Klein lettertype instellen Normaal lettertype instellen Groot lettertype instellen
 

Nieuws

Di Rupo I en de strijd tegen schulden(over)last: het glas lijkt halfvol...


Het voorbije jaar was vrij rustig op wetgevend vlak maar voor de resterende duur van deze federale legislatuur mag u zich aan heel wat nieuwigheden verwachten. In het kader van de strijd tegen de overmatige schuldenlast bevat het regeerakkoord van de regering Di Rupo I heel wat goede voornemens maar veel zal afhangen van de wijze waarop deze voornemens geconcretiseerd zullen worden en hoeveel middelen hiervoor ingezet zullen worden. Het valt in dit verband op dat het regeerakkoord soms héél vaag of zelfs onzorgvuldig geformuleerd is. Een aantal aanbevelingen van het VCS vond bovendien totaal geen gehoor bij de regeringsonderhandelaars. Zo werd bv. niet ingegaan op de vraag om de spiraal van schuldoverlast te doorbreken door art. 1254 Burgerlijk Wetboek te wijzigen zodat alle aflossingen betaald door de schuldenaar eerst op de hoofdsommen toegerekend worden en pas nadien op de kosten en de interesten.

Een aantal maatregelen die wel opgenomen zijn in het regeerakkoord Di Rupo I, hebben betrekking op volgende materies, die we hierna meer in detail zullen bespreken:

·         collectieve schuldenregeling

·         minnelijke invordering van schulden

·         gerechtelijke invordering van schulden en het statuut van de gerechtsdeurwaarder

·         beheersen van gerechtskosten

·         kredietverstrekking

·         de FSMA

·         consumentenbescherming

·         buitengerechtelijke geschillenbeslechting

·         onredelijk hoge verbrekingsbedingen

·         telecomschulden

·         energieschulden

·         hypothecair krediet

·         procedure tot collectieve schadeafwikkeling

·         overlevingsschulden en koopkracht

·         gezondheidsschulden

·         zelfstandigen en schuldoverlast

·         rechtshulp en rechtsbijstand

·        summiere rechtspleging om betaling te bevelen (en het betalingsbevel)

Bespreking in detail:

·         De procedure collectieve schuldenregeling zal verbeterd worden, o.a. door te zorgen voor een betere communicatie tussen de schuldbemiddelaar en de schuldenaar. Het VCS onderschrijft deze doelstelling maar benadrukt dat de procedure CSR ook op heel wat andere punten aangepast moet worden:

 - De positie van de schuldenaar en zijn gezin tijdens de procedure collectieve schuldenregeling moet verbeterd worden. De wet moet aangevuld worden met een verplichting voor de schuldbemiddelaar om actief te informeren en te communiceren.

- Er moet een verplichting ingevoerd worden om in het jaarverslag voldoende informatie op te nemen (overzicht van de financiële verrichtingen op de rubriekrekening, van de reeds betaalde en de nog openstaande schulden...). Dit jaarverslag moet ook aan de schuldenaar verstuurd worden.

- Er moeten meer garanties komen voor de schuldenaar en zijn gezin om daadwerkelijk en tijdig voldoende leefgeld te ontvangen om menswaardig te kunnen leven.

- Voor personen die zwakker in hun schoenen staan, moet het recht op bijstand van een vertrouwenspersoon ingeschreven worden in de wet.

- Er is nood aan een efficiënte en snelle procedure voor de beslechting van geschillen tussen schuldenaar en schuldbemiddelaar (bv. bij geschillen over leefgeld of gebrekkige communicatie). Er is ook nood aan een meer efficiënte tuchtprocedure voor schuldbemiddelaars die hun opdracht niet naar behoren uitvoeren. Het arbeidsauditoraat zou op beide vlakken een meer actieve rol kunnen opnemen.

-  In het kader van de rechtszekerheid, moeten een aantal technische mankementen, onvolledigheden in de wet, alsook een aantal kwesties die uiteenlopend geïnterpreteerd worden, gebundeld worden en via een wetgevend ingrijpen weggewerkt worden.

·         Op het vlak van de minnelijke invordering van schulden, stelt de regering zicht tot doel om de procedure voor minnelijke schuldinvordering te evalueren en te verbeteren teneinde meer rekening te houden met de belangen van de consumenten. Zo zal onder meer het kader voor het optreden van gerechtsdeurwaarders, incassobureaus en advocaten verduidelijkt worden. Het VCS benadrukt in dit verband dat er, voor wat betreft betwistingen over de naleving van de Wet Minnelijke Invordering, nood is aan een doeltreffend controleorgaan en een onafhankelijke bemiddelingsinstantie, die ook bevoegd zijn voor inbreuken door gerechtsdeurwaarders en advocaten. Om verwarring te vermijden tussen de minnelijke en de gerechtelijke invordering, dient er ook een verbod te komen op het gebruik van de titel “gerechtsdeurwaarder” bij minnelijke invorderingen.

·         Op het vlak van de gerechtelijke invordering zal een hervorming van het statuut van de gerechtsdeurwaarders doorgevoerd worden. Bij het uitwerken van een nieuw statuut voor de gerechtsdeurwaarder, moet volgens het VCS duidelijk bepaald worden dat hij ook een sociale opdracht heeft en dat hij ten dienste moet staan van alle rechtszoekende burgers en dus niet alleen van de schuldeisers. Er moet ook een actieve informatieplicht ingevoerd worden voor een gerechtsdeurwaarder die schulden gerechtelijk invordert. Hij moet de schuldenaar spontaan en actief informeren over diens rechten (o.m. procedures waarop hij beroep kan doen) en plichten. Hiernaast is er nood aan een onafhankelijke en efficiënte klachteninstantie die klachten omtrent wanpraktijken van gerechtsdeurwaarders kan behandelen en sanctioneren. Misbruiken en het aanrekenen van nodeloze kosten kunnen hier aangemeld worden en opgevolgd en gesanctioneerd worden. Het VCS wijst tevens op de ruimere noodzaak om het beslagrecht te moderniseren. Er moet o.m. meer transparantie komen in de tarieven van gerechtsdeurwaarders (het vermijden van overbodige kosten moet hierbij een belangrijk uitgangspunt zijn), te dure en nutteloze beslagleggingen moeten ontmoedigd worden, de lijst van niet-beslagbare goederen moet geactualiseerd worden en er is ook nood aan een vereenvoudiging van het taalgebruik in akten. Dit geldt zowel voor akten die van de rechtbanken uitgaan (oproepingen, vonnissen…) als voor akten die door gerechtsdeurwaarders worden opgemaakt (dagvaardingen, processen-verbaal van beslaglegging…).

·         Het regeerakkoord stelt weliswaar dat “de regering een samenhangend beleid zal voeren inzake het beheersen van de gerechtskosten, in het bijzonder in strafzaken, en dit op alle niveaus van de rechtspleging”, maar hiermee bedoelt men blijkbaar vooral het beheersen van de kosten voor de overheid. Het regeerakkoord heeft daarentegen weinig oog voor het beheersen van de kosten die de gerechtelijke invordering van schulden voor de schuldenaar met zich meebrengt. Er kan in dit verband verwezen worden naar het feit dat het regeerakkoord de gerechtsdeurwaarders aan de BTW-plicht onderwerpt, hetgeen de invorderingskosten waarvoor schuldenaars moeten opdraaien nog meer omhoog zal drijven. Het ontstaan van een invorderingsindustrie, die niet-betaalde of betwiste facturen soms héél snel gerechtelijk invordert en waarbij de advocaat slecht een soort koeriersdienst vervult, laat de regering blijkbaar koud. Nochtans komst dit noch de schuldenaar noch de reeds overbevraagde rechtbanken ten goede. Het VCS onderstreept dan ook de noodzaak om op ook op dit vlak maatregelen ten nemen teneinde ervoor te zorgen dat de toegekende kosten voor een gerechtelijke invordering steeds in verhouding staan tot de reële kosten van de invordering. Dit kan bv. door aparte (lagere) rechtsplegingsvergoedingen te voorzien voor de (standaard)invordering van bepaalde types facturen.

·         De regering zal de strijd tegen overmatige schulden versterken via een controle op agressieve kredietpraktijken en kredietreclames en een versterking van de regels inzake kredietopeningen. De controle op de solvabiliteit van de ontlener m.b.t. de toegang tot kredietkaarten en andere kredietvormen evenals op de regels inzake kredietreclames zal opgevoerd worden en de kredietgevers en –bemiddelaars zullen geresponsabiliseerd worden. Deze voornemens kunnen toegejuicht worden maar er is ook nood aan een consequente en, voor zware of herhaalde inbreuken, strengere sanctionering. Uit de praktijk van de instellingen voor schuldbemiddeling blijkt immers dat misleidende en agressieve verkopers en kredietverstrekkers zich nauwelijks zorgen om maken over een eventuele sanctionering. Sancties zoals de intrekking van de vergunning om kredieten te verstrekken, de kwijtschelding van intresten en schadevergoedingen of een strafrechtelijke vervolging bij de zwaarste inbreuken blijven maar al te vaak dode letter. De FOD Economie, de financiële parketten en de magistraten moeten hier in de toekomst een prioriteit van maken. Het VCS benadrukt tevens dat er nood is aan een duidelijke reglementering van het statuut voor de kredietbemiddelaars (en het prudentieel toezicht hierop) en bij de uitwerking hiervan moet er voldoende aandacht besteed worden aan de bescherming van de (zwakke) consument.

·         De rol van het Parlement inzake controle op de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) wordt versterkt teneinde er een sterke en onafhankelijke regulator van te maken die ten dienste van de consument van financiële diensten staat (bankmobiliteit, vergunning van de tussenpersonen voor financiële producten en diensten, versterking van de voorafgaande controles van elk product en de aanduiding van hun risicograad voor de uitgifte, nazicht van de kwaliteitslabels, bedenktermijnen, financiële opvoeding, bemiddeling, klachtenbehandeling).

·         Het consumentenrecht zal geëvalueerd en hervormd worden met het oog op het wegwerken van de lacunes in de huidige regelgeving en teneinde een betere consumentbescherming te waarborgen. Het VCS benadrukt in dit verband dat de regering zich ertoe moet engageren om de afbouw van onze consumentenbescherming door de Europese beslissingsorganen actief tegen te gaan.

·         Op het vlak van de buitengerechtelijke geschillenbeslechting, wil de regering “snelle en doeltreffende middelen verschaffen om consumentengeschillen op te lossen door een verbetering van openbare en privé-initiatieven zoals de ombudsdiensten of de Geschillencommissie”. Het VCS meent dat de federale overheid de bemiddeling en de buitengerechtelijke geschillenoplossing actiever moet promoten en ondersteunen. De beschikbaarheid en de bereikbaarheid van informatie over verschillende ombudsdiensten en geschillencommissies en over de mogelijkheden die de Bemiddelingswet biedt, moet verhoogd worden. Deze instanties moeten voldoende middelen ontvangen om hun opdrachten te kunnen uitvoeren. Waar dergelijke instanties ontbreken, moet aan de oprichting hiervan gedacht worden. Het VCS benadrukt tevens de noodzaak om ook het minnelijk traject in de schuldbemiddeling te versterken. Ook de erkende instellingen voor schuldbemiddeling moeten immers over voldoende slagkracht kunnen beschikken om hun werk naar behoren te kunnen uitvoeren. Aan een tussenkomst van een erkende instelling voor schuldbemiddeling is op heden echter geen enkel wettelijk gevolg verbonden, waardoor heel wat schuldeisers of schuldinvorderaars de tussenkomst van een schuldhulpverlener negeren. Vandaar dat aan de tussenkomst van een erkende instelling voor schuldbemiddeling een aantal wettelijke gevolgen verbonden moet worden (o.m. de verplichting om alle pogingen tot invordering en/of uitvoering door de schuldeiser tijdelijk te staken, de verplichting voor elke schuldeiser/schuldinvorderaar om gemotiveerd te antwoorden op elke opgeworpen betwisting en de verplichting voor elke schuldeiser om een weigering tot instemming met een voorgesteld afbetaalplan grondig te motiveren).

·         Op het vlak van de onredelijke hoge verbrekingsvergoedingen, zullen er maatregelen genomen worden opdat consumenten kunnen genieten van de voordelen van de mobiliteit tussen leveranciers.

·        Voor wat betreft de telecomschulden, stipuleert het regeerakkoord dat “de consumentenbescherming inzake telecommunicatiediensten wordt verbeterd, de mededinging en transparantie in de telecommunicatiesector wordt verhoogd en de rol van het BIPT evenals de controle erop door het parlement worden versterkt”.

·         Voor wat betreft de energieschulden, stipuleert het regeerakkoord dat “de verandering van energieleverancier zal vergemakkelijkt worden en de dienstverlening aan de consumenten alsook de leesbaarheid van de gestandaardiseerde energiefacturen zullen verbeterd worden”. De regering wil de energieprijzen bovendien tot het gemiddelde van de prijzen in de buurlanden terugbrengen.

·         De regelgeving inzake het hypothecair krediet zal herzien worden teneinde de ontlener een hoge mate van bescherming te bieden.

·         Er zal een procedure tot collectieve schadeafwikkeling ten bate van de consumenten uitgewerkt worden.

·         Voor personen die te maken hebben met overlevingsschulden, kan gewezen worden op de intentie van de regering om de koopkracht van de burgers te ondersteunen en in het bijzonder die van de mensen die werken en een bescheiden of gemiddeld inkomen hebben, alsook die van de gepensioneerden. Concreet bevat het regeerakkoord o.m. volgende maatregelen:

- “Naargelang van de beschikbare financiële middelen” en “rekening houdend met de marges van de welvaartsenveloppe” zal de regering de laagste sociale zekerheidsuitkeringen en de bijstandsuitkeringen geleidelijk aan optrekken. Dit zou echter een absolute prioriteit moeten zijn, aangezien steeds meer mensen in zware schuldenproblemen geraken doordat hun uitkering niet volstaat om de basisbehoeften te financieren.

- Het automatisch indexeringssysteem van de lonen en de uitkeringen zal gehandhaafd worden, de belastingvrije som voor de lage en middelhoge beroepsinkomens (werknemers, zelfstandigen en ambtenaren) zal vanaf 2013 met 200 euro verhoogd worden, de laagste pensioenen zullen opgewaardeerd worden en de mogelijkheden om het interprofessioneel brutominimumloon te verhogen zullen onderzocht worden.

- Overal waar mogelijk zal de regering de automatische opening van sociale rechten van het type “sociaal tarief” voor de personen die aan de voorwaarden voldoen (o.m. energie, water, communicatie, NMBS) versnellen. Ze zal de uitwisseling van informatie terzake aanmoedigen en voldoende communiceren over de sociale rechten toegekend aan de begunstigden.

- De nieuwe regering wil de koopkracht van de burgers ook op andere manieren een duwtje in de rug te geven, o.m. door de rol van het Prijzenobservatorium te versterken en door de energieprijzen tot het gemiddelde van de prijzen in de buurlanden terug te brengen.

- Om gezinnen te helpen waar de onderhoudsplichtige in gebreke blijft, wil de regering de werking van de dienst voor alimentatievorderingen (DAVO) verbeteren door o.a. de recuperatie van de voorschotten bij de onderhoudsplichtige ouder te optimaliseren en de bevolking nog beter te informeren over de dienstverlening van DAVO.

·         Voor personen die met gezondheidsschulden te kampen hebben, voorziet het regeerakkoord o.m. dat de toekenning van het OMNIO-statuut voor iedereen die dat potentieel kan genieten vereenvoudigd en versneld zal worden. Voor de meest kwetsbare patiëntengroepen zal het derdebetalersysteem worden veralgemeend. Honorariumsupplementen voor kamers met twee bedden zullen bovendien verboden worden. De regering zal tevens een versterking van de maximumfactuur voor chronische zieken in overweging nemen.

·         De regering engageert zich ertoe om aandacht te hebben voor de problemen en behoeften van de zelfstandigen die met overmatige schulden of met een faillissement worden geconfronteerd. De regering wil meer concreet “het faillissementsrecht hervormen en moderniseren, zodat het iemand die mislukt niet langer stigmatiseert. De gefailleerde die te goeder trouw was moet zich kunnen herpakken en recht hebben op een collectieve schuldenregeling. Het faillissementsrecht zal worden aangepast overeenkomstig de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof”. Hiernaast wil de nieuwe regering o.m. de faillissementsverzekering uitbreiden tot bepaalde gevallen van gedwongen stopzetting van de activiteiten.

·         De mogelijkheid om rechtshulp en rechtsbijstand te laten samenvallen zal onderzocht worden.

·         De regering zal “ervoor zorgen dat de Europese wetgeving inzake de summiere rechtspleging om betaling te bevelen strikt wordt gevolg, waarbij men erover zal waken dat er een voldoende homogeniteit bestaat tussen de Europese en Belgische rechtsplegingen en dit alles rekening houdend met de hoedanigheid van de betrokken partijen”. De draagwijdte van deze passage is onduidelijk. Het VCS hoopt alvast dat de nieuwe federale regering het betalingsbevel niet zal invoeren voor schulden waarbij de schuldenaar een particulier (consument) is. De bestaande bescherming die voorzien is in de procedure summiere rechtspleging om een bevel tot betaling te bekomen mag evenmin afgebouwd worden door niet langer een geschrift uitgaande van de schuldenaar te vereisen.

Voor meer details:

- Klik hier (pdf, 1.44 MB) voor de integrale tekst van het regeerakkoord Di Rupo

- Klik hier (pdf, 557 KB) voor het VCS-memorandum “10 voorstellen voor een federaal beleid ter preventie en bestrijding van schuldoverlast"

- meer info en commentaar: mohamed.elomari@centrumschuldbemiddeling.be