen op te stellen. Voor verdere informatie kan je contact opnemen met Caroline Jeanmart, onderzoekster bij het  Observatorium Krediet en Schuldenlast, via c_jeanmart@observatoire-credit.be of telefonisch (071/33 12 59).        


Enquête “Consumptie, kijk op het krediet en de schuldenlast van de huishoudens: Is er een verband?”

Het Observatorium Krediet en Schuldenlast lanceerde hiernaast ook een enquête om een beter beeld te krijgen van hoe Belgen staan tegenover krediet, consumptie en het beheer van hun budget. Zij willen ook nagaan of factoren zoals financiële kennis kunnen verklaren waarom sommige huishoudens met financiële moeilijkheden kampen terwijl andere huishoudens het beter doen. Uit de meest recente cijfers blijkt dat in het najaar van 2012 bijna 7 op 10 Belgen minstens één krediet had lopen. Daarnaast hebben steeds meer mensen moeite om rond te komen: eind 2012 waren 330.000 personen voor minstens één onbetaald krediet geregistreerd in de Centrale voor kredieten aan particulieren van de Nationale Bank, dat is bijna 4 % van de Belgische volwassen bevolking. Eind 2012 waren bovendien meer dan 100.000 mensen toegelaten tot de procedure van collectieve schuldenregeling om hun financiële problemen aan te pakken, dat is een nieuw record in België. Gezien deze vaststellingen lijkt het aangewezen te verklaren wat huishoudens ertoe aanzet om te lenen en te verklaren waarom sommigen huishoudens met moeite rondkomen. Het ligt voor de hand dat onvoorziene omstandigheden zoals ontslag, ziekte, scheiding... de moeilijkheden kunnen verklaren waarin sommige huishoudens zich bevinden.  In deze enquête bevraagt Observatorium Krediet en Schuldenlast ook of de financiële kennis van de huishoudens, hun kijk op krediet en/of de wijze waarop ze hun budget beheren eveneens een verklaring kunnen bieden voor de grotere economische kwetsbaarheid van sommige Belgen. En verklaren deze elementen ook waarom sommige huishoudens meer een beroep doen op krediet dan andere? Om een​ overzicht te krijgen en vergelijkingen te kunnen maken, worden alle meerderjarige Belgen, of ze zich nu in financiële moeilijkheden bevinden of niet, uitgenodigd om deel te nemen aan deze enquête via volgende link: www.onderzoekhuishoudens2013.be. Deelname aan deze enquête is anoniem. De deelnemers krijgen de kans om deel te nemen aan een wedstrijd waarbij de winnaars tot 300 euro winnen als duwtje in de rug voor de betaling van hun volgende facturen. De resultaten van deze enquête zullen bekendgemaakt worden in december 2013. Voor verdere informatie kan je contact opnemen met Aurélie Jourdain, communicatieverantwoordelijke bij het Observatorium Krediet en Schuldenlast, via a_jourdain@observatoire-credit.be of telefonisch (071/31.08.11).


“Advocatenakte” levert volledig bewijs op van het geschrift en van de handtekeningen

Art. 2 van de onlangs goedgekeurde Wet van 29 april 2013 “betreffende de door de advocaten van de partijen medeondertekende onderhandse akte” (B.S. 3 juni 2013) voorziet dat de onderhandse akte die wordt medeondertekend door de advocaten van alle betrokken partijen een volledig bewijs oplevert van het geschrift en van de handtekening van de bij de akte betrokken partijen. Deze bewijswaarde geldt zowel onderling als tegenover hun erfgenamen of rechtverkrijgenden. Deze bewijswaarde geldt echter niet ten aanzien van derden (hiervoor kan een authentieke akte soelaas bieden). Belangrijk is dat elke partij met een onderscheiden belang door een andere advocaat bijgestaan moet worden (zo moet gegarandeerd worden dat ook zwakke contractspartijen goed bijgestaan worden). De belangrijkste doelstelling van deze wet bestaat erin te vermijden dat contractspartijen (of hun erfgenamen) te kwader trouw (bv. als vertragingsmanoeuvre) hun handtekening zouden ontkennen. De regels in het Burgerlijk Wetboek voorzien in dit verband dat een onderhandse akte ontkend kan worden en dan is het aan de partij die deze akte toch wil inroepen om een procedure inzake schriftonderzoek in te stellen. Als er een “advocatenakte” werd opgemaakt, zal voortaan echter de partij of erfgenaam die de handtekening ontkent de valsheid van de akte moeten aantonen (via een valsheidsprocedure in burgerlijke zaken). Art. 3 van de Wet van 29 april 2013 bepaalt dat, door de akte mee te ondertekenen, de advocaat verklaart dat hij de partij of partijen die hij bijstaat, volledig heeft ingelicht over de rechtsgevolgen van die akte. Dit moet ook in de akte zelf vermeld worden. De draagwijdte van deze verplichting is niet helemaal duidelijk en zorgde tijdens de parlementaire besprekingen ook voor heel wat vragen. Art. 4 van de Wet van 29 april 2013 voorziet dat er op de advocatenakte geen enkele bij wet opgelegde handgeschreven vermelding aangebracht moet worden (een uitzondering hierop geldt indien een bepaling uitdrukkelijk afwijkt van dit artikel). De advocatenakte moet opgemaakt worden in ten minste evenveel originele exemplaren als er partijen met een verschillend belang en ondertekenende advocaten zijn. Op elk origineel exemplaar moet vermeld worden in hoeveel originele exemplaren de akte werd opgemaakt. De partij die haar in de akte bepaalde verbintenissen heeft uitgevoerd, kan het niet vermelden van het aantal originele exemplaren echter niet tegenwerpen. Bovendien geldt de verplichting inzake het aantal exemplaren niet als er een elektronische handtekening werd aangebracht. Lees hier (doc, 30 KB) de Wet van 29 april 2013 “betreffende de door de advocaten van de partijen medeondertekende onderhandse akte”.


Omzendbrief Nationale Kamer Gerechtsdeurwaarders inzake "no cure no pay"

In de richtlijn 2013CIR016 van 30 mei 2013 wijst de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders van België erop dat de praktijk “no cure, no pay” in het toepassingsgebied van gerechtelijke procedures contra legem is en dat inbreuken hierop beteugeld zullen worden. Je kan deze richtlijn hier (pdf, 129 KB) downloaden.

 


“Fixcard” van Neofin voldoet niet aan voorwaarden om verhoogd JKP te kunnen aanrekenen

In een vonnis van 17 december 2012 oordeelde de Rechtbank van Eerste Aanleg van Antwerpen dat de kredietopening “Fixcard” van Neofin (die in dit geval afgesloten was in 2001) niet voldoet aan de voorwaarden om een verhoogd Jaarlijks Kostenpercentage (JKP) te kunnen aanrekenen. Neofin had een JKP van 19 % aangerekend voor deze kredietopening, dit was ten tijde van het afsluiten van dit krediet het maximumpercentage voor kredietopeningen “met een betaal- of legitimatiekaart die een functie bezitten bij de kredietverlening”. De rechtbank wijst erop dat de mogelijkheid om de kredietnemer een hogere kost i.h.k.v. kredietopeningen met kaart te doen dragen een uitzonderingsregel is die restrictief geïnterpreteerd moet worden. De consument moet deze hogere kost namelijk alleen dragen indien deze gepaard gaat met een extra dienstverlening door de kredietgever (zoals deze die de vervalsing van de kaart belet of het elektronisch gebruik ervan beveiligt). Het moet dus gaan om een kaart met elektronische functies, een kaart die uitsluitend drager is van gegevens die net zo goed op een papieren drager geplaatst hadden kunnen worden, is géén kaart zoals hier bedoeld wordt. De rechtbank wijst er ook op dat een kaart geen betaalmiddel vertegenwoordigt wanneer de aankoop op krediet enkel op afstand mogelijk is en de kaart hiertoe niet fysiek moet worden getoond noch in een toestel voor elektronische betaling of in een ander type van toestel gebruikt kan worden. De rechtbank past deze principes toe op de Fixcard van Neofin en concludeert dat er niet werd aangetoond dat aan de voorwaarden voldaan was om een verhoogd JKP te mogen aanrekenen. Neofin argumenteerde dat de bedragen van de Fixcard op de eigen rekening van de consument overgezet konden worden maar volgens de rechtbank zorgt dit er niet voor dat de kaart zelf elektronische functies heeft. De rechtbank beklemtoont dat de Fixcard in feite geen andere functie heeft dan deze van een klantenkaart. In toepassing van art. 87, 1° Wet Consumentenkrediet werden de verplichtingen van de consument bijgevolg beperkt tot de prijs bij contante betaling van het goed of de dienst of tot het ontleende bedrag. Het integrale vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg van Antwerpen van 17 december 2012 kan je hier (pdf, 515 KB) downloaden.


Goede praktijk schuldpreventie: ‘School is out!’ van het CAW Gent-Eeklo

‘School is out!’  is een vorming budgetteren voor laatstejaars secundair onderwijs TSO, BSO, deeltijds leren en BuSO. Jongeren hebben vaak onvoldoende inzicht, bewustzijn en weerbaarheid op het vlak van consumentengedrag. Hierdoor krijgen ze steeds vaker te maken met schulden en hebben ze steeds meer nood aan budgetbegeleiding en schuldbemiddeling. Om jongeren financieel weerbaar te maken moeten ze reeds vroeg leren omgaan met geld. Vanuit deze gedachte biedt het CAW Gent-Eeklo vormingen aan,  aan laatstejaarsstudenten technisch- en beroeps secundair onderwijs, deeltijds leren en BuSO. Zij kiezen voor deze groep omdat dit een leerlingengroep is die vaak niet meer verder studeert en binnen enkele maanden zal werken of stempelen. De leerlingen die deelnemen aan de vorming zijn bovendien vaak jongeren die op het punt staan om alleen te gaan wonen. Het  CAW stelt vast dat deze jongeren sterk bezig zijn met hun toekomstige (financiële) situatie na het verlaten van de schoolbanken. Om deze jongeren de nodige bagage mee te geven, biedt het CAW een vorming aan rond budgetteren en hoe met geld om te gaan. Voor meer informatie over doelstelling(en), inhoud, praktische aspecten,... klik hier (pdf, 201 KB).

 


Herkennen van en omgaan met gokproblemen bij cliënten in OCMW’s en CAW’s

De stap naar hulpverlening is voor problematische gokkers vaak groot door schaamtegevoelens en angst voor onbegrip. De tweetalige website www.gokhulp.be wil daarom de drempel verlagen. Hij bevat een gratis informatie- en hulpaanbod en bezoekers blijven anoniem. De site werd onlangs gelanceerd door de Kansspelcommissie, Le Pélican (een Franstalige vzw die onder meer mensen met een gokverslaving helpt) en CAD-Limburg (centrum voor alcohol- en andere drugproblemen) en bestaat uit twee delen:

  • Het informatieve gedeelte bevat informatie over kansspelen, gokproblemen en hulpverlening. Bezoekers kunnen er berichten plaatsen in een publiek forum. Hulpverleners, familie en vrienden van problematische spelers kunnen er ook terecht voor tips en info. Personen die zichzelf vragen stellen over hun gokgedrag kunnen drie soorten zelftests invullen.
  • Het informatieve gedeelte van deze site bevat tevens de uitgebreide brochure “Herkennen van en omgaan met gokproblemen bij cliënten in OCMW en CAW” die specifiek voor medewerkers van OCMW’s en CAW’s werd opgemaakt. In de herziene uitgave van deze brochure is de gewijzigde Kansspelwet opgenomen. Deze wet voorziet meer mogelijkheden om problematische gokkers de toegang te ontzeggen tot casino's, speelautomatenhallen en vergunde online kansspelen. Daarnaast lees je in deze brochure concrete antwoorden op vragen als “Hoe kunt u gokproblemen herkennen?”, “Wat kunt u doen als begeleider?”, “Hoe kunt u doorverwijzen?” en “Welk advies kunt u geven aan de omgeving van de gokker?”. Het laatste hoofdstuk bevat achtergrondinformatie zoals soorten kansspelen, wetgeving, gokverslaving en onthoudingsverschijnselen. De brochure is opgemaakt op maat van OCMW’s en CAW’s, maar is ook bruikbaar voor andere diensten zoals huisartsen, thuiszorg, buurtwerking en beschutte werkplaatsen.
  • Naast het informatieve gedeelte, bevat de website gokhulp.be ook een hulpaanbod: iedereen die met gokproblemen kampt, kan zich aanmelden bij het gratis online zelfhulpprogramma. Het programma duurt drie tot twaalf weken. Een reeks opdrachten moet deelnemers helpen bij het bereiken van hun doel. Wie zich aanmeldt voor het programma, kan via een beveiligd forum in contact komen met andere hulpzoekers.


Wikifin.be lanceert na spaarsimulator ook pensioenquiz

Wikifin.be is een portaalsite die consumenten wil helpen bij het nemen van financiële beslissingen. Deze site wordt beheerd door de FSMA (Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten) en stelt aldus objectieve, betrouwbare en toegankelijke informatie ter beschikking. De FSMA is een organisatie van openbaar nut, die als opdracht heeft de consumenten te beschermen door toezicht te houden op de banken, verzekeraars, makelaars, enz. De FSMA heeft echter ook een opdracht op het vlak van de financiële vorming van het publiek (zie www.fsma.be). Enkele maanden geleden werd op de site wikifin.be reeds een spaarsimulator gelanceerd. Wikifin.be wil ook sensibiliseringcampagnes over “belangrijke levensmomenten” lanceren en de eerste daarvan draait rond de pensioenen. Op wikifin.be vind je sinds kort dan ook een pensioenquiz terug. “Het is een brandend actueel thema, dat miljoenen mensen aanbelangt”, aldus minister De Croo. Hij wees erop dat dit thema ook jonge mensen moet interesseren, “want elke keuze die men in zijn loopbaan maakt, heeft een effect op het pensioen”. De bedoeling van de pensioenquiz is de consument tot nadenken aan te zetten en zijn kennis uit te breiden: bij elke vraag worden extra informatie en praktische tips verschaft. Voor meer info, zie http://www.wikifin.be/nl.  

 

 


Europese Commissie lanceert online platform over consumenteneducatie voor leerkrachten

Consumer Classroom, een initiatief van de Europese Commissie, is een online platform voor leerkrachten uit heel de EU. Aan de hand van een uitgebreide bibliotheek van educatief materiaal over consumenteneducatie, voorziet het platform interactieve functies en tools. Leerkrachten kunnen ze verder aanpassen om boeiende en praktische lessen voor te bereiden voor hun leerlingen. Het platform wil leerkrachten ook samenbrengen via een forum en een chat. Op die manier kunnen opmerkingen en ervaringen worden uitgewisseld. De website richt zich tot leerkrachten van middelbare scholen (12-18 jarige leerlingen) in alle 27 Europese lidstaten. Het educatief materiaal is aangepast aan deze leeftijdsgroep, met een duidelijk onderscheid tussen leerlingen van 12-14 jaar en leerlingen van 15-18 jaar. Consumer Classroom biedt kant-en-klare lessen aan die veel tijd kunnen besparen. Het materiaal kan online in de klas worden gebruikt, gedownload worden, afgedrukt worden of via het internet gedeeld worden. De onderwerpen waarover informatie terug te vinden is, zijn erg divers en gaan onder meer over financiële educatie. De onderwerpen werden per thema gerangschikt, maar er kan uiteraard ook op taal of land worden gezocht. Voor meer informatie, zie www.consumerclassroom.eu/nl.

 

 


Vijf denkfouten bij het nemen van financiële beslissingen

De koele calculerende homo economicus waar economen lange tijd vanuit gingen, is een uitzondering: de meeste mensen nemen hun economische beslissingen niet op basis van rationele overwegingen. Mensen maken volgens de Nederlandse hoogleraar Esther-Mirjam Sent vaak onderstaande vijf denkfouten als zij een financiële beslissing nemen:

  • Mensen proberen met vuistregels ingewikkelde beslissingen te vereenvoudigen (bv. een lening of hypotheek mag maximaal 1/3 van je inkomen bedragen). Die vuistregels zijn alleen vaak echter ongeschikt.
  • Mensen hebben niet zoveel zelfcontrole en zijn te veel gericht op de korte termijn. Daardoor zijn ze niet al te goed in het plannen van hun financiële toekomst.
  •  Mensen zijn slechte statistici, terwijl statistiek heel belangrijk is bij financiële producten. Hierdoor kopen ze investeringsproducten die niet goed aansluiten bij hun behoeften.
  • Financiële besluitvorming gaat gepaard met emoties. Mensen zijn zenuwachtig en bang voor financiële verliezen. Als het ernaar uitziet dat ze verlies gaan leiden schieten ze in een kramp. Een voorbeeld hiervan zijn huizenverkopers die niet accepteren dat hun huis in waarde is gedaald en het dus niet verkopen.
  • Mensen leren niet van fouten. Als blijkt dat een financieel product, bijvoorbeeld een pensioenproduct, slecht uitpakt, komen mensen niet tot het inzicht dat ze een soortgelijk product een volgende keer beter kunnen mijden. Als mensen kaas hebben gekocht die niet lekker is, kopen ze de volgende keer andere. Met hun pensioen doen ze dat niet.

Naast hoogleraar Esther-Mirjam Sent kwamen ook heel wat andere experts aan het woord tijdens het symposium “Financieel Bewusteloos” dat Wijzer in geldzaken organiseerde op 31 mei 2013. Het verslag hiervan kan je lezen via volgende link: http://www.wijzeringeldzaken.nl//2013-q2/symposium-financieel-bewusteloos.aspx?utm_source=nieuwsbrief&utm_medium=email&utm_campaign=nieuwsflits_juni

 


Vorming-Training-Opleiding (VTO)

Thematische opleidingen

Omdat maatschappelijk werkers en juristen die aan budget- en schuldhulpverlening doen, een regelmatige nood hebben aan opleiding, organiseert het VCS een heel gamma aan thematische opleidingen. Je kan nog inschrijven voor:

  • ‘Zelfstandigen en schulden’ (3-daagse opleiding) in Leuven op donderdag 03-10-2013, dinsdag 15-10-2013 en dinsdag 05-11-2013
  • ‘Collectieve schuldenregeling’ (3-daagse opleiding) in Gent op maandag 07-10-2013, vrijdag 18-10-2013 en donderdag 07-11-2013
  • ‘Consumentenkredieten onderzoeken anno 2013. Onderhandelen met kredietgevers : theorie en praktijk’ (3-daagse opleiding) in Mechelen op dinsdag 08-10-2013, vrijdag 18-10-2013 en dinsdag 05-11-2013
  • ‘Financiële gevolgen van een strafrechtelijk vonnis, nuttig om te weten voor cliënt en schuldhulpverlener’ (1-daagse opleiding) in Antwerpen op donderdag 17-10-2013.

Als je meer informatie wenst omtrent één of meerdere van deze opleidingen en/of als je je wenst in te schrijven, klik hier

Het is mogelijk dat er nog andere opleidingen worden georganiseerd in het najaar van 2013. Hou hiervoor dit E-zine en onze E-flashes in de gaten !

Nog enkele plaatsen beschikbaar in de basisopleiding schuldbemiddeling in Torhout (najaar 2013)

Voor de basisopleiding schuldbemiddeling in Torhout zijn nog enkele plaatsen beschikbaar. Deze 11-daagse opleiding start op dinsdag 17-09-2013. Voor meer informatie omtrent deze opleiding, alsook om je in te schrijven, klik hier

VTO-aanbod voor 2014

Het VTO-aanbod van het VCS voor het jaar 2014 (zowel de 6 basisopleidingen schuldbemiddeling als diverse thematische opleidingen) wordt komend najaar bekendgemaakt, zowel via onze website als via deze elektronische nieuwsbrief (E-zine en/of E-flashes).

 


Consumentenkrediet beter begrijpen

Het is voor consumenten maar ook voor hulpverleners niet eenvoudig om de reglementering inzake het consumentenkrediet goed te begrijpen. Vele vragen blijven vaak onbeantwoord, bijvoorbeeld: “Men stelt mij een financiering voor bij de aankoop van een televisietoestel, geldt de wet dan?”, “Men vraagt aan mijn ouders om zich borg te stellen, wat zijn de gevolgen?”, enz. Daarom ontwikkelde de FOD Economie een toegankelijke en duidelijke brochure (pdf, 5.8 MB) over het consumentenkrediet. Deze brochure bevat toelichtingen bij de Belgische regelgeving over het consumentenkrediet. De brochure bestaat uit 2 delen: “Het consumentenkrediet in 28 vragen” en “Veel voorkomende situaties rond consumentenkredieten”. Eventuele opmerkingen hierop mogen meegedeeld worden via volgend e-mailadres: SFIN@economie.fgov.be.

 

 


ECC België hielp in 2012 5.733 consumenten

Als je te maken hebt met cliënten die goederen of diensten kochten in een andere EU-lidstaat, Noorwegen of IJsland en problemen hebben met de verkoper, kan je terecht bij het Belgische ECC (European Consumer Centre). Dit ECC informeert over de consumentenrechten bij zo’n grensoverschrijdende aankoop en verleen bijstand bij de behandeling van grensoverschrijdende klachten. Deze dienstverlening is gratis. In 2012 heeft het Belgische ECC 5733 consumenten geholpen (+ 30 % t.o.v. 2011). 2357 consumenten kregen een antwoord op informatieve vragen, zoals “Ik wil een gsm kopen op een website, waar moet ik op letten?”. Hiernaast werden 3376 consumenten geholpen met hun klacht door de juristen van het ECC, die gespecialiseerd zijn in Europees consumentenrecht. De meeste klachten handelden over reizen (bv. problemen met de vlucht of het hotel), elektronische producten (bv. defect aan een gsm), ontspanningsactiviteiten (bv. tickets voor een optreden die niet geleverd werden), de woning (bv. verkeerde levering van meubels) en de auto (bv. registratie van een wagen). Kan de consument met dit juridisch advies zijn klacht nog steeds niet oplossen, dan vraagt het ECC België aan het ECC in het land van de verkoper om hem te contacteren en een oplossing te vinden. De diensten van het ECC zijn gratis. Naast deze klachtenbehandeling is het de taak van het ECC België om consumenten te informeren over hun rechten als consument in Europa. De website www.eccbelgie.be is daarvoor een belangrijk instrument en werd in 2012 verrijkt met talrijke informatieve artikels over consumentenrechten in Europa. Ook de brochures van het ECC België willen consumenten preventief informeren. De brochures die in 2012 gepubliceerd werden, kunnen op de website besteld of gedownload worden (“Datingsites: grote liefde of groot bedrog”, “Kerstcadeaus kopen op het internet”, “Kopen op het internet: laat je niet vangen”).

 

 


De positie van het kind binnen huishoudens met schuldenproblemen

Moeten kinderen door hun ouders geïnformeerd worden over de schuldenproblemen en, zo ja, vanaf welke leeftijd? Wat zijn de (negatieve) gevolgen van schuldenproblemen voor kinderen? Welke invloed oefenen kinderen uit op ouders met schuldenproblemen? Moeten de kinderen aanwezig zijn bij gesprekken met de schuldhulpverlener? Deze en nog andere vragen werden besproken op de rondetafels rond de positie van het kind binnen huishoudens met schuldenproblemen die in het najaar van 2012 werden georganiseerd door het Observatorium Krediet en Schuldenlast en de Waalse referentiecentra. Het verslag (pdf, 365 KB) hiervan kan je lezen in de tekst “La place de l’enfant dans le ménage surendetté”.