Home > E-Zine > Schuldbriefing nr. 43
Klein lettertype instellen Normaal lettertype instellen Groot lettertype instellen
 

Schuldbriefing nr. 43

Bedragen en tarieven 2015: negatieve inflatie heeft een aantal dalingen tot gevolg

Naast goede voornemens brengt het nieuwe jaar traditiegetrouw ook de indexatie van heel wat bedragen en tarieven met zich mee. Door de licht negatieve inflatie in 2014 (- 0,38 % in december 2014) zijn de verschillen met vorig jaar echter beperkt. Soms is er zelfs sprake van een daling van bedragen/tarieven. Enkele belangrijke nieuwe bedragen/tarieven voor schuldbemiddelaars zijn:

  • Bescherming tegen beslag en overdracht: in de “beslagschijven” voor het jaar 2015 (pdf, 234 KB) zakt enkel het bedrag 1.149 euro naar 1.148 euro. De bijkomende bescherming per kind ten laste (66 euro) blijft gehandhaafd (bron: Belgisch Staatsblad van 24 december 2014)
  • Inkomensgrenzen voor een “kind ten laste” (i.h.k.v. de bescherming tegen beslag en overdracht): vanaf 1 januari 2015 gelden volgende inkomstengrenzen (bron: Belgisch Staatsblad van 12 januari 2015):

-        3.031 euro indien de ouder samenwonend is (in 2014: 3028 euro);

-        4.377 euro indien de ouder alleenstaand is (in 2014: 4.373 euro);

-        5.550 euro indien het  kind het statuut van gehandicapte heeft (in 2014: 5.544 euro).

  • Tarief der akten verricht door de gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken (K.B. van 30.11.1976): de gerechtsdeurwaarderstarieven voor het jaar 2015 (pdf, 551 KB) wijzigen quasi niet: de tarieven blijven gelijk of dalen met één of maximaal een paar centen (bron: Belgisch Staatsblad van 24 december 2014).
  • Toepassingsgebied Wet Consumentenkrediet - uitzondering voor sommige kredietkaarten: het geïndexeerd basisbedrag van het drempelbedrag voorzien in artikel 3, §1, 3° van de Wet Consumentenkrediet (4,17 euro) bedraagt vanaf 1 januari 2015 4,44 euro (in 2014: 4,45 euro) (bron: Belgisch Staatsblad van 20 januari 2015).
  • Maximale prijs basis-bankdienst: de maximale prijs voor de basis-bankdienst wordt vastgesteld op 14,94 euro vanaf 1 januari 2015  (bron: Belgisch Staatsblad van 17 december 2014) (in 2014: 14,96 euro).
  • Inkomensvoorwaarde juridische tweedelijnsbijstand (“pro deo advocaat”) en rechtsbijstand: de inkomensgrenzen stijgen lichtjes vanaf 1 september 2014 (bron: Belgisch Staatsblad van 18 augustus 2014):

-        Alleenstaande: max. 944 euro (volledige kosteloosheid) of max. 1.213 euro (gedeeltelijke kosteloosheid).

-        Gehuwde/samenwonende/alleenstaande met persoon ten laste: max. 1.213 euro (volledige kosteloosheid) of max. 1.480 euro (gedeeltelijke kosteloosheid); telkens te vermeerderen met 163,47 euro per persoon ten laste.

Op de website van de Orde van Vlaamse Balies vind je een schematisch overzicht van deze inkomensgrenzen terug.

-        max. 23.302 euro voor alleenstaanden zonder personen ten laste;

-        max. 25.254 euro voor alleenstaande gehandicapten;

-        max. 34.951 euro in alle andere gevallen, plus 1.954 euro per persoon ten laste.


Rechtspraak spreekt zich uit over (enkele) twistpunten collectieve schuldenregeling: deel I

De wet collectieve schuldenregeling (art. 1675/2 en verder Gerechtelijk Wetboek), doorheen de jaren verschillende keren gewijzigd, geeft op heel wat punten aanleiding tot toepassingsproblemen. Het VCS bundelde de rechtspraak en andere informatie rond een aantal belangrijke twistpunten:

  • het lot van de gelden op de rubriekrekening in geval van herroeping (art. 1675/15, § 2/1 - Cassatie 5 januari 2015)
  • de veralgemening van de wachttermijn van 5 jaar na herroeping genunaceerd door Arbeidshof Antwerpen (art. 1675/2 Gerechtelijk Wetboek - Arbeidshof Antwerpen 26 maart 2014)
  • de niet-kwijtscheldbaarheid van penale boetes tijdens een collectieve schuldenregeling: bespreking en mogelijke vragen die zich stellen (art. 464/1, §8, vijfde lid Wetboek van Strafvordering)
  • de compensatie door de FOD Financiën (art. 334 Programmawet van 27 december 2004 - Cassatie 31 maart 2014).

Klik hierna om het e-zine "Rechtspraak spreekt zich uit over (enkele) twistpunten collectieve schuldenregeling (pdf, 307 KB)" te downloaden.


Rechtspraak spreekt zich uit over (enkele) twistpunten collectieve schuldenregeling: deel II

Eerder dit jaar verstuurden we reeds een e-flash met rechtspraak en andere informatie rond een aantal belangrijke twistpunten inzake de collectieve schuldenregeling. Klik hier om deze e-flash (opnieuw) te lezen.

Ondertussen hebben we opnieuw interessante informatie, rechtspraak en bijhorende bedenkingen rond een aantal discussiepunten inzake de collectieve schuldenregeling gebundeld in een nieuwe nota. In deze nota worden meer bepaald volgende items besproken:

  • Compensatie door de fiscus tijdens uitvoering aanzuiveringsregeling vereist dat een voorbehoud hiertoe expliciet opgenomen werd in de aanzuiveringsregeling
  • Kwijtschelding i.h.k.v. een minnelijke aanzuiveringsregeling is ook voor de borgstellers bevrijdend, tenzij er rechtsgeldig bezwaar werd aangetekend
  • Arbeidsrechtbanken Namen en Gent nuanceren de niet-kwijtscheldbaarheid van penale boetes maar Arbeidshof Luik is strikter
  • DAVO geniet ook van de niet-kwijtscheldbaarheid van onderhoudsgelden door de rechter
  • Veralgemening wachttermijn van 5 jaar na herroeping houdt stand voor het Grondwettelijk Hof
  • Bedenkingen bij de niet-kwijtscheldbaarheid van onderhoudsschulden (ook ten aanzien van DAVO) en van penale boeten
  • Schuldeiser van derde met hypotheek op goed van de verzoeker moet geen aangifte van schuldvordering indienen

Klik hier om deze nota "Rechtspraak spreekt zich uit over (enkele) twistpunten collectieve schuldenregeling (deel 2)" (pdf, 359 KB) te lezen en de besproken vonnissen en arresten te downloaden.

Hiernaast wijzen we jullie ook op de nieuwe Insolventieverordening (EU) 2015/848 van 20 mei 2015, die de vroegere Insolventieverordening (EG) nr. 1346/2000 vervangt. Deze nieuwe Insolventieverordening geeft meer duidelijkheid over de vraag wanneer een Belgische rechter bevoegd is om een collectieve schuldenregeling op te starten in situaties met een grensoverschrijdende dimensie (bv. een Nederlander woont in België maar werkt in Nederland). Klik hier om de nota “Nieuwe insolventieverordening verduidelijkt het begrip “centrum van voornaamste belangen” (pdf, 291 KB) te downloaden.


In welke mate is vakantiegeld beschermd tegen beslag en overdracht?

De maanden mei en juni naderen stilaan. In die periode worden heel wat schuldbemiddelaars geconfronteerd met vakantiegeld waarop beslag gelegd wordt of dat het voorwerp uitmaakt van een overdracht. Kan dit zomaar? Is het vakantiegeld dan niet beschermd tegen beslag en overdracht, net zoals het geval is bij loon en uitkeringen? Het “vakantiegeld betaald krachtens de wetgeving op de jaarlijkse vakantie” staat wel degelijk vermeld in art. 1409, §1 Gerechtelijk Wetboek, dat de bescherming van lonen reglementeert (systeem van “beslagschijven”). Anderzijds is er echter ook het principe dat alle inkomsten die in één maand uitbetaald worden, opgeteld moeten worden vooraleer het beslagbaar gedeelte te berekenen. Niettemin: het recht op (dubbel) vakantiegeld wordt gedurende een heel jaar opgebouwd, is het dan niet oneerlijk om dit (dubbel) vakantiegeld slechts aan één maand toe te wijzen wanneer de beslagschijven toegepast worden? Voor de opzeggingsvergoeding oordeelde het Hof van Cassatie in elk geval reeds dat deze niet opgeteld mag worden bij het loon van de maand van uitbetaling, maar wel proportioneel in maandschijven opgedeeld moet worden (Cass. 3 mei 1982, RW 1983-84, 183). Over de vraag of een dergelijke proportionele toewijzing ook toegepast kan worden op het (dubbel) vakantiegeld, is er onenigheid.

Het Arbeidshof te Gent heeft zich hierover uitgesproken in een interessant arrest dat recentelijk werd gepubliceerd in het Rechtskundig Weekblad (Arbh. Gent 9 maart 2012, RW 2014-15 nr. 27, 1078). Het betrof een bediende die van 1 januari 2006 tot 31 december 2006 gewerkt had maar op het einde van dit arbeidscontract geen vertrekvakantiegeld uitbetaald kreeg omdat hierop beslag gelegd was. In eerste aanleg had de arbeidsrechtbank geoordeeld dat het vakantiegeld ten onrechte ingehouden was. Volgens de eerste rechter moet het voor beslag vatbare gedeelte van het vakantiegeld immers, naar analogie met de regel die geldt bij beslag op opzeggingsvergoedingen, omgeslagen worden over het aantal maanden waarop het betrekking heeft.

Het arbeidshof volgt deze redenering niet. Voor wat betreft het enkel vakantiegeld oordeelt het arbeidshof het volgende: “Het is dus passend dat de werkgever die het enkel vakantiegeld moet betalen als onderdeel van de vakantievergoeding, het niet-beslagbaar gedeelte ervan bepaalt met toepassing van de schijven vermeld in artikel 1409, §1 Ger.W., zonder dit enkel vakantiegeld met enig ander loonelement samen te voegen”. Ook al betrof het een situatie waarin het enkel vakantiegeld werd uitbetaald samen met andere loonelementen (in het kader van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst), toch moet dit enkel vakantiegeld voor de berekening van het beslagbaar gedeelte dus apart behandeld worden. Het arbeidshof voegt hieraan toe dat het dubbel vakantiegeld bij dit enkel vakantiegeld opgeteld moet worden voor de toepassing van de beslagschijven: “Het arbeidshof ziet wel geen enkel motief waarom voor het dubbel vakantiegeld niet de algemene regel zou moeten worden toegepast: het wordt dus gewoon bij de andere loonvoordelen gevoegd om de grenzen van de beslagbaarheid te bepalen. In casu moet het echter niet bij het loon doch bij het andere deel van de vakantievergoeding worden gevoegd. Volgens de vakantiewetgeving gebeurt er maar één betaling van één (netto)bedrag, zonder onderscheid te maken tussen enkel en dubbel vakantiegeld. Splitsen zou de zaken nodeloos compliceren. Bovendien bekomt men dan een volledige gelijkheid met het geval waarin de werknemer nog in dienst zou zijn gebleven”.

Conclusie: het dubbel vakantiegeld komt er bekaaid vanaf: dit moet sowieso bij het enkel vakantiegeld opgeteld worden voor de berekening van de beslagschijven. Hierdoor is het dubbel vakantiegeld de facto vaak volledig of voor een groot deel beslagbaar. Het enkel vakantiegeld is echter steeds beschermd door de beslagschijven, ongeacht of dit uitbetaald wordt tijdens de vakantiemaand dan wel naar aanleiding van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst (vervroegd vakantiegeld).

Download hier het integrale arrest van het Arbeidshof te Gent van 9 maart 2012 (pdf, 432 KB).


Klacht bij de nieuwe Consumentenombudsdienst schorst de verjaring en de invorderingsprocedures

Een nieuwe “Consumentenombudsdienst”, waarvan de werking geregeld wordt door het Wetboek Economisch Recht, is sinds 1 juni 2015 operationeel. Consumenten kunnen bij deze Consumentenombudsdienst terecht met klachten over om het even welk product of welke dienst. Het moet wel een klacht tegen een onderneming of handelaar betreffen: de Consumentenombudsdienst bemiddelt niet voor klachten van particulieren tegen particulieren. Vooraleer bij de Consumentenombudsdienst aan te kloppen, moet de consument de klacht eerst bij de betrokken onderneming zelf aankaarten. Lees meer... (pdf, 328 KB)


Bij wie kan je waarvoor terecht na de reorganisatie van de innings- en invorderingsdiensten van de FOD Financiën?

De Algemene administratie van de Inning en de Invordering van de FOD Financiën slaat sinds vorig jaar systematisch de weg in van herstructurering. Rode draad in deze herstructurering is enerzijds de opsplitsing van de taken “inning” (betalingen en terugbetalingen) en “invordering” (recuperatie van niet-betaalde belastingschulden) en anderzijds de fusie van de invordering van de directe belastingen en de BTW. In de toekomst wordt ook de niet-fiscale invordering hierbij gevoegd waardoor je alle schulden die jouw cliënt heeft bij de FOD Financiën bij één dienst zal kunnen opvragen, maar zover is het vandaag nog niet.

Hieronder volgen enkele belangrijke hervormingen die wel reeds doorgevoerd werden:

  • Met ingang van 1 januari 2014 werden de Gewestelijke directies Invordering vervangen door 15 Regionale Invorderingscentra die belast zijn met de inning en de invordering van alle fiscale schulden (zowel directe belastingen als BTW). Elk Regionaal Invorderingscentrum wordt geleid door een “Adviseur-generaal - Gewestelijk Directeur” die voortaan beslist over aanvragen tot het verlenen van een vrijstelling van nalatigheidsinteresten of van een onbeperkt uitstel van de invordering (van zowel directe belastingen als BTW).
  • Met ingang van 1 juli 2015 namen invorderingsteams binnen de Regionale Invorderingscentra de invorderingstaken over van de ontvangkantoren der directe belastingen en van de BTW-ontvangkantoren. Eénzelfde invorderingsteam heeft vaak de bevoegdheid voor de invordering van aanslagen die zijn gevestigd bij meerdere ontvangkantoren. Er zijn afzonderlijke Teams Invordering Natuurlijke personen en Teams Invordering Rechtspersonen per Regionaal Invorderingscentrum. Aanvragen van betalingsfaciliteiten voor jouw cliënten kan je voortaan bij deze invorderingsteams indienen.
  • Vanaf 1 juli 2015 zijn de cellen “collectieve procedures” (afgekort: CCP’s) bevoegd voor alle taken inzake de collectieve insolventieprocedures (zowel faillissement, gerechtelijke reorganisatie, vereffening als collectieve schuldenregeling) en dit voor alle sectoren (directe belastingen, BTW, penale boeten, DAVO-vorderingen en andere niet-fiscale schulden). De invorderingsteams (= de vroegere ontvangkantoren, zie hierboven) zullen bijgevolg geen enkele aangifte van schuldvordering in de procedure van collectieve schuldenregeling meer indienen en ook niet meer instaan voor de opvolging van zo’n procedure. Dit zal voortaan uitsluitend gebeuren door de cel collectieve procedures van het ambtsgebied waar de schuldenaar zijn woonplaats heeft op de dag van de beslissing die uitspraak doet over de opening van de collectieve procedure (bv. beschikking van toelaatbaarheid tot de procedure collectieve schuldenregeling). Niettegenstaande deze bevoegdheidsoverdracht in voege trad op 1 juli 2015 en dus toepassing vindt op de CSR procedures die vanaf die dag zijn opgestart, wordt het CCP ook meteen bevoegd voor de collectieve schuldenregelingen waarvoor er op 1 juli 2015 nog geen eerste voorstel tot minnelijke aanzuiveringsregeling ontvangen werd door de FOD Financiën.
  • De Regionale Invorderingscentra beschikken ook over “kantoren niet-fiscale invordering” (tot 1 mei 2014 nog “ontvangkantoren der domeinen en/of penale boeten” genaamd) die bevoegd zijn voor de inning en invordering van niet-fiscale schuldvorderingen (bv. penale boete of DAVO-schuld). Vanaf 1 juli 2015 wordt de invordering binnen deze kantoren niet-fiscale invordering versterkt, mede door een nieuwe organisatie. Deze kantoren hebben al veel aanmaningen voor niet-fiscale vorderingen (onder andere de penale boeten) verstuurd en de invordering hiervan wordt systematisch opgestart. Belangrijk om aan te stippen is dat, voor wat betreft penale boetes, de bevoegdheid van het kantoor niet-fiscale invordering bepaald wordt op basis van de ligging van de rechterlijke instantie die de veroordeling heeft uitgesproken (en dus ongeacht de woonplaats van de schuldenaar). Deze kantoren niet-fiscale invordering fungeren op heden dus nog los van de polyvalente invorderingsteams maar het is de bedoeling om vanaf 1 januari 2017 ook de niet-fiscale invordering in de polyvalente invorderingsteams te integreren.

Omtrent deze herstructurering verscheen in het Belgisch Staatsblad van 1 juli 2015 het Besluit van de Voorzitter van het Directiecomité van 22 juni 2015 “houdende oprichting van nieuwe diensten binnen de Algemene Administratie van de Inning en de Invordering en organisatie van de operationele diensten van deze Algemene Administratie” (pdf, 295 KB).

Wij vroegen aan Geert Callaert, Fiscaal Bemiddelaar bij de Federale Overheidsdienst Financiën en docent van het VCS, meer toelichting over de gevolgen van deze reorganisatie voor de praktijk van de budget- en schuldhulpverleners. Download hier de nota (pdf, 655 KB) met zijn toelichting (o.m. contactgegevens van regionale invorderingscentra en van cellen “collectieve procedures”).


Afnamerekening moet kosteloos blijven!

Het VCS ontving van verschillende erkende instellingen voor schuldbemiddeling het signaal dat Belfius de tarieven van de socialebijstandsrekening en van de afnamerekening in 2016 wil verhogen. Concreet wil Belfius de prijs van een socialebijstandsrekening verdubbelen (25 euro per jaar i.p.v. 12 euro per jaar) en de afnamerekening, die tot op heden gratis is, betalend maken voor de houder (2,35 euro per maand). Het VCS, Welzijnszorg, het Netwerk Tegen Armoede en SOM (de federatie van sociale ondernemingen - sector CAW) gaan niet akkoord met deze aangepaste tarifering. De meest kwetsbaren in onze samenleving -die de voorbije periode reeds onevenredig hoog getroffen werden door de verhoging van diverse belastingen, retributies, tarieven en/of prijzen- hebben immers vaak baat bij een afnamerekening. Voor hen is 2,35 euro per maand veel geld terwijl zij nu al heel veel moeite hebben om elke maand de eindjes aan elkaar te knopen. OCMW’s en CAW’s kunnen overigens geen afnamerekeningen afsluiten bij andere banken (die desgevallend goedkoper zouden zijn) omdat Belfius de enige bank is die dit soort financiële producten aanbiedt. Om deze redenen schreven deze organisaties Belfius (pdf, 273 KB) aan met de vraag om de beslissing om de afnamerekening betalend te maken te herzien. Wij hopen dat Belfius hierop ingaat en houden jullie op de hoogte van het antwoord dat wij zullen ontvangen.