Home > E-Zine > Schuldbriefing nr. 41
Klein lettertype instellen Normaal lettertype instellen Groot lettertype instellen
 

Schuldbriefing nr. 41

Centrale voor kredieten aan particulieren: de belangrijkste evoluties in 2013

Naar jaarlijkse gewoonte publiceerde de Centrale voor kredieten aan particulieren (afgekort: CKP) ook begin 2014 een onderzoeksrapport betreffende de belangrijkste evoluties in het voorbije jaar. Een aantal opvallende gegevens voor wat betreft het jaar 2013:

  • Er werden 155.696 nieuwe wanbetalingen in de CKP geregistreerd. Deze stijging met 1,8 % is voornamelijk het gevolg van een toename van het aantal nieuwe betalingsachterstanden op leningen op afbetaling (+ 5,7 %) en hypothecaire kredieten (+ 4,9 %).
  • Het totale aantal uitstaande achterstallige contracten groeide opnieuw: eind 2013 waren er 503.544 wanbetalingen geregistreerd (+ 4,3 %) voor 341.416 kredietnemers (+ 3,4 %). Tussen de kredietvormen zijn er aanzienlijke verschillen. Het aantal betalingsachterstanden steeg sterk bij de kredietopeningen (+ 8,1 %) en bij de hypothecaire kredieten (+ 6,0 %), terwijl het licht afnam bij de verkopen en de leningen op afbetaling (respectievelijk - 0,8 % en - 0,1 %).
  • De impact van de crisis blijft dus voelbaar in de CKP. Sinds 2008 groeide het aantal betalingsachterstanden aanhoudend. De verklaring lijkt volgens de CKP echter niet te liggen in een verminderde kwaliteit van de huidige kredietverlening. Het wanbetalingspercentage na één jaar van de kredieten die vanaf 2009 werden afgesloten, ligt namelijk lager dan het wanbetalingspercentage na één jaar van de kredieten die vóór de crisis werden toegekend. Betalingsmoeilijkheden waarmee consumenten vandaag geconfronteerd worden, hebben volgens de CKP dus meer dan vroeger betrekking op oudere kredieten.
  • Het aantal lopende procedures van collectieve schuldenregeling is met 5,9 % toegenomen tot 107.103. Er werden in 2013 17.678 nieuwe dossiers door de rechtbanken gemeld (+ 9,8 % tegenover 2012).

Klik hierna voor het "Statistisch verslag 2013 van de Centrale voor kredieten aan particulieren (pdf, 1.86 MB)".

Onze collega’s van l’Observatoire du Crédit et de l’Endettement hebben ondertussen een analyserapport geschreven betreffende deze cijfergegevens van de CKP, onder de titel “Evolutie van de gegevens 2013 van de Centrale voor Kredieten: een licht herstel van het consumentenkrediet, maar steeds meer wanbetalingen (pdf, 215 KB)”.


Meer dan een kwart van de reclames voor consumentenkrediet is onwettelijk

De FOD Economie heeft in 2013 555 reclames voor consumentenkrediet onderzocht op hun wettelijkheid. Voor 144 onderzochte reclames (oftewel 26 %) werd een proces-verbaal wegens inbreuk(en) op de Wet Consumentenkrediet opgesteld. Klik hier voor een nieuwsfragment i.v.m. dit onderzoek.

Naar aanleiding van dit onderzoek heeft OIVO in het artikel “Misleidende reclames voor consumentenkrediet: laat u niet in de luren leggen!” op een rijtje gezet wat verplicht is en wat verboden is in het kader van reclames voor consumentenkredieten.


Algemene Directie “Controle en Bemiddeling” van de FOD Economie heet voortaan Algemene Directie "Economische Inspectie"

Vind jij het ook veel praktischer om over “economische inspectie” te spreken dan over “de Algemene Directie Controle en Bemiddeling”? Goed nieuws dan: deze benaming is voortaan ook officieel. Een Koninklijk Besluit van 29 januari 2014 vervangt de benaming Algemene Directie “Controle en Bemiddeling” namelijk door de benaming Algemene Directie “Economische Inspectie”. Deze nieuwe benaming wordt ondertussen ook al gebruikt op de website van de FOD Economie. De benamingen van een aantal andere directies werden trouwens ook vervangen.

Zie voor meer informatie het "K.B. van 29 januari 2011 tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 november 2003 tot vaststelling van de benaming en van de bevoegdheden van de Algemene Directies van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie (pdf, 120 KB)”.


Nieuwe wetgeving relevant voor de praktijk van schuldbemiddelaars

De voorbije maanden werd heel wat wetgeving gepubliceerd die relevant is voor de medewerkers van de erkende instellingen voor schuldbemiddeling. Hieronder vind je een korte bespreking van de belangrijkste nieuwigheden terug:

1.    Nieuw statuut gerechtsdeurwaarders wil voor objectieve benoemingen en efficiënt tuchtsysteem zorgen

In december 2013 werd een nieuwe wet inzake het statuut van gerechtsdeurwaarders definitief goedgekeurd door het parlement. De wetgever had hierbij vier doelen voor ogen: 1) moderniseren en objectiveren van de benoemingsprocedure; 2) opwaarderen van het statuut van kandidaat-gerechtsdeurwaarder; 3) garanderen van de continuïteit van de kantoren en hun personeel; 4) invoeren van vernieuwd en verscherpt tuchtrecht. Voor de praktijk van de schuldbemiddelaars is vooral het laatste relevant, voor situaties waarin men geconfronteerd wordt met (wan)praktijken van bepaalde gerechtsdeurwaarders. De vroegere klachtmogelijkheid bij de arrondissementele kamer werd  immers al langer als onvoldoende en/of als te partijdig ervaren. Zo werden er de laatste 4 jaren bv. maar 3 lichte tuchtstraffen uitgesproken, op een totaal van 800 klachten! Een nieuwe, meer onafhankelijk samengestelde tuchtcommissie zal voortaan de klachten behandelen (zie hierover Schuldbriefing nr. 37).

Ook belangrijk om aan te stippen, is het nieuwe artikel 519, §3 Ger.W., dat het volgende bepaalt over de informatieplichten in hoofde van een gerechtsdeurwaarder, in het bijzonder wanneer er sprake is van een “dreigende insolvabiliteit” van de schuldenaar: “De gerechtsdeurwaarder heeft een algemene informatieplicht jegens diegene die hem verzocht heeft zijn ambt uit te oefenen en jegens de schuldenaar. Zo zal hij bij dreigende insolvabiliteit van de schuldenaar de opdrachtgevende schuldeiser hiervan inlichten, opdat deze de wenselijkheid tenuitvoeringsmaatregelen te laten nemen juist kan inschatten en zal hij de schuldenaar inlichten over de mogelijkheden die de collectieve schuldregeling biedt.  De gerechtsdeurwaarder licht desgevallend ieder die hem verzocht heeft zijn ambt uit te oefenen in over de verplichtingen en lasten evenals de kosten die voortvloeien uit exploten, uitvoeringen van gerechtelijke beslissingen, akten of titels.”

Inzake klachten over het maken van “nutteloze kosten” voorziet het nieuwe artikel 541 Ger.W. dan weer het volgende: “Wanneer de tuchtcommissie de mening is toegedaan dat er aanwijzingen zouden kunnen bestaan dat de gerechtsdeurwaarder of plaatsvervangende gerechtsdeurwaarder proceshandelingen of andere handelingen heeft verricht die nutteloze kosten veroorzaakt hebben, legt de secretaris van de tuchtcommissie het tuchtdossier neer ter griffie van de bevoegde beslagrechter. Deze laatste bepaalt de dag en het uur van het onderzoek, na het lid aan wie een feit ten laste wordt gelegd, de klager en de eventuele andere belanghebbenden, welke door de griffier werden opgeroepen, te hebben gehoord.”

Klik hierna voor het vernieuwde Boek IV "Gerechtsdeurwaarders" van Deel II: Rechterlijke Organisatie van het Gerechtelijk Wetboek (pdf, 481 KB). Op enkele uitzonderingen na, traden deze nieuwe regels in werking op 1 februari 2014.

 

2.    Wet Marktpraktijken in het Wetboek Economisch Recht geïntegreerd en op een aantal punten aangepast

Op 30 december 2013 verscheen Boek VI “Marktpraktijken en consumentenbescherming” van het Wetboek van Economisch Recht (afgekort: WER) in het Belgisch Staatsblad. Ter herinnering: met dit “Wetboek van economisch recht” wil minister van Economie en Consumentenzaken Johan Vande Lanotte de bestaande maar versnipperde federale economische wetgeving bundelen in één coherent, modern wetgevend document. Het wetboek bestaat uit 17 boekdelen die elk een apart thema behandelen, bv. “definities”, “marktpraktijken en consumentenbescherming”, “betalings- en kredietdiensten”, “rechtshandhaving”,… Om deze codificatie rond te krijgen, gaat de minister op twee manieren tewerk. Enerzijds wordt bestaande regelgeving geactualiseerd en gehergroepeerd in een coherente en logische tekst, zonder deze grondig te hervormen. Dit hoofdzakelijk met als doel de raadpleging en toepassing van de regelgeving te vergemakkelijken. Anderzijds worden bepaalde teksten grondig hervormd en vernieuwd. De invoeging van nieuwe boeken in het Wetboek Economisch Recht gebeurt stapsgewijs.

Belangrijk voor de medewerkers van de erkende instellingen voor schuldbemiddeling is dus dat het boek VI “Marktpraktijken en consumentenbescherming” ondertussen in dit WER werd ingevoegd. Hiernaast keurde de ministerraad op 21 februari 2014 een voorontwerp van wet goed dat boek VII over de betalings- en kredietdiensten in het WER invoegt (zie het persbericht “Duidelijkere regels consumentenkrediet gaan overmatige schuldenlast tegen - tweede lezing”). Maar dit boek VII moet nog door het parlement goedgekeurd worden. Belangrijk om aan te stippen is dat ondertussen ook het boek XII "Recht van de elektronische economie" in het WER ingevoegd werd (publicatie in het Belgisch Staatsblad van 14 januari 2014). Dit boek XII vervangt de huidige wet van 11 maart 2003 “betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij” die o.m. specifieke bepalingen inzake het online contracteren bevat.

Boek VI, dat dus de titel “Marktpraktijken en consumentenbescherming”, draagt, heeft een dubbel oogmerk: enerzijds de invoeging van de wet van 6 april 2010 “betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming” (WMPC) in het Wetboek van economisch recht en anderzijds de omzetting van de richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten. De omzetting van de richtlijn vereiste dat de WMPC inhoudelijk op een aantal vlakken werd aangepast, voornamelijk dan de bepalingen betreffende de verkoop op afstand en de buiten verkoopruimten gesloten overeenkomsten (deze benaming vervangt de oude term “verkopen buiten de onderneming”). Voor wat betreft de herroeping van deze twee specifieke verkoopswijzen werden twee bijlagen gevoegd bij Boek VI: bijlage 1 betreft modelinstructies m.b.t. het herroepingsrecht en bijlage 2 betreft een modelformulier voor de uitoefening van het herroepingsrecht door de consument. Boek VI wijzigt ook de algemene verplichting tot informatie van de consument en de regels betreffende de koopjes en de verkopen met verlies. Tot slot werd het WER ook aangevuld met definities en rechtshandhavingsbepalingen die specifiek betrekking hebben op de thema’s die in boek VI behandeld worden (opname van nieuwe bepalingen in boek I “Definities” en in boek XV “Rechtshandhaving”).

De concrete datum van inwerkingtreding van dit Boek VI moet nog bij Koninklijk Besluit bepaald worden. Vanaf dan vervangt het dus de WMPC.

Download hier de Wet van 21 december 2013 “houdende invoeging van boek VI "Marktpraktijken en consumentenbescherming" in het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van de definities eigen aan boek VI, en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan boek VI, in de boeken I en XV van het Wetboek van economisch recht (pdf, 278 KB)

Download hier de Wet van 15 december 2013 “houdende invoeging van Boek XII, "Recht van de elektronische economie", in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van de definities eigen aan Boek XII en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan Boek XII, in de Boeken I en XV van het Wetboek van economisch recht (pdf, 113 KB)

Download hier de Wet van 26 december 2013 “houdende invoeging van artikel XII.5 in het Boek XII, "Recht van de elektronische economie" van het Wetboek van economisch recht (pdf, 89 KB)

 

3.    Wijziging sociaal huurbesluit

Het kaderbesluit sociale huur van 12 oktober 2007, dat het verhuren van sociale woningen regelt, is gewijzigd. Voor schuldbemiddelaars is het belangrijk om te weten dat: 1) de inkomensgrenzen werden verhoogd; 2) de procedure om een sociale woning versneld toe te wijzen werd gewijzigd (meerdere organisaties kunnen een aanvraag bij de sociale verhuurder indienen en het lokaal bestuur kan hierover afspraken maken; 3) de sociale verhuurder in verschillende situaties begeleidingsovereenkomsten zal kunnen afsluiten met de kandidaat-huurder om de bewoning een maximale kans op slagen te geven.

Klik hierna voor het Besluit van de Vlaamse Regering van 4 oktober 2013 "tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het woonbeleid" (pdf, 242 KB) en hier voor het Ministerieel Besluit van 2 december 2013 "tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het woonbeleid" (pdf, 118 KB). De meeste bepalingen traden in inwerking op 23 december 2013.

 

 4.    Nieuwe regels inzake verhouding beschermde klanten t.o.v. waterleveranciers

In onze Schuldbriefing nr. 40 berichtten we al dat vanaf 1 januari 2014 nieuwe regels in werking traden die een socialer waterbeleid beoogden. Ondertussen zijn er nog uitvoeringsbesluiten gepubliceerd die o.a. meer in detail de bijhorende procedure voor de LAC uit de doeken doen. Ondertussen is ook vastgelegd wie het statuut van “beschermde klant” geniet. Net zoals inzake energie betreft het personen die een bepaald type uitkering/vervangingsinkomen ontvangen (leefloon op basis van de RMI-wet, inkomensgarantie voor ouderen, tegemoetkoming aan gehandicapten, enz...) maar  NIET personen die -enkel- in een systeem van budgetbeheer/budgetbegeleiding, schuldbemiddeling of collectieve schuldenregeling zitten. Er werd tevens bepaald wat de voordelen zijn voor "beschermde klanten". Het betreft o.m. het recht op een maandelijkse factuur voor waterleveringen en daarenboven het recht om in overleg met de waterleverancier een afbetalingsplan op maat uit te werken (indien nodig). Ook hebben deze "beschermde klanten" voortaan recht op een “gratis waterscan” met als doel een duurzaam waterverbruik te realiseren en/of het nemen van waterbesparende maatregelen. Verder is nu ook bepaald dat de kosten verbonden met het versturen van een aanmaningsbrief en ingebrekestelling aan een beschermde klant ten laste van de waterleverancier vallen. Tot slot is ook bepaald dat iemand die afgesloten is geweest omwille van de weigering van de klant een afbetaalregeling uit te werken dan wel omwille van het niet naleven van een afgesproken afbetaalplan, binnen de 5 werkdagen moet worden heraangesloten wanneer de klant een afbetalingsregeling heeft opgestart of hervat volgens de gemaakte afspraken en de klant de waterleverancier hiervan op de hoogte gebracht heeft én de exploitant de voorziene betaling of een bewijs van betaling ontvangen heeft.

Klik hierna voor het Besluit van de Vlaamse Regering van 6 december 2013 "tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 1997 betreffende de samenstelling en de werking van de lokale adviescommissie omtrent de minimale levering van elektriciteit, gas en water en van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 april 2011 houdende bepalingen van rechten en plichten van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk en hun klanten met betrekking tot de levering van water bestemd voor menselijke consumptie, de uitvoering van de saneringsverplichting en het algemeen waterverkoopreglement" (pdf, 140 KB). Ze traden in werking op 20 januari 2014.

 

5.    Verplichte gestandaardiseerde informatiefiche wil prijsvergelijkingen in de telecomsector ook offline vergemakkelijken

De federale regering heeft ondertussen ook de inhoud van de “informatiefiches” vastgelegd die telecomoperatoren (internet, telefonie, televisie) ter beschikking van hun klanten moeten stellen. Door eenzelfde model op te leggen voor alle operatoren, wil men bekomen dat consumenten vlotter en gemakkelijker verschillende aanbiedingen van verschillende operatoren kunnen vergelijken in een “offline omgeving”. Dit kan aldus worden aanzien als alternatief voor het gebruik van de website www.bestetarief.be en voor de informatie die men kan terugvinden op de websites van de operatoren zelf. Niet onbelangrijk om hierbij aan te stippen is dat de fiches een zgn. disclaimer bevatten zeggende  deze gestandaardiseerde fiche is bedoeld om de voornaamste kenmerken van het tariefplan samen te vatten: ze is geenszins bestemd om het contract te vervangen”. Hiermee wordt het contract bedoeld dat elke operator krachtens art. 108 Telecomwet hetzij art. 6 WOO aan zijn klanten moet bezorgen.

Klik hierna voor het Koninklijk besluit van 15 december 2013 “tot vaststelling van de inhoud van de informatiefiches, bedoeld in de artikelen 111, § 2, van de wet van 13 juni 2005 en 5, § 2, van de wet van 15 mei 2007 (pdf, 107 KB). Opgelet: deze verplichting treedt pas in werking op 1 juli 2014.

 

 

6.    Hertekening gerechtelijk landschap – bevoegdheid vrederechters stijgt tot 2.500 euro

Je hebt er ongetwijfeld al veel over gelezen en/of gehoord: het gerechtelijk landschap wordt grondig hertekend. De wet die dit regelt, de Wet van 1 december 2013 “tot hervorming van de gerechtelijke arrondissementen en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een grotere mobiliteit van de leden van de rechterlijke orde” werd ondertussen gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad (B.S. 10 december 2013).

Deze wet voorziet dat de rechtbanken van eerste aanleg en de politierechtbanken voortaan worden ingedeeld in 12 arrondissementen (in plaats van 27). Deze nieuwe arrondissementen vallen samen met de provinciegrenzen maar Nijvel (onder de benaming “Waals-Brabant”) en Leuven blijven apart bestaan en ook Brussel krijgt een apart arrondissement. Deze rechtbanken houden hun zetel in de provinciehoofdplaats maar bestaande zittingsplaatsen op andere locaties blijven behouden als “afdelingen” van de rechtbank van eerste aanleg.

Voor arbeidsrechtbanken en rechtbanken van koophandel geldt een apart systeem: zij vallen voortaan onder het rechtsgebied van het hof van beroep (Brussel, Leuven en Nijvel blijven echter bestaan).

De wet van 1 december 2013 versterkt ook de regels inzake mobiliteit van magistraten, die dus flexibeler ingezet zullen kunnen worden.

Belangrijk om te weten voor de medewerkers van de erkende instellingen voor schuldbemiddeling, is tot slot ook dat de vredegerechten in kantons georganiseerd blijven en dat de bevoegdheid van vrederechters uitgebreid wordt tot alle vorderingen waarvan het bedrag 2.500 euro niet te boven gaat.

Deze wet treedt normaal uiterlijk op 1 april 2014 in werking, maar sommige magistraten wezen er al op dat een uitstel van de reorganisatie nodig zal zijn omdat niet alle korpschefs benoemd geraken tegen 1 april 2014. De minister van justitie wil echter van geen uitstel weten...

Download hier de Wet van 1 december 2013 “tot hervorming van de gerechtelijke arrondissementen en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een grotere mobiliteit van de leden van de rechterlijke orde (pdf, 310 KB)

 

7.    Familie- en jeugdrechtbank wordt bevoegd voor alle (burgerrechtelijke) familiezaken

Een andere belangrijke hervorming op gerechtelijk vlak, betreft de invoering van de familie- en jeugdrechtbank via de Wet van 30 juli 2013 “betreffende de invoering van een familie- en jeugdrechtbank”. Deze familie- en jeugdrechtbank wordt bevoegd voor alle familiale aangelegenheden: geschillen tussen echtgenoten, wettelijk of feitelijk samenwonende partners, twistvragen over het ouderlijk gezag, de verblijfsregeling van kinderen, de onderhoudsplicht, enz. (strafrechtelijke inbreuken door volwassen familieleden vallen echter niet onder de bevoegdheid van deze nieuwe rechtbank). Op heden moeten rechtszoekenden die een familiaal geschil willen regelen, naargelang het geval, nog aankloppen bij de vrederechter, de burgerlijke rechtbank, de jeugdrechtbank of de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg in kortgeding. Met de creatie van een familie- en jeugdrechtbank wordt dus een einde gemaakt aan deze versnippering en wil de wetgever families een eenvoudige weg bieden tot één gespecialiseerde rechtbank.

De familie- en jeugdrechtbank zal bestaan uit de familierechtbank, de jeugdrechtbank en een kamer voor minnelijke schikking (die familiale geschillen via bemiddeling moet helpen oplossen).

Een andere belangrijke nieuwigheid is dat de griffie van de familie- en jeugdrechtbank een familiaal dossier zal bijhouden, zodat de rechtbank beter kan inspelen op de situatie van de betrokkenen en kennis kan nemen van vroegere beslissingen. Deze vernieuwing moet er ook voor zorgen dat de partijen niet telkens hun zaak opnieuw moeten inleiden en dat de betrokkenen minder lang moeten wachten voor de beslechting van hun zaak.

De jeugdrechtbank blijft bevoegd voor het nemen van specifieke maatregelen binnen het jeugdbeschermingsrecht en omvat ook de kamer voor de uithandengeving van minderjarigen ouder dan 16 jaar die een misdrijf hebben gepleegd en berecht kunnen worden door de correctionele rechtbank of het hof van assisen.

Deze wet treedt in werking op 1 september 2014, bij de start van het nieuw gerechtelijk jaar.

Download hier de Wet van 30 juli 2013 “betreffende de invoering van een familie- en jeugdrechtbank (pdf, 535 KB)

 

8.    Vlaamse Codex Fiscaliteit grotendeels van kracht

Vanaf 1 januari 2014 wordt de Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF) grotendeels van kracht. De VCF bundelt de meeste wettelijke bepalingen rond de Vlaamse belastingen die door de Vlaamse Belastingdienst worden geïnd. Dat betekent dat de wetgeving rond onroerende voorheffing, verkeersbelasting, belasting op de inverkeerstelling, eurovignet, verkrottingsheffing en leegstandsheffing op elkaar wordt afgestemd en samengebracht in één wetboek. Later zal de VCF uitgebreid worden met de regelgeving inzake successie- en registratierechten (die de Vlaamse Belastingdienst vanaf 1 januari 2015 zelf zal innen) en met de milieu gerelateerde belastingen.

Download hier het Decreet van 13 december 2013 “houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit (pdf, 592 KB)

Download hier het Besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013 “houdende de uitvoering van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 (pdf, 513 KB)

 

9.    Wijzigingen inzake onbeslagbaarheid hoofdverblijfplaats zelfstandige

Sinds 18 juni 2007 bestaat voor zelfstandigen de mogelijkheid om het onroerend goed dat ze gebruiken als hoofdverblijfplaats onbeslagbaar te verklaren. Dit initiatief had als doel het ondernemerschap te bevorderen door een grotere bescherming te bieden aan zelfstandigen die hun bedrijfsvoering niet wensen onder te brengen in een vennootschap. Belangrijk om te weten is dat het toepassingsgebied van deze beschermingsregeling onlangs uitgebreid werd. Vroeger werd de “zelfstandige” (die van deze bescherming kan genieten) gedefinieerd als “iedere natuurlijke persoon die in België een beroepsbezigheid in hoofdberoep uitoefent uit hoofde waarvan hij niet door een arbeidsovereenkomst of door een statuut verbonden is”. Ingevolge een recente wetswijziging luidt de nieuwe definitie van “zelfstandige” op heden als volgt: “iedere natuurlijke persoon die in België een beroepsbezigheid in hoofdberoep, in bijberoep, of een beroepsbezigheid na pensionering uitoefent uit hoofde waarvan hij niet door een arbeidsovereenkomst of door een statuut verbonden is”. De beschermingsregeling werd dus uitgebreid tot zelfstandigen in bijberoep en gepensioneerden die na hun pensionering nog actief zijn. De beschermingsregeling voor de hoofdverblijfplaats van zelfstandigen werd ook op een aantal andere punten aangepast.

Klik hierna voor de vernieuwde artikelen 72 t.e.m. 82 van de Wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen (IV) (pdf, 201 KB). Deze zijn in werking getreden op 13 februari 2014.

 

10.  Kredietverlening aan KMO’s strikter gereglementeerd

De Wet van 21 december 2013 “betreffende diverse bepalingen inzake de financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen” (B.S. 31 december 2013) wil de kredietverlening aan KMO’s beter omkaderen. Deze wet bevat o.m. volgende verplichtingen:

·         Verplichtingen inzake goede trouw en correcte informatieverschaffing (art. 4): de kredietgever, de kredietbemiddelaar en de onderneming moeten zich in hun onderlinge rechtsverhoudingen te goeder trouw en billijk gedragen. De door hen verstrekte informatie moet correct, duidelijk en niet misleidend zijn.

·         Onderzoeksplicht (art. 5): de kredietgever en de kredietbemiddelaar moeten aan de onderneming die om een kredietovereenkomst verzoekt en aan de persoon die een persoonlijke zekerheid stelt de pertinente informatie vragen die zij noodzakelijk achten om de haalbaarheid van het beoogde project waarvoor het krediet wordt aangevraagd, hun financiële toestand, hun terugbetalingsmogelijkheden en hun lopende financiële verbintenissen te beoordelen. De onderneming en de steller van een persoonlijke zekerheid zijn ertoe gehouden daarop juist en volledig te antwoorden.

·         Verplichting om het meest aangepaste krediet te zoeken (art. 6): de kredietgever en de kredietbemiddelaar moeten voor de kredietovereenkomsten die zij gewoonlijk aanbieden of waarvoor zij gewoonlijk bemiddelen, het krediet zoeken dat qua soort het best is aangepast, rekening houdend met de financiële toestand van de onderneming op het ogenblik van het sluiten van de kredietovereenkomst en met het doel van het krediet.

·         Verplichting om een passende toelichting te verschaffen (art. 7, §1): de kredietgevers en de kredietbemiddelaars moeten de onderneming op het moment van de kredietaanvraag een passende schriftelijke toelichting verschaffen om deze in staat te stellen zich een algemeen beeld te kunnen vormen van de voor haar relevante kredietvormen. De toelichting moet in elk geval de belangrijkste kenmerken van de voor de onderneming relevante kredietvormen omvatten evenals de specifieke gevolgen hieraan verbonden voor de onderneming. Deze schriftelijke toelichting moet eveneens de naam en het adres van de bevoegde instantie vermelden (FSMA).

·         Recht op kosteloos exemplaar van de ontwerpkredietovereenkomst (art. 7, §2): aan de onderneming moet op het moment van het kredietaanbod, op verzoek en kosteloos, een exemplaar van de ontwerpkredietovereenkomst verstrekt worden. Bij deze ontwerpkredietovereenkomst moet, op dezelfde drager, een summier informatiedocument gevoegd worden, waarvan de inhoud bepaald zal worden door een gedragscode.

De wet van 21 december 2013 bevat hiernaast ook regels i.v.m. kredietweigeringen en i.v.m. de vervroegde terugbetaling. Er zijn tevens burgerlijke sancties en drie onrechtmatige bedingen opgenomen. Een aantal elementen zal later nog bij gedragscode verder geconcretiseerd worden. Het toezicht op de naleving van deze wet werd aan de FSMA toegewezen. Alle bepalingen van deze wet zijn ondertussen in werking getreden.

Download hier de Wet van 21 december 2013 “betreffende diverse bepalingen inzake de financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen (pdf, 100 KB)

 

11.  Wet betalingsachterstand handelstransacties gewijzigd

De Wet Betalingsachterstand Handelstransacties werd bij wet van 22 november 2013 “tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties” (B.S. 10 december 2013) op diverse punten aangepast. Deze wijzigingswet zet de richtlijn 2011/7/EU betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties om en trad (retroactief) op 16 maart 2013 in werking. Het doel van deze wet is een gunstiger klimaat creëren voor bedrijven door o.m. betalingsachterstanden weg te werken, doeltreffende rechtsmiddelen te voorzien en overheidsinstanties strengere regels en sancties op te leggen als ze de wettelijke betalingstermijnen niet respecteren.

Ingevolge de wetswijziging van 22 november 2013 werden een aantal basisbegrippen (handelstransactie, overheidsinstantie, referentie-intrestvoet,...) gewijzigd. Hiernaast werd de duur van verificatieprocedures om conventioneel van de in de wet bepaalde betalingstermijnen af te wijken aan banden gelegd. Bovendien werden de sancties in geval van laattijdige betaling verstrengd, o.m. door de invoering van een forfaitaire vergoeding van 40 euro voor de eigen invorderingskosten waarop de schuldeiser van rechtswege en zonder ingebrekestelling recht heeft zodra er verwijlintresten overeenkomstig de bepalingen van deze wet verschuldigd zijn. Voor laattijdige betalingen door overheden werd een strengere regeling ingevoerd.

► Download hier de Wet van 22 november 2013 "tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties" (pdf, 94 KB)


Nieuwe bedragen/tarieven voor het jaar 2014

De volgende nieuwe bedragen/tarieven gelden voor 2014:

Bedragen die beschermd zijn tegen overdracht en beslag: zie http://www.gerechtsdeurwaarders.be/index.php/nl/praktische-informatie/niet-beslagbare-bedragen (bron: “K.B. van 15 december 2013 tot uitvoering van artikel 1409, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek”, B.S. 23 december 2013)

Tarief der akten verricht door de gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken: klik hierna om een document met de nieuwe tarieven (pdf, 178 KB) te downloaden (B.S. 23 december 2013)

Wettelijke interestvoet voor het jaar 2014: 2,75% (bron: Mededeling over de wettelijke interestvoet vanwege de Algemene administratie van de Thesaurie, B.S. 20 januari 2014)

Niet toepasselijkheid Wet Consumentenkrediet op kredietovereenkomsten zonder interest waarbij het opgenomen krediet binnen een termijn van 2 maanden wordt terugbetaald en de kredietgever kosten vraagt die lager zijn dan 4,17 euro op maandbasis (artikel 3, § 1, 3° WCK): geïndexeerd bedrag voor het jaar 2014 bedraagt 4,45 euro (B.S. 6 februari 2014)


Een woonproject goed budgetteren: een echte kopzorg voor de Belgen

Wikifin.be, het programma rond financiële vorming van de FSMA (Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten) heeft als doel geldvragen te beantwoorden. En vermits elke Belg een baksteen in zijn maag heeft, boog Wikifin.be zich ook over dit onderwerp. De FSMA vroeg bij heel wat medeburgers na welke vragen ze hebben over wonen. Daaruit blijkt dat een woonproject budgetteren een grote kopzorg is. Ter gelegenheid van Batibouw zorgde Wikifin.be dan ook voor enkele praktische tools die mensen moeten helpen bij het financieel beheer van een woonproject: de brochure “10 antwoorden op uw woonvragen (pdf, 1.9 MB)” en de IMMOsimulator.


Jaarverslag en basisregistratie moeten uiterlijk op 31 maart 2014 ingediend worden (herinnering)

De 332 erkende instellingen voor schuldbemiddeling in Vlaanderen moeten jaarlijks uiterlijk op 31 maart een jaarverslag indienen en cijfergegevens bezorgen betreffende het aantal gezinnen dat bij hen in budget- en/of schuldhulpverlening was in het voorbije werkjaar (dit laatste heet de “basisregistratie”). De wijze waarop dit moet gebeuren is gewijzigd. Vanaf 2014 (gegevens betreffende het werkjaar 2013) moeten het jaarverslag en de gegevens van de basisregistratie namelijk elektronisch via een webapplicatie ingediend worden. Noch het jaarverslag noch de gegevens van de basisregistratie moeten dan nog via de gewone post ingediend worden. Inzake het werken met deze webapplicatie geldt het volgende:

  • Elke instelling voor schuldbemiddeling ontving in de eerste helft van de maand januari 2014 van de Vlaamse overheid een brief met toelichting omtrent de nieuwe manier van rapporteren en registreren en met inloggegevens voor de webapplicatie. Deze brief werd verstuurd ter attentie van de contactpersoon die bij de Vlaamse overheid gekend is (soms is dit bv. een directielid van het CAW, een OCMW-secretaris of -voorzitter,...). Wie de brief niet terugvindt en/of wie een andere contactpersoon wil aanstellen, kan contact opnemen met tom.dolieslager@wvg.vlaanderen.be.
  • Via deze inloggegevens krijgen de erkende instellingen voor schuldbemiddeling toegang tot de webapplicatie.
  • In de webapplicatie kan een model voor het jaarverslag 2013 gedownload worden. Nadat het model jaarverslag 2013 werd gedownload en ingevuld, kan dit via deze webapplicatie in Word-formaat ge-upload worden. Merk op: een voorafgaandelijke goedkeuring door het bestuur van de instelling is vereist en de datum van goedkeuring moet vermeld worden in het jaarverslag.
  • In de webapplicatie kan ook de basisregistratie ingevoerd worden.
  • In de webapplicatie kunnen tot slot ook de gegevens van de organisatie aangepast worden en bijkomende gebruikers aangemaakt worden.

Het jaarverslag en de gegevens van de basisregistratie moeten uiterlijk op 31 maart 2014 ingevoerd worden in deze webapplicatie. Andere manieren van indiening zijn niet meer mogelijk.

Vragen omtrent het gebruik van de webapplicatie kunnen gesteld worden aan tom.dolieslager@wvg.vlaanderen.be (02/553.39.95).

Inhoudelijke vragen bij de basisregistratie kunnen gesteld worden aan hans.ledegen@vlaamscentrumschuldenlast.be. Vooraleer met de basisregistratie te starten is het echter aangewezen om eerst de “handleiding basisregistratie (pdf, 177 KB)” door te nemen.


Een geschil met de federale belastingadministratie? De Fiscale Bemiddelingsdienst helpt jou!

De Fiscale Bemiddelingsdienst is een autonome dienst binnen de FOD Financiën die kosteloos en in een vertrouwelijke sfeer bemiddelt in blijvende geschillen tussen de burgers (of hun mandatarissen) en diensten van de Federale belastingadministratie (Ontvangers der directe belastingen, van de BTW of van de registratiekantoren, geschillenambtenaren belast met de behandeling van bezwaarschriften inzake directe belastingen en inzake de vaststelling van het kadastraal inkomen, ...). Ze proberen daarbij de standpunten van de beide partijen te verzoenen. Klik hierna om de nieuwe folder (pdf, 969 KB) te downloaden die de Fiscale Bemiddelingsdienst uitbracht ingevolge de uitbreiding van zijn bevoegdheden.


Overzicht van rechtspraak insolventierecht 2013 beschikbaar

Naar goede gewoonte presenteerden de studenten van de Grondige studie Insolventierecht aan de Rechtsfaculteit van de UA (prof. Melissa Vanmeenen) ook op het einde van 2013 het overzicht van rechtspraak insolventierecht dat zij samenstelden en becommentarieerden. Het betreft zowel gepubliceerde als niet-gepubliceerde uitspraken over de procedure collectieve schuldenregeling, het faillissement, de gerechtelijke reorganisatie en zekerheden.

Download hier het overzicht van rechtspraak insolventierecht 2013 (pdf, 182 KB)


Vorming-Training-Opleiding: open aanbod

Het Vlaams Centrum Schuldenlast organiseert in het open aanbod reeds een aantal jaren:

de basisopleiding schuldbemiddeling: De opleidingen op 3 locaties in het voorjaar van 2014 lopen op dit moment. Voor de opleidingen in Hasselt, Antwerpen en Brugge, die starten in september 2014, zijn nog enkele plaatsen beschikbaar. Klik hierna voor meer informatie en om je in te schrijven voor de basisopleiding.

diverse thematische opleidingen: Er kan nog ingeschreven worden voor volgende thematische opleidingen:

Voorjaar 2014:

Contracten onderzoeken en onderhandelen met schuldeisers anno 2014: wet marktpraktijken en andere consumentenwetgeving’ (vrijdag 28-03-2014 en vrijdag 04-04-2014 te Brugge)

In welke context werken een gerechtsdeurwaarder en een beslagrechter?’ (maandag 05-05-2014 en vrijdag 16-05-2014 te Torhout)

Casusverdieping/Van inzicht naar uitzicht in cliëntsituaties’ (donderdag 15-05-2014 en donderdag 22-05-2014 te Antwerpen) 

Opmerking: volgende opleiding is reeds volzet: ‘Fiscale schulden: principes, actoren en uitwegen bij betalingsmoeilijkheden’ (maandag 28-04-2014 en dinsdag 13-05-2014 te Mechelen)

Najaar 2014:

Contracten onderzoeken en onderhandelen met schuldeisers anno 2014: wet marktpraktijken en andere consumentenwetgeving’ (donderdag 02-10-2014 en donderdag 23-10-2014 te Hasselt)

Consumentenkredieten onderzoeken anno 2014. Onderhandelen met kredietgevers: theorie en praktijk’ (dinsdag 30-09-2014 en dinsdag 14-10-2014 te Blankenberge)

Collectieve schuldenregeling’ (vrijdag 03-10-2014, dinsdag 14-10-2014 en dinsdag 21-10-2014 te Leuven)

‘In welke context werken een gerechtsdeurwaarder en een beslagrechter?’ (vrijdag 07-11-2014 en maandag 24-11-2014 te Hasselt)

Financiële gevolgen van een strafrechtelijk vonnis, nuttig om te weten voor cliënt en schuldhulpverlener’ (maandag 24-11-2014 te Blankenberge) 

Opmerking: volgende opleidingen zijn reeds volzet:

‘Fiscale schulden: principes, actoren en uitwegen bij betalingsmoeilijkheden’ (dinsdag 07-10-2014 en vrijdag 24-10-2014 te Gent)

‘Verjaring, een gemakkelijke uitweg voor schuldenaars?’ (dinsdag 04-11-2014 te Harelbeke)

In de loop van dit jaar zullen nog andere, nieuwe opleidingen bekend gemaakt worden via aparte e-flashes/VTO-info’s.


Vorming-Training-Opleiding: opleidingen op vraag en op maat

Naast de opleidingen die door het Vlaams Centrum Schuldenlast georganiseerd worden in het ‘open aanbod’, is het ook mogelijk om deze opleidingen te laten organiseren in je eigen OCMW/CAW of voor een aantal OCMW’s/CAW’s uit jouw regio. Dit houdt in dat je zelf een groep cursisten samenstelt voor wie je een opleiding uit het open aanbod van het VCS wil laten organiseren door het VCS. In dit geval spreken we over een ‘opleiding op vraag’.

 

Het is ook mogelijk dat je een opleiding wenst waarbij tegemoet gekomen wordt aan andere inhoudelijke verwachtingen, specifiek volgens jouw behoeften. Het kan bv. gaan over een driedaagse opleiding waarin een combinatie van juridische en methodische onderwerpen aan bod komt. Het programma op maat kan in overleg met het VCS samengesteld worden. Indien je een dergelijke opleiding door het VCS wil laten organiseren voor je eigen OCMW/CAW of voor een aantal OCMW’s/CAW’s uit je regio, spreken we over een ‘opleiding op maat’.

 

Het organiseren van opleidingen op vraag en op maat kan in een locatie die je zelf ter beschikking stelt. Hierdoor ligt de kostprijs voor de opleiding -mits er voldoende cursisten zijn- lager dan wanneer jouw OCMW/CAW een groep cursisten inschrijft in het open aanbod van het VCS. Als je hierin geïnteresseerd bent, kan je contact opnemen met Miet Remans, stafmedewerker vorming en publicaties van het VCS, via miet.remans@vlaamscentrumschuldenlast.be. De verschillende mogelijkheden kunnen dan in onderling overleg bekeken worden en nadien kan het VCS een offerte opmaken.


Uitsmijter: een superschuldencentrale als ideale wapen tegen schuldoverlast?

Is het wetvoorstel dat de kredietcentrale wil uitbreiden met andere soorten schulden (energieschulden, huurschulden, telecomschulden,…) een goed idee? Hilde Linssen en Frederic Vanhauwaert van het Vlaams Netwerk tegen Armoede spreken zich hierover uit in het opiniestuk “Een superschuldencentrale als ideale wapen tegen schuldoverlast?”.