Klein lettertype instellen Normaal lettertype instellen Groot lettertype instellen
 

Nieuws

Vlaams Regeerakkoord 2014-2019: samenwerkingsverbanden inzake bestrijding en preventie van schuldoverlast worden geconsolideerd


In het net vrijgegeven “Regeerakkoord Vlaamse Regering 2014-2019 (pdf, 1.43 MB)” worden de principes “vertrouwen”, “verbinden” en “vooruitgaan” als drieluik voor de toekomst van Vlaanderen naar voren geschoven. Maar wat staat in dit regeerakkoord te lezen over de budget- en schuldhulpverlening en over mensen met schuldenproblemen?

De belangrijkste passage in dit verband luidt als volgt: “Armoede en budgettaire problemen zijn onlosmakelijk aan mekaar verbonden. Daarom zal deze Vlaamse Regering de samenwerkingsverbanden inzake schuldbemiddeling en budgetbeheer verduurzamen. Het doel hierin moet zijn dat mensen opnieuw zelfredzaam worden.

Het regeerakkoord heeft ook oog voor energie- en huurschulden, meer bepaald door volgende doelstellingen te formuleren:

We onderzoeken op welke manier het financiële risico op wanbetaling bij leveranciers verminderd kan worden, zonder dat hierdoor de factuur van de eindgebruikers verhoogd wordt.

Er wordt verder werk gemaakt van de bescherming tegen huurachterstallen en wanbetaling voor de verhuurder enerzijds en continue huisvesting voor de huurder anderzijds. Het fonds ter preventie van uithuiszettingen wordt geëvalueerd.

Het Vlaams Centrum Schuldenlast (VCS) juicht deze maatregelen toe maar hoopt tegelijkertijd dat de Vlaamse regering, bij de concretisering van dit regeerakkoord in beleidsnota’s, meer aandacht zal besteden aan de schuldenthematiek. Inspiratie hiervoor is terug te vinden in het VCS-memorandum 2014 (pdf, 711 KB). O.m. volgende concrete maatregelen staan hierin te lezen:

→ De Vlaamse overheid moet de nodige regelgeving uitvaardigen teneinde uitvoering te geven aan de verplichte opleiding voor advocaten-schuldbemiddelaars (en andere juridische beroepen).

→ De Vlaamse overheid dient middelen te voorzien teneinde het aanbod aan budget- en schuldhulpverlening (individuele hulpverlening) te kunnen verhogen en de erkende instellingen voor schuldbemiddeling toe te laten om een toenemende vraag in de toekomst het hoofd te bieden, om cliënten intensiever te begeleiden en om meer in te zetten op de begeleiding van kwetsbare personen/gezinnen in collectieve schuldenregeling bij een advocaat-schuldbemiddelaar.

→ Bij de hervorming van de vakoverschrijdende eindtermen in het secundair onderwijs moet het belang van een goede financiële educatie voldoende aandacht krijgen.

→ Scholen moeten (financieel) aangemoedigd worden om actief aan de slag te gaan met het thema “jongeren en geld”.

→ Het thema “jongeren en geld” moet actief opgenomen worden binnen de gezins- en opvoedingsondersteuning. Hiertoe moet aangepast educatief materiaal ontwikkeld en ter beschikking gesteld worden.

→ Er moeten voldoende middelen vrijgemaakt worden voor een goed onderbouwde sensibiliseringscampagne naar de brede bevolking toe. De doelstelling van deze campagne is drieërlei: het doorbreken van taboes die met geld en schulden te maken hebben; een mentaliteitsverandering teweeg te brengen in het kader van overkreditering en overbesteding; de drempel naar de budget- en schuldhulpverlening verlagen.

→ De inspanningen die, enerzijds, de federale overheid en federale instanties leveren in het kader van de financiële educatie van consumenten en, anderzijds, de Vlaamse overheid levert in het kader van schuldpreventie, moeten wederzijds op elkaar afgestemd worden.

→ Sectoren die actief zijn met kwetsbare groepen (bv. begeleid zelfstandig wonen, psychiatrische begeleiding) moeten een actief beleid voeren rond schuldpreventie. Zo moeten de hulpverleners die op het terrein effectief instaan voor de training en begeleiding van kwetsbare groepen de aangepaste informatie en omkadering krijgen om ook deze doelgroepen, in de mate van het mogelijke, op een gezonde manier te leren omgaan met geld en consumptie.

→ Overheden/overheidsbedrijven/non-profitorganisaties moeten bij de invordering van facturen en boetes socialer zijn en het goede voorbeeld geven. Een standaard doorverwijzing naar een externe, professionele invorderaar moet de uitzondering zijn, die vooral gehanteerd wordt voor kwaadwillige wanbetalers. In het kader van hun voorbeeldfunctie moeten alternatieve invorderingsmogelijkheden, zoals de gratis procedure “minnelijke schikking” actiever benut worden.