Home > E-Zine > Schuldbriefing nr. 39
Klein lettertype instellen Normaal lettertype instellen Groot lettertype instellen
 

Schuldbriefing nr. 39

Hoeveel gezinnen kregen in jouw regio/arrondissement budget- en/of schuldhulpverlening aangeboden?

Het onderzoeksrapport “Vlaamse gezinnen in budget- en / of schuldhulpverlening: cijfergegevens 2012” is sinds kort te downloaden op de website van het VCS. Je kan hierin o.m. lezen dat de erkende instellingen voor schuldbemiddeling in Vlaanderen in het jaar 2012 in totaal aan 66.060 gezinnen budget- en/of schuldhulpverlening boden. Dit cijfer wordt verder gedetailleerd met o.m. cijfers naargelang de aangeboden hulpverleningsvorm(en), cijfers op provinciaal niveau en cijfers naargelang het type organisatie.

Wil jij meer specifiek weten hoeveel gezinnen in jouw regio/arrondissement budget- en/of schuldhulpverlening aangeboden kregen in 2012? Wil je hiernaast ook weten hoe het aantal gezinnen in budget- en/of schuldhulpverlening van jouw gemeente/regio/arrondissement zich verhoudt tot andere gemeenten/regio’s/arrondissementen? Of misschien wil je de evolutie kennen van het aantal gezinnen in budget- en/of schuldhulpverlening van een bepaalde regio (bv . een CAW-regio)? Het VCS helpt jou graag bij deze en andere vragen. Wij leveren met  name budget- en schuldhulpverleningsgegevens ‘op maat’ aan: per arrondissement, voor een specifiek werkingsgebied enz.

Download hier  het onderzoeksrapport “Vlaamse gezinnen in budget- en / of schuldhulpverlening: cijfergegevens 2012” (pdf, 919 KB) 

Voor cijfergegevens “op maat” kan je contact opnemen met Hans Ledegen (Vlaams Centrum Schuldenlast - Hans.Ledegen@vlaamscentrumschuldenlast.be - 02/211.56.31 (enkel donderdag en vrijdag)).

 


Aanvraag verlenging erkenning als instelling voor schuldbemiddeling niet meer nodig sinds 24 augustus 2013

In een vorig e-zine werd reeds gewezen op een belangrijke wijziging voor de erkende instellingen voor schuldbemiddeling. Het Vlaams Parlement keurde namelijk een decreet goed waardoor het niet meer nodig is om zesjaarlijks een verlenging van de erkenning aan te vragen. Indien men reeds beschikt over een erkenning als instelling voor schuldbemiddeling voor een periode van zes jaar, geldt deze erkenning namelijk van rechtswege als erkenning voor onbepaalde duur. Voor nieuwe erkenningsaanvragen moet na de initiële erkenning voor een periode van drie jaar ook nog slechts één hernieuwing aangevraagd worden, die dan geldt als erkenning voor onbepaalde duur. Deze wijzigingen zijn opgenomen in het decreet van 21 juni 2013 “houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin”, dat ondertussen gepubliceerd werd in het Belgisch Staatsblad van 14 augustus 2013 (zie art. 34 en art. 80). Ingevolge deze publicatie traden deze wijzigingen in werking op 24 augustus 2013.

 


“In Balans”: financiële educatie voor jongeren via het onderwijs

Nu het nieuwe schooljaar terug van start is gegaan, kunnen leerkrachten weer op zoek naar bruikbaar lesmateriaal. Met het project “In Balans” geeft het VCS het onderwijs de kans om aan de slag te gaan rond financiële educatie met jongeren vanaf 11 jaar die een richting volgen in zowel in ASO, TSO als BSO.

De doelstelling van “In Balans” ligt er in om jongeren de nodige vaardigheden en “know how” bij te brengen over het omgaan met geld. Jongeren krijgen immers al zakgeld op  jonge leeftijd, hebben loon uit vakantiewerk en beheren vaak al een eigen rekening bij de bank. Ook wil het project de jongeren weerbaar maken in de huidige consumptiemaatschappij.

In Balans behandelt meerdere thema’s die op verschillende manieren kunnen aangebracht worden in bepaalde lesvakken of als project in de school. Financiële educatie wordt ruim opgevat en omvat alle aspecten waar jongeren mee geconfronteerd worden als zij op eigen benen komen te staan.

Voor meer informatie zie www.in-ba-lans.be

 


De winstgevendheid van de collectieve schuldenregeling voor de schuldbemiddelaar

De vergoeding van de schuldbemiddelaar in het kader van een procedure collectieve schuldenregeling geeft vaak aanleiding tot discussies. Schuldenaars kunnen soms weinig begrip opbrengen voor de hoogte van deze vergoeding en menen dat hun financiële problemen hierdoor nog groter worden. Schuldbemiddelaars van hun kant wijzen er soms op dat er heel veel verwachtingen zijn ten aanzien van hen, terwijl sommige prestaties niet eens vergoed worden. De overheid heeft de voorbije jaren dan weer verschillende wetswijzigingen doorgevoerd teneinde het aantal gevallen waarin de vergoeding van de schuldbemiddelaar ten laste van het Fonds ter bestrijding van de Overmatige Schuldenlast gelegd kan worden tot een minimum te beperken.

Maar hoe zit het nu echt met het uitoefenen van de activiteit van schuldbemiddelaar (in het kader van een procedure collectieve schuldenregeling): is dit winstgevend of verlieslatend? Omtrent deze interessante vraagstelling schreven Bertel De Groote, Patricia Everaert en Lander Bruneel de interessante studie “De winstgevendheid van de collectieve schuldenregeling voor de schuldbemiddelaar: een studie met Time-Driven Activity-based Costing”. Het eerste deel van deze studie is alvast gepubliceerd in het Tijdschrift voor Procesrecht en Bewijsrecht (P&B, nr. 2013/3), de publicatie van het tweede deel van deze studie volgt nog. De auteurs vergelijken de opbrengsten met de kosten van een dossier collectieve schuldenregeling. Voor de opbrengsten vertrekt men van het Koninklijk Besluit van 18 december 1998 “houdende vaststelling van de regels en barema's tot bepaling van het ereloon, de emolumenten en de kosten van de schuldbemiddelaar”. Voor de kosten brengt men de werktijd van de schuldbemiddelaar in rekening, alsook de administratiekosten (secretariaat) en de indirecte kosten (huisvesting, ICT, meubilair, bibliotheek). Om de kost van een dossier te berekenen, kozen de auteurs voor de methodologie van Time-Driven Activity-based Costing (TDABC), dit is een methode die vertrekt van de reële activiteiten die uitgevoerd worden door een individu, waarbij de tijdsduur van een activiteit gemodelleerd wordt in functie van een aantal parameters. De auteurs vergelijken niet alleen de opbrengsten met de kosten, maar onderzoeken ook welke factoren een belangrijke invloed uitoefenen op de winstgevendheid van een dossier collectieve schuldenregeling (het verschil tussen de opbrengsten en de kosten).

Voor meer info: Bertel DE GROOTE, Patricia EVERAERT en Lander BRUNEEL, "De winstgevendheid van de collectieve schuldenregeling voor de schuldbemiddelaar: een studie met Time-Driven Activity-Based Costing (deel 1: model), P&B, nr. 2013/13

 


FOD Economie voert strijd tegen oplichters op

Ø  Bedrog met beroepsgidsen, reclame-inlassingen en domeinnamen

Heb je als OCMW of CAW al voorstellen gekregen om adresgegevens in te lassen in elektronische of traditionele beroepsgidsen? Heb je onlangs een factuur gekregen met het voorstel de domeinnamen voor jouw activiteit terug te kopen? Heb je bezoek gekregen van een ronselaar die voorstelde reclame te maken in een regionaal blad? De boodschap van de FOD Economie is duidelijk: “Onderteken niets, betaal niets! Lees goed de kleine lettertjes en wees op je hoede voor warrige informatie. Als je twijfelt, onderteken dan niets!” De FOD Economie doet wat ze kan hiertegen, onder andere via stakingsbevelen. Maar deze frauduleuze praktijken zijn hiermee helaas niet gestopt. Daarom is er een webpagina opgezet met meer informatie over deze fenomenen en met een “zwarte lijst” van onbetrouwbare bedrijvengidsen. Klik hierna om naar deze webpagina van de FOD Economie te gaan voor meer informatie en tips.

 → Voor meer info, zie: http://economie.fgov.be/nl/ondernemingen/arnaques/Bedrog_beroepsgidsen_reclame-inlassingen_domeinnamen/

 

Ø  Een gewaarschuwd iemand…

Niet alleen bedrijven en organisaties zijn het voorwerp van poging tot oplichting of malafide praktijken. Ook de “gewone man” wordt hiermee meermaals geconfronteerd, tegenwoordig in het bijzonder ook via internet, e-mail en/of sociale netwerksites. Daarom dat de overheid de campagne “Pasoplichting” lanceerde met als doel accurate en actuele informatie over dit fenomeen te verspreiden om zo te vermijden dat mensen zich nog laten bedotten. Met name door je in te schrijven op de Facebookpagina ‘Pasoplichting’ van de FOD Economie blijf je telkens op de hoogte van de nieuwste vormen van oplichting (“phising”, “ransomware” enz.) die door de FOD ontdekt worden. Klik hierna om naar de betreffende webpagina “Pasoplichting” van de FOD Economie op Facebook te surfen.

Voor meer info, zie: https://www.facebook.com/Pasoplichting

 


Nieuwe wetgeving

Ø  Ingebrekestelling “stuit” de verjaring mits aan strikte voorwaarden is voldaan

Inzake de verjaring van schulden staat in het Burgerlijk Wetboek te lezen wat de “gemeenrechtelijke” stuitingsdaden kunnen zijn. Daarnaast vindt men in bijzondere wetten bijzondere stuitingsdaden die enkel voor bepaalde categorieën (schuldeisers) gelden, zoals bv. de wettelijke bepaling dat een financieel beheerder van het OCMW de verjaring inzake de terugvordering van maatschappelijke dienstverlening kan stuiten door het verzenden van een aangetekende brief. (art. 102 OCMW-wet). Tot op heden waren de “klassieke” stuitingsdaden meer bepaald de volgende:

vanuit de schuldeisers kant: een dagvaarding voor het gerecht, een bevel tot betaling of een beslag betekend aan hem die men wil beletten de verjaring te verkrijgen (art. 2244, §1 B.W.);

vanuit de schuldenaars kant: de erkenning van het recht van hem tegen wie de verjaring loopt (art. 2248 B.W.).

Het nieuwe art. 2244, §2 B.W., zoals gewijzigd bij Wet van 23 mei 2013 “tot wijziging van artikel 2244 van het Burgerlijk Wetboek teneinde aan de ingebrekestellingsbrief van de advocaat, van de gerechtsdeurwaarder of van de persoon die krachtens artikel 728, § 3, van het Gerechtelijk Wetboek in rechte mag verschijnen, een verjaringsstuitende werking te verlenen” (B.S. 1 juli 2013) voegt daar een nieuwe stuitingsmogelijkheid voor de schuldeiser aan toe, via het laten verzenden van een aangetekende ingebrekestelling.

Voor meer informatie, zie onze nota over de nieuwe mogelijkheid om de verjaring te stuiten (pdf, 218 KB).

 

Ø  Wet Continuïteit Ondernemingen bijgestuurd

De Wet Continuïteit Ondernemingen (afgekort: WCO), die op 1 april 2009 in werking trad, heeft tot doel om ondernemingen in financiële moeilijkheden weer gezond te maken. Omtrent de doelmatigheid van deze wet en mogelijke misbruiken hiervan is sindsdien al heel wat inkt gevloeid. Ondertussen werd deze wet ook op een aantal punten bijgestuurd, en dit bij Wet van 27 mei 2013 “tot wijziging van verschillende wetgevingen inzake de continuïteit van de ondernemingen” (Belgisch Staatsblad 22 juli 2013, inwerkingtreding grotendeels op 1 augustus 2013). Er gelden o.m. nieuwe regels inzake de toegang tot deze procedure en inzake de bescherming van (ex-)partners van de schuldenaar. Bovendien werd de mogelijkheid tot het genieten van het voordeel van opschorting ingevoerd ten voordele van de natuurlijke persoon die zich kosteloos persoonlijk zeker heeft gesteld.

Voor meer informatie, zie onze nota over de bijgestuurde WCO (pdf, 177 KB).

Tussenstap organiseert vormingen over de gewijzigde WCO, zie: http://www.tussenstap.be/belangstellenden/opleidingen/economische_beroepen

 

Ø  Personen in collectieve schuldenregeling kunnen niet meer terecht in speelautomatenhallen, in casino’s en op kansspelwebsites

Personen die toegelaten werden tot de procedure collectieve schuldenregeling worden sinds 1 september 2013 automatisch uitgesloten uit de speelautomatenhallen, casino’s en kansspelwebsites (in toepassing van art. 54, §3.6 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen). Het toegangsverbod zal automatisch beëindigd worden wanneer de betrokken persoon van de lijst van personen in collectieve schuldenregeling verdwijnt, dus nadat deze procedure een einde neemt. De inwerkingtreding van deze maatregel werd al maanden verwacht, maar de voltooiing van de praktische uitvoeringsmodaliteiten op informaticavlak vertraagde de effectieve uitvoering van dit wetsartikel. Het is mogelijk dat je als schuldbemiddelaar vragen ontvangt over dergelijke weigeringen. Je kan de personen met deze vragen, indien gewenst, doorverwijzen naar het secretariaat van de Kansspelcommissie via telefoon (02/504.00.40) of per mail (barbara.masquelier@gamingcommission.be), of je kan doorverwijzen naar de site Gokhulp (http://www.gokhulp.be).

Op de site Gokhulp vind je als hulpverlener uitgebreide informatie terug over kansspelen en problemen die zich in dit verband kunnen stellen. Je vindt er eveneens meer informatie terug over de uitsluiting uit de kansspelinrichtingen en de gamingsites op vraag van derden die belang hebben bij deze zaak. Dit zijn dikwijls familieleden, maar ook medewerkers van OCMW’s, CAW’s, CGG’s enz.

Ø  Koninklijk besluit inzake waarschuwingsberichten om de kosten van mobiele telefonie/internet te beheersen

De populariteit van mobiele diensten leidt er vaak toe dat consumenten in hun enthousiasme de kosten uit het oog verliezen en zich dan geconfronteerd zien met onverwacht hoge facturen. De Europese wetgever erkende al langer dit probleem en heeft in de Verordening nr. 531/2012 onder meer bepaald dat gebruikers van hun operatoren een waarschuwing ontvangen wanneer hun verbruik een bepaalde bovengrens dreigt te overstijgen. Deze Europese reglementering was en is uitermate nuttig om een "bill shock" ten gevolge van astronomisch hoge rekeningen door mobiel telefoneren of internetten in het buitenland te vermijden. Deze Verordening was evenwel niet van toepassing in België op de abonnees van Belgische operatoren die in België gebruik maken van mobiele netwerken. Het viel moeilijk in te zien waarom in het kader van internationale communicaties wel voorzien werd in een dergelijke bescherming van de consumenten en waarom dat niet zou gelden t.a.v. nationale communicaties. Om die redenen heeft de wet van 10 juli 2012 houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie in artikel 112 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie (hierna genoemd "de WEC"), bepaald dat de Koning, na advies van het BIPT, de faciliteiten kan vaststellen die de operatoren moeten aanbieden om de kosten van elektronische communicatiediensten te beheersen, waaronder kosteloze waarschuwingen aan de consumenten in geval van abnormale of excessieve consumptiepatronen. Met het K.B. van 9 juli 2013 “inzake waarschuwingsberichten om de kosten van elektronische communicatiediensten te beheersen” (B.S. 23 juli 2013) werd aan art. 112 WEC uitvoering gegeven voor wat betreft de niet-grensoverschrijdende postpaid mobiele telefonie en het mobiele internet. Men zal er voor kunnen kiezen een “bovengrens” in te stellen, waarna men een bericht krijgt bij de overschrijding ervan. Bij gebrek aan keuze wordt deze grens automatisch op 50 euro overschrijding gezet. Indien men binnen zijn abonnement een maandelijks forfait betaalt (bv. 15 euro/maand voor 1000 sms’en en 2h30 belminuten naar alle netwerken), wordt in principe ook een (eerste) waarschuwingsbericht gestuurd na overschrijding van dit forfait. Het blijft evenwel ook mogelijk dat men ervoor kiest om dergelijke berichten nooit te krijgen (wat men dan wel ten alle tijde kan reactiveren). De operatoren hebben nog tot 1 februari 2014 om de nodige (technische) maatregelen te treffen.

Klik hierna om het Koninklijk besluit van 9 juli 2013 “inzake waarschuwingsberichten om de kosten van elektronische communicatiediensten te beheersen” (pdf, 126 KB) te raadplegen.

 

Ø  Koninklijk besluit betreffende de overdraagbaarheid van de nummers van de abonnees van elektronische communicatiediensten: “Durf vergelijken”!

Deze zomer verscheen het K.B. van 2 juli 2013 “betreffende de overdraagbaarheid van de nummers van de abonnees van elektronische communicatiediensten” in het Belgisch Staatsblad (B.S. 12 juli 2013). Het betreft in hoofdzaak regelgeving die geldt tussen operatoren wanneer met name een consument van operator wil veranderen en dit met behoud van zijn (vaste of mobiele) telefoonnummer. Om de overschakeling zo vlot mogelijk te laten verlopen is de nieuwe operator verantwoordelijk voor alle fases in dit proces, inclusief de opzegging van het bestaande contract bij de oude operator. De consument kan hierbij de datum kiezen waarop de overdracht uitgevoerd moet worden, die niet noodzakelijkerwijs moet samenvallen met de einddatum van het lopende contract (wat in de eerste zes maanden van het contract nog aanleiding kan geven tot het moeten betalen van een schadevergoeding aan de oude operator wegens voortijdige beëindiging van het contract, en van de eventuele restwaarde van een bij het aangaan van het contract verkregen promotioneel toestel tot 2 jaar na sluiting van het oude contract). Bedoeling was om dergelijke “switch” vlotter te laten verlopen (in principe binnen 1 dag), en met name ook compensaties voor de consument te bepalen indien er vertragingen voordoen. Hierbij is het vermelden waard dat de mogelijkheden van dit “switchen” van operator, in de veronderstelling naar een goedkopere operator (of een die meer dienstverlening aanbiedt in ruil voor minder geld), dit najaar extra in de verf worden gezet door de campagne “Durf Vergelijken” van de bevoegde minister van consumentenzaken, die zal lopen van 18 tot 29 november 2013. Mensen zullen worden geïnformeerd en gestimuleerd om de prijzen van de verschillende operatoren te vergelijken (via www.bestetarief.be) en over te stappen naar de betere operator. Hierbij zal in het bijzonder ook personeel van aan deze campagne deelnemende gemeenten (400 in België) worden ingeschakeld, om mensen te helpen die (administratieve) moeilijkheden zouden hebben dit alles zelfstandig te regelen.

Klik hierna om het Koninklijk Besluit van 2 juli 2013 “betreffende de overdraagbaarheid van de nummers van de abonnees van elektronische communicatiediensten” (pdf, 218 KB) te downloaden.

Klik hierna voor meer informatie over de campagne “Durf Vergelijken” op de website van de FOD Economie met onder andere een lijst van deelnemende gemeentes en wanneer er waar zitdagen zullen zijn.

 

Ø  Nieuwe inkomstengrenzen pro deo advocaat en rechtsbijstand vanaf 1 september 2013

De geïndexeerde inkomstengrenzen voor het recht op juridische tweedelijnsbijstand (“pro deo advocaat”) en het recht op rechtsbijstand werden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 19 augustus 2013. De nieuwe inkomstengrenzen, die vanaf 1 september 2013 gelden, zijn:

Voor alleenstaanden: max. € 942,00 netto/maand (volledige kosteloosheid) en tussen € 942,00 en € 1.210,00 netto/maand (gedeeltelijke kosteloosheid)

Voor gehuwden, samenwonenden en alleensstaanden met perso(o)n(en) ten laste: max. € 1.210,00 netto/maand als gezinsinkomen (volledige kosteloosheid) en tussen € 1.210,00 en € 1.477,00 netto/maand als gezinsinkomen (gedeeltelijke kosteloosheid)

Voor meer info, zie ook http://www.advocaat.be/page.aspx?genericid=75.

 


Opvallende rechtspraak

Ø  Verplichte opleiding voor advocaten-schuldbemiddelaars houdt stand

Bij wet van 26 maart 2012 werden ook advocaten die aangesteld willen worden als schuldbemiddelaar in het kader van een procedure collectieve schuldenregeling onderworpen aan een erkenningsplicht (net als een aantal andere beroepsgroepen). De concrete erkenningsvoorwaarden moeten nog bij Koninklijk Besluit vastgelegd worden, maar de wet bepaalt alvast dat een erkenning slechts kan worden verleend “indien de schuldbemiddelaar de daartoe door de bevoegde overheid georganiseerde opleiding heeft gevolgd”. De Orde van Vlaamse Balies (OVB) trok naar het Grondwettelijk Hof om deze opleidingsverplichting te laten vernietigen. In arrest nr. 118/2013 van 7 augustus 2013 van het Grondwettelijk Hof werd dit verzoek afgewezen.

Voor meer informatie, zie onze nota over dit arrest inzake de erkenningsvoorwaarden voor advocaten-schuldbemiddelaars (pdf, 150 KB)

 

Ø  Belgisch verbod op een “gezamenlijk aanbod” waarvan één der bestanddelen een financiële dienst is, houdt stand

Toen de nieuwe Wet op de Marktpraktijken en de Bescherming van de Consument (‘”de WMPC”) van 2010 in voege trad, werd in België voor het eerst een belangrijk  principe inzake consumentenbescherming omgedraaid. Voorheen gold een verbod op elk “gezamenlijk aanbod” behoudens wettelijke uitzondering. Een onderneming mocht dus vroeger niet een hoofdproduct of -dienst aanbieden gekoppeld aan een ander product of een andere dienst, in veel gevallen voorgesteld als een voordelige aankoop, om de klant tot kopen aan te sporen. Sedert 2010 is het evenwel zo dat het “gezamenlijk aanbod” van producten en/of diensten wel toegelaten is in België (in de mate dat het geen oneerlijke handelspraktijk uitmaakt) maar niet wanneer één der elementen van het gezamenlijk aanbod een financiële dienst is (bv. een gsm-abonnement en een kredietopening). Deze vorm van “gezamenlijk aanbod” is dus op heden nog steeds verboden in België  en dit met name krachtens artikel 72 WMPC. Onlangs werd dit verbod getoetst op haar verenigbaarheid met Europees recht en het verbod heeft de toets doorstaan. Het verbod wordt niet strijdig geacht met EU-wetgeving, en het Hof oordeelde hierbij het volgende: “Wat de geschiktheid van artikel 72 van de wet van 6 april 2010 betreft, zij vastgesteld dat financiële diensten van nature complex zijn en bijzondere risico’s inhouden waarover de consument niet altijd voldoende is voorgelicht. Voorts kan een gezamenlijk aanbod op zich bij de consument het idee van een prijsvoordeel wekken. Bijgevolg houdt een gezamenlijk aanbod waarvan een van de bestanddelen een financiële dienst is, een verhoogd risico in op een gebrek aan transparantie met betrekking tot de voorwaarden voor en de prijs en de exacte inhoud van die dienst. Derhalve kan een dergelijk aanbod de consument misleiden aangaande de werkelijke inhoud en eigenschappen van de aangeboden combinatie en hem tegelijkertijd de mogelijkheid ontnemen om de prijs en de kwaliteit van dit aanbod te vergelijken met soortgelijke prestaties van andere marktdeelnemers. Bijgevolg kan een wettelijk verbod op gezamenlijke aanbiedingen die minstens één financiële dienst omvatten, bijdragen tot de bescherming van de consument. (...) Bijgevolg gaat het algemene verbod op gezamenlijke aanbiedingen waarvan minstens één bestanddeel een financiële dienst is zoals bedoeld in artikel 72 van de wet van 6 april 2010, niet verder dan noodzakelijk is om het in richtlijn 2005/29 bedoelde hoge niveau van consumentenbescherming te bereiken, en meer in het bijzonder om de economische belangen van de consument in de sector van de financiële dienstverlening te beschermen.

Download het arrest van het Hof van Justitie van 18 juli 2013 via volgende link: http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=CELEX:62012CJ0265:NL:HTML

 

Ø  Grondwettelijk Hof vernietigt uitsluiting beoefenaars vrije beroepen uit het toepassingsgebied van de WMPC

De Wet Marktpraktijken (afgekort: WMPC) is, net zoals de Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken waarop zij grotendeels steunt, van toepassing op “ondernemingen”. Het begrip “onderneming” in de zin van het recht van de Europese Unie omvat ook de beoefenaars van een vrij beroep (HvJ, 12 september 2000, C-180/98-C-184/98, Pavlov e.a., punt 77; 19 februari 2002, C-309/99, Wouters e.a., punten 45-49). In tegenstelling tot de Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken, sluit artikel 3, §2 WMPC evenwel de beoefenaars van een vrij beroep, alsook de tandartsen en de kinesisten, uit van haar toepassingsgebied. De “beoefenaar van een vrij beroep” wordt door artikel 2, 2° WMPC gedefinieerd als “elke onderneming die geen koopman is in de zin van artikel 1 van het Wetboek van koophandel en die onderworpen is aan een bij wet opgericht tuchtorgaan”. In het arrest nr. 99/2013 van 9 juli 2013 vernietigt het Grondwettelijk Hof de artikelen 2, 2° en 3, §2 WMPC. Het Hof wijst er o.m. op dat er niet wordt verantwoord waarom voor bepaalde door beoefenaars van vrije beroepen verrichte daden niet dezelfde bescherming van de consument en van de concurrent bestaat als onder de WMPC.

Download het integrale arrest nr. 99/2013 van 9 juli 2013 van het Grondwettelijk Hof via de volgende link www.const-court.be/public/n/2013/2013-099n.pdf

 

Ø  Netbeheerders vallen ook onder de toepassing van de WMPC en de leer inzake de onrechtmatige bedingen in het bijzonder

Er is al enige tijd discussie over de toepassing van de Wet op de Marktpraktijken en de Bescherming van de Consument (“de WMPC”) op ((semi-) autonome) overheidsbedrijven en in het bijzonder over de toepassing van de regelen inzake de “onrechtmatige bedingen” in (eenzijdig opgestelde en niet na onderhandeling tot stand gekomen) “algemene reglementen” van deze bedrijven. Het betreft onder meer de toepassing van deze regelen op de NMBS, De Lijn, de Watergroep enz. in relatie met de verbruiker van hun diensten. In een arrest van 9 juli 2013 besliste het Grondwettelijk Hof in dit verband het volgende:  In die zin geïnterpreteerd dat zij de consument die een overeenkomst zou sluiten met een in het voormelde decreet van 12 april 2001 beoogde netbeheerder, verbieden om het in de artikelen 74 en volgende van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming bepaalde verbod op onrechtmatige bedingen te genieten, schenden dezelfde bepalingen de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. In die zin geïnterpreteerd dat zij de consument die een overeenkomst zou sluiten met een in het voormelde decreet van 12 april 2001 beoogde netbeheerder, niet verbieden om het in de artikelen 74 en volgende van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming bepaalde verbod op onrechtmatige bedingen te genieten, schenden dezelfde bepalingen de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet.” Aldus lijkt het er meer en meer op dat overheidsbedrijven, zeker wat betreft de dienstverlening die “niet bestaat in de uitoefening van prerogatieven die typische prerogatieven van het openbaar gezag” zijn, onderworpen aan de WMPC zijn en dit met name wanneer ze “een economische activiteit die niet noodzakelijk moet worden verzorgd door de overheid” uitoefenen.

Klik hierna voor dit arrest nr. 101/2013 van het Grondwettelijk Hof van 9 juli 2013 via de volgende link www.const-court.be/public/n/2013/2013-101n.pdf

 

Ø  Kwijtschelding in het kader van de collectieve schuldenregeling geldt niet ten aanzien van de hoofdelijke schuldenaars van een fiscale schuld die geen collectieve schuldenregeling hebben aangevraagd en genieten

Art. 1285 van het Burgerlijk Wetboek (“B.W.”) bepaalt het volgende: “Art. 1285. Kwijtschelding of ontslag bij overeenkomst ten voordele van een van de hoofdelijke medeschuldenaars, bevrijdt al de overigen, tenzij de schuldeiser zich uitdrukkelijk zijn rechten tegen hen heeft voorbehouden.In dit laatste geval kan hij de schuld niet invorderen dan na aftrek van het aandeel van degene aan wie hij kwijtschelding verleend heeft.” Het Hof van Beroep te Gent moest zich uitspreken of deze regel desgevallend ook van toepassing is bij fiscale schulden waarvan één der hoofdelijk aansprakelijken wel in collectieve schuldenregeling zit, en in dat kader kwijtschelding verkreeg, en de andere geen collectieve schuldenregeling had. In een arrest van 27 november 2012 oordeelde het Hof van niet omdat art. 1282 e.v. enkel toepassing vindt bij schulden “uit verbintenissen” en niet bij fiscale schulden, die ontstaan “uit de wet”. In casu kon de fiscus aldus nog steeds het volledige openstaande saldo invorderen bij de hoofdelijk aansprakelijke medeschuldenaar die niet in collectieve schuldenregeling zat. Het betrof overigens een beslastingaanslag gevestigd in hoofde van twee gehuwden die krachtens 1408 B.W. gemeenschappelijk waren en waarna dus slechts één der echtgenoten een collectieve schuldenregeling aanvroeg en bekwam.

Klik hierna om het betreffende arrest van het Hof van Beroep van Gent (pdf, 142 KB)te lezen.


Interessante publicaties

Ø  Stress van geldtekort tast denkvermogen aan

In een onlangs gepubliceerd Science-artikel en in het recentelijk verschenen boek “Scarcity: why having too little means so much” wijzen Harvard-econoom Sendhil Mullainathan en Princeton-psycholoog Eldar Shafir erop dat geldtekort tot zo veel stress leidt dat het bijna onvermijdelijk is dat arme mensen slechtere beslissingen nemen op tal van terreinen. Meer in het algemeen is het zo dat de hersenen van de mens anders werken wanneer hij/zij met een tekort wordt geconfronteerd en dit geldt dus ook wanneer het specifiek een geldtekort betreft. Door het (geld)tekort focussen de hersenen op de meest dringende noden. Keerzijde van de medaille is echter dat horizon en perspectief worden ingeperkt tot (het zoeken van oplossingen voor) dit (geld)gebrek, waardoor een gevaarlijke tunnelvisie dreigt.

Voor meer info, zie o.m.:

http://www.sciencemag.org/content/341/6149/976

http://www.express.be/business/nl/economy/de-psychologie-achter-schaarste-waarom-te-weinig-hebben-zo-veel-betekent/195237.htm

http://www.nrc.nl/carriere/2013/09/09/wat-doen-we-met-slechte-managers-2/

 

Ø  Onderzoeksrapport rond e-marketing en minderjarigen

Het Observatorium van de Rechten op het Internet publiceerde een rapport rond e-marketing en minderjarigen. Hierin worden o.m. de verschillende manieren van e-marketing besproken (online adverteren, mengeling van communicatie en online marketing, e-mail marketing, Search Engine Marketing, ..). Het rapport bevat ook een overzicht van onderzoeken rond reclames gericht op jongeren en kinderen. Ook de juridische aspecten inzake deze thematiek, alsook een aantal aanbevelingen, staan te lezen in het rapport “E-marketing & minderjarigen” van het Observatorium van de Rechten op het Internet.

Je kan dit rapport downloaden via volgende link: http://www.internet-observatory.be/internet_observatory/pdf/E-marketing_report_nl.pdf

 

Ø  Onderzoek naar basisschoolkinderen en hun geldzaken

Het rapport “Kinderonderzoek 2013. Onderzoek naar basisschoolkinderen en hun geldzaken” van het Nibud (het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting in Nederland) wil inzicht verschaffen in het financieel gedrag van kinderen van 5 tot 12 jaar. In dit onderzoek werden 1.622 ouders ondervraagd over het financieel gedrag en de financiële situatie van hun kind. Het zijn dus niet de kinderen zelf, maar hun ouders die antwoord gaven op vragen zoals inkomsten, bestedingsgedrag, spaar-en pingedrag, besef van de waarde en functie van geld, hoe omgaan met geld en hoe ze samen met hun kind met geld bezig zijn. Volgende onderwerpen komen aan bod: zakgeld, betaalde klusjes, bestedingsbedrag, bankzaken en sparen, kosten mobiele telefoon, waarde van het geld en de invloed van reclame op het kind.

Je kan dit rapport downloaden via volgende link: http://www.nibud.nl/fileadmin/user_upload/Documenten/PDF/2013/Nibud-kinderonderzoek2013.pdf 

 

Ø  Jaarverslag 2012 NVVK

De NVVK (koepelorganisatie voor professionele schuldhulpverlening en sociale kredietverlening in Nederland) heeft in juni 2013 het “Jaarverslag over 2012” gepresenteerd. Daarin valt o.m. te lezen dat het aantal hulpaanvragen is toegenomen: in 2012 meldden zich 84.000 mensen bij de NVVK-leden voor schuldhulpverlening. Dit is bijna een verdubbeling in vergelijking met 2008. De gemiddelde schuld waarmee de klanten van de schuldhulpverlening worden geconfronteerd nam eveneens toe. In 2008 lag het gemiddelde bedrag op een kleine 30.000 euro, in 2012 is dit opgelopen tot meer dan 33.000 euro.  Behalve cijfergegevens bevat dit jaarverslag ook de resultaten van projecten die de NVVK uitvoerde in het kader van het programma Effectieve schuldhulp.

Je kan het integrale jaarverslag downloaden via volgende link: http://www.nvvk.eu/images/pdfs/Jaarverslag%20NVVK%202012.pdf

 

Ø  Jaarverslag 2012 FSMA

De Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) heeft haar jaarverslag 2012 gepubliceerd. Het jaarverslag geeft toelichting bij de werkzaamheden en initiatieven die in de loop van het voorbije jaar genomen zijn en maakt een stand van zaken op na de eerste twee werkingsjaren. Er wordt o.m. toelichting verschaft bij de lancering van Wikifin.be, het nieuwe programma voor financiële vorming. De website Wikifin.be is beschikbaar, met onder meer de spaarsimulator, en wordt in 2013 verder aangevuld met een benadering via 'levensmomenten'.

Je kan het integrale jaarverslag downloaden via volgende link: http://www.fsma.be/nl/doormat/publications/~/media/files/fsmafiles/pub/nl/fsma_2012.ashx 


Cebud organiseert vormingen rond de referentiebudgetten voor de Vlaamse OCMW’s

In mei 2009 verscheen het boek “Wat heeft een gezin minimaal nodig? Een budgetstandaard voor Vlaanderen”, waarin voor de eerste maal referentiebudgetten uitgewerkt werden voor Vlaanderen. Het betreft een wetenschappelijk onderbouwde richtnorm om uitspraken te doen over de hoeveelheid financiële middelen die mensen nodig hebben om op menswaardige manier te participeren aan onze samenleving.  (zie www.menswaardiginkomen.be).

Om de toepassingsmogelijkheden van de referentiebudgetten uit te breiden, gaf de Programmatorische Overheidsdienst Wetenschapsbeleid de onderzoekers de opdracht om referentiebudgetten uit te werken voor een groot aantal Belgische typegezinnen. Onderzoekers van de Universiteit van Antwerpen, de universiteit van Luik en Thomas More sloegen de handen in elkaar en ontwikkelden niet alleen referentiebudgetten voor een menswaardig leven in een Waalse en Brusselse samenleving (zie http://www.belspo.be/belspo/organisation/publ/pub_ostc/AP/rAP40_2.pdf), hiernaast breidden zij ook het aantal typegezinnen en leefsituaties in sterke mate uit. Omdat de veelheid aan individuele situaties in de praktijk niet altijd zo gemakkelijk hanteerbaar is, ontwikkelden de onderzoekers REMI, een instrument dat maatschappelijk werkers toelaat om een richtbudget te berekenen dat, aangepast aan de individuele cliëntsituatie, een menswaardig inkomen garandeert (zie http://www.cebud.be/wetenschap_remi.php).

In 2012 werd de effectiviteit van REMI onderzocht en werd nagegaan of de applicatie werkt en effectief is, wat ze meebrengt aan financiële en administratieve draaglast voor de organisatie, en of ze inzetbaar is als educatief instrument in de individuele begeleiding van cliënten en bewustwording van maatschappelijk werkers en raadsleden (zie http://www.mi-is.be/sites/default/files/doc/eindrapport_referentiebudgetten_voor_een_menswaardig_inkomen_-_een_webapplicatie_20120928.pdf?utm_medium=email&utm_campaign=e-cho%20juni%202013&utm_content=e-cho%20juni%202013+CID_448114cc092266ac84b8d0cbfef47997&utm_source=Email%20marketing%20software&utm_term=document).

In het najaar van 2013 zal REMI worden aangeboden aan de Vlaamse OCMW’s.  Voor zij die geïnteresseerd zijn in de theoretische kaders achter de referentiebudgetten en ook meer inzicht willen krijgen in welke maatregelen op lokaal niveau nodig zijn om de individuele en maatschappelijke voorwaarden te realiseren met het oog op het garanderen van een menswaardig leven aan alle inwoners, biedt CEBUD vanaf oktober meer bepaald een boeiende in-house vorming, met bijhorende handleiding aan. In een latere fase zal ook REDI worden aangeboden aan de Franstalige OCMW-besturen.

Voor meer info, zie http://www.cebud.be/vorming_menswaardig.php.

 


Uitsmijter: zeven eigenschappen voor een leven zonder schulden(problemen)

Sommige gezinnen slagen erin 40.000 dollar af te betalen op twee jaar tijd alhoewel zij slechts een jaarinkomen van 35.000 dollar hebben. Andere gezinnen hebben moeite om rond te komen met een jaarinkomen van 100.000 dollar. Hoe komt dit? In het artikel “7 Characteristics of Debt-Free People” beschrijft de Amerikaanse auteur en blogger Dave Ramsey 7 eigenschappen die (zouden) helpen om uit de schulden te komen of blijven. Mensen zonder schulden(problemen):

  1. gaan op een verstandige manier om met geld en zijn terughoudend bij het aangaan van schulden;
  2. zijn geduldig, vermijden impulsaankopen en kunnen aankopen uitstellen;
  3. hebben zelfvertrouwen en trekken zich weinig aan van wat anderen vinden van hun (sobere) manier van leven;
  4. stellen doelen voorop en plannen via tussenstappen hoe ze die doelen willen halen;
  5. nemen verantwoordelijkheid voor hun financiële situatie op en nemen op een mature manier maatregelen om snel de schulden af te betalen;
  6. zijn niet materialistisch ingesteld;
  7. zijn bereid om offers te maken en uitgaven zoals etentjes (tijdelijk) op te geven.

Lees meer: http://www.daveramsey.com/blog/7-characteristics-of-debt-free-people?et_cid=2505760&et_rid=0&linkid&goback=.gde_2510249_member_238632403