Klein lettertype instellen Normaal lettertype instellen Groot lettertype instellen
 

Nieuws

Halt aan nutteloze schuldinvorderingskosten!


In Nederland woedt al een hele tijd een hevig debat over de schuldenproblematiek. Zo werd in november en december 2016 de documentaireserie “Schuldig daar uitgezonden. Je kan de zes afleveringen hiervan hier (her)bekijken. In De Correspondent verschenen dan weer de artikels “Onze incassoindustrie: eerst maken we schulden tot 2,5 keer hoger, dan sturen we dure hulpverleners op je af” en “De schuldsanering is vernederend, duur en ineffectief. Maar het kan anders”. In deze artikels wordt onder meer gepleit voor een overname van het Zweedse systeem, waar een “Koninklijk Incassobureau” bestaat dat niet alleen als enige instantie beslag mag leggen, maar ook hulp biedt aan schuldenaren en bindende betalingsregelingen voorstelt aan schuldeisers. De auteur van deze artikels verwijst ook naar het soepele Amerikaanse systeem van “persoonlijk faillissement” dat de schuldenaar niet jarenlang laat bloeden voor de schuldeisers: “Afscheid nemen van je schulden is in de VS doodeenvoudig. Je stapt naar de rechtbank met een verzoek om schuldverlichting. Je levert een lijst met je bezittingen aan. Je draagt bezittingen die niet op een lange lijst van uitzonderingen  staan over aan de rechtbank. En voilà: de rechter verleent je een schone lei. Het hele proces duurt doorgaans niet langer dan een maand of drie en elke Amerikaan krijgt eens in de acht jaar de mogelijkheid om gebruik te maken van zo’n persoonlijk faillissement.”

In Vlaanderen gaat sp.a-voorzitter John Crombez de strijd aan met wat hij de “schuldindustrie” noemt. Ook Apache-journaliste Kaja Verbeke heeft zich onlangs vastgebeten in deze thematiek, hetgeen resulteerde in de artikelen “Van een accordeon naar de rand van de afgrond”, “Schulden bij de overheid, schulden bij een goede vriend” en “Brood op afbetaling: collectieve schuldenregeling in België”.

Verder kunnen we in de Humo van deze week het artikel "Hoe de incassomaffia van een factuur van 100 euro een vordering van 1.038 euro maakt" lezen.

Leidt dit debat tot een fundamentele bijsturing van ons schuldinvorderingsbeleid, tot geleidelijke aanpassingen of tot niets? De toekomst zal het uitwijzen. In elk geval is het nu reeds zo dat onevenredig hoge schadevergoedingen (in algemene voorwaarden of contracten) nietig zijn op grond van artikel VI.83, 24° Wetboek Economisch Recht.

Hiernaast bepaalt artikel 866 Gerechtelijk Wetboek nu reeds dat “de proceshandelingen en akten die nietig zijn of nodeloze kosten veroorzaken door toedoen van een ministerieel ambtenaar [lees: gerechtsdeurwaarder]”, te zijnen laste vallen. Een gerechtsdeurwaarder die nodeloos beslag legt, bijvoorbeeld nadat een afbetaalplan werd toegestaan dat correct wordt nageleefd, kan dus zelf veroordeeld worden tot het dragen van de kosten hiervan.

En recentelijk werd bovendien volgende bijkomende zin ingevoegd in artikel 1017, eerste lid van het Gerechtelijk Wetboek:

Niettemin worden nutteloze kosten, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022, zelfs ambtshalve ten laste gelegd van de partij die ze foutief heeft veroorzaakt"

(ingevoegd door art. 81 van de wet van 25 december 2016 “tot wijziging van de rechtspositie van de gedetineerden en van het toezicht op de gevangenissen en houdende diverse bepalingen inzake justitie”, B.S. 30 december 2016).

Deze nieuwe bepaling voert een uitzondering in op het principe dat de verliezende partij veroordeeld wordt tot de gerechtskosten: als de winnende partij foutief nutteloze gerechtskosten maakte, moet hij hier zelf voor opdraaien, ook al wint hij de rechtszaak.

In de Memorie van Toelichting bij deze nieuwe bepaling wordt verwezen naar de bestaande rechtspraak die de gerechtskosten die op  foutieve  wijze  werden veroorzaakt reeds ten laste van de winnende partij legde, omdat ze nutteloos waren. In dezelfde Memorie van Toelichting wijst men erop dat er onder meer sprake is van dergelijke nutteloze kosten wanneer het proces overbodig was, wanneer de winnende partij niet loyaal heeft meegewerkt aan de bewijsgaring, wanneer geprocedeerd wordt zonder rekening te houden met de disproportionaliteit van de gerechtskosten, wanneer gedagvaard wordt terwijl de vordering bij (goedkoper) verzoekschrift of conclusie kon worden ingesteld, wanneer overbodige  onderzoeksmaatregelen  worden  bevolen, enz... Kortom: wanneer algemeen gezondigd wordt tegen de beginselen  van  proceseconomie  en  procesloyauteit (zie Cass. 24 april 1978, Arr. Cass. 1978, 965 en Cass. 14 mei 20 01, Arr. Cass. 2001, 885; o.a. G. De Leval e.a., Droit Judiciaire. Tome 2. Manuel de procédure civile,Brussel, Larcier, 2015, blz. 274-275).

Met deze nieuwe bepaling wil de wetgever (onder meer) vermijden dat de rechtbanken overspoeld blijven worden met de invorderingen van onbetwiste geldschulden van professionelen. Voor zo’n zaken kan op heden immers via een gerechtsdeurwaarder een uitvoerbare titel bekomen worden, zonder gerechtelijke tussenkomst.

Ten aanzien van particulieren bestaat zo geen specifieke invorderingsprocedure, maar de nieuwe bepaling kan ook voor hen nuttig zijn. Wanneer je geconfronteerd wordt met een gerechtelijke schuldinvordering en er elementen zijn die erop kunnen wijzen dat er op foutieve wijze nutteloze kosten werden gemaakt, is het dus zeker zinvol om te verwijzen naar deze nieuwe bepaling. Hiermee kan je (proberen) vermijden dat de schuldenaar tot de gerechtskosten (met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding) veroordeeld wordt.

In het artikel “De wijziging van art. 1017, eerste lid Ger.W.: zotte kosten?”hebben Dirk Scheers en Pierre Thiriar wel bedenkingen bij het feit dat de nieuwe bepaling zowel spreekt over “nutteloze kosten” als over “foutief veroorzaakt”: “Zo bepaalt art. 1017, eerste lid Ger.W., ingevolge een amendement op het oorspronkelijke wetsontwerp, dat de nutteloze kosten ten laste van de in het gelijk gestelde partij worden gelegd wanneer zij deze kosten foutief heeft veroorzaakt. Ofwel worden de termen ‘nutteloze kosten’ en ‘foutief veroorzaakt’ door de wet gelijkgesteld, wat dit amendement totaal nutteloos zou maken, ofwel is de vereiste van een onrechtmatige daad van de in het gelijk gestelde partij (foutief handelen) door dit amendement in de wetswijziging binnengeslopen.”(zie het Rechtskundig Weekblad van 18 februari 2017 voor het integrale artikel).

Hoe dan ook: deze bepaling kan er hopelijk toe bijdragen dat een halt wordt toegeroepen aan nutteloze schuldinvorderingskosten. Rechters zijn er nu immers ambtshalve toe verplicht om deze bepaling toe te passen.

Vragen, opmerkingen of suggesties hierbij kan je mailen naar mohamed.elomari@vlaamscentrumschuldenlast.be.