Klein lettertype instellen Normaal lettertype instellen Groot lettertype instellen
 

Nieuws

Stijging collectieve schuldenregeling hand in hand met stijging wanbetaling kredieten


De Kredietcentrale van de Nationale Bank van België publiceerde op 7 april statistieken over het aantal kredietcontracten en wanbetalingen die in de Centrale geregistreerd zijn. Ook het aantal geregistreerde dossiers collectieve schuldenregeling werd vrijgegeven. Lees hier de statistieken.

Enkele opvallende cijfers illustreren dat de impact van de financieel-economische crisis meer en meer zichtbaar wordt:

  • Totale aantal wanbetalingen in de maand maart 2010: 516 898
     
  • Totale aantal wanbetalers in de maand maart 2010: 359 972
     
  • Aantal nieuwe wanbetalingen in de maand maart 2010: 10 370
     
  • Recordtoename van problemen met kredietopeningen en hypothecaire kredieten: er werden maar liefst 1 259 nieuwe wanbetalingen voor hypothecaire kredieten opgetekend in de maand maart 2010 alsook 4 494 nieuwe wanbetalingen voor kredietopeningen.
     
  • Recordstijging aantal toegelaten collectieve schuldenregelingen: in de maand maart 2010 werden maar liefst 1 673 nieuwe dossiers toegelaten, wat de teller in totaal op 80 287 brengt.

Het Vlaams Centrum Schuldbemiddeling (VCS), steunpunt van de erkende instellingen voor schuldbemiddeling binnen de OCMW’s en CAW’s in Vlaanderen, trekt aan de alarmbel. Uit deze recente cijfers blijkt nogmaals dat problemen met de afbetaling van kredieten hand in hand gaan met de mate waarin de wanbetalers beroep doen op de procedure van collectieve schuldenregeling. Het VCS wijst op de noodzaak aan meer controles op de toepassing van de regelgeving die consumenten beschermt zoals de Wet op het Consumentenkrediet. Inbreuken moeten strenger bestraft worden.

Het VCS heeft samen met schuldbemiddelaars een uitgebreid dossier opgemaakt onder de titel 10 jaar collectieve schuldenregeling. Visie, ervaringen en aanbevelingen van de erkende instellingen voor schuldbemiddeling in Vlaanderen. De erkende instellingen voor schuldbemiddeling in Vlaanderen (OCMW’s en CAW’s) zijn van in het begin betrokken bij de toepassing van deze wet. Ondertussen hebben zij hierover heel wat expertise verworven: ze werden zelf aangesteld als schuldbemiddelaar of ondersteunden een externe schuldbemiddelaar (meestal een advocaat). Op basis van deze jarenlange ervaring, de knelpunten die zij hierbij vaststelden en hun multidisciplinaire expertise, bundelden zij in het dossier hun visie op de procedure collectieve schuldenregeling met telkens ook concrete aanbevelingen:

  • De beschikbaarheid en bereikbaarheid van de informatie over de verschillende mogelijke oplossingen voor personen in schulden moet verhoogd worden, zowel naar particulieren als naar professionals toe. De informatieverschaffing moet, zowel op het vlak van taalgebruik als op het vlak van wijze van informatieverschaffing, afgestemd worden op de verschillende doelgroepen.
     
  • Personen die een collectieve schuldenregeling opstarten en/of toegelaten worden tot de collectieve schuldenregeling, moeten beter geïnformeerd worden over hun rechten en hun plichten.
     
  • Er is nood aan een aantal nieuwe alternatieven voor de collectieve schuldenregeling, o.m. een omkering van de gemeenrechtelijke regeling inzake de toerekening van betalingen. Betalingen moeten eerst aangerekend worden op de hoofdsom teneinde de eindeloze schuldenspiraal van kosten en interesten te doorbreken.
     
  • Verschillende pistes die het probleem van het tekort aan leefgeld willen aanpakken, moeten onderzocht worden:
     
    • het invoeren van de verplichting om een reserve aan te leggen voor onverwachte uitgaven van de schuldenaar (verplichte rubriek in het ontwerp van minnelijke aanzuiveringsregeling)
       
    • het verplichte gebruik van een modelovereenkomst waarin een aantal heel concrete afspraken tussen schuldbemiddelaar en schuldenaar opgenomen worden (o.a. wie staat in voor welke betalingen, welke uitgaven moeten door de schuldenaar zelf betaald worden met het leefgeld, bij wie kan de schuldenaar terecht in geval van verlof of afwezigheid van de schuldbemiddelaar…
       
  • De verschillende pistes om de problemen van gebrekkige informatie en betrokkenheid van de schuldenaar aan te pakken, moeten onderzocht worden:
     
    • de inschrijving in de wet van een informatieplicht door de schuldbemiddelaar, (analoog aan hetgeen voorzien is bij voorlopig bewind).
       
    • de inschrijving in de wet van de verplichting dat het jaarverslag voldoende informatie moet bevatten (overzicht van de financiële verrichtingen op de rubriekrekening, van de reeds betaalde en de nog openstaande schulden,...) en dat dit ook aan de schuldenaar verstuurd moet worden.
       
    • de inschrijving in de wet van het recht op inzage in de rubriekrekening in hoofde van de schuldenaar (via een recht op kopieën van de rekeninguittreksels).
       
  • Er is nood aan een efficiënte en snelle procedure voor de beslechting van geschillen tussen schuldenaar en schuldbemiddelaar (bv. over het leefgeld of de gebrekkige communicatie). Er is ook nood aan een meer efficiënte tuchtprocedure voor schuldbemiddelaars die hun opdracht niet naar behoren uitvoeren. Er moet onderzoek gedaan worden in welke mate een beter toezicht op de werkzaamheden van de schuldbemiddelaar ingevoerd kan worden. Het arbeidsauditoraat zou in dit verband een actieve rol kunnen opnemen.
     
  • Het recht op bijstand van een vertrouwenspersoon -die ook een medewerker van een erkende instelling voor schuldbemiddeling kan zijn- moet ingeschreven worden in de wet op de collectieve schuldenregeling (analoog aan hetgeen voorzien is bij het voorlopig bewind). De mogelijkheid om een vertrouwenspersoon aan te duiden moet als verplichte vermelding opgenomen worden in het inleidend verzoekschrift. Deze vertrouwenspersoon moet op verschillende sleutelmomenten betrokken worden bij de procedure (bv. als de zaak op zitting komt, als het ontwerp van minnelijke aanzuiveringsregeling verzonden wordt,...) en moet recht hebben op inzage in het dossier ter griffie.
     
  • De schuldbemiddelaar moet een gepaste vorming gevolgd hebben, ook op sociaal-agogisch vlak. Er moet per gerechtelijk arrondissement een publiek raadpleegbare lijst opgemaakt worden met de schuldbemiddelaars die aangesteld kunnen worden. Het (goede) functioneren van de schuldbemiddelaar moet actief opgevolgd en geëvalueerd worden en -indien nodig- moeten er efficiënte tuchtmaatregelen genomen worden. Een schorsing en schrapping van de lijst van schuldbemiddelaars moet als sanctie mogelijk zijn.
     
  • Met het oog op een duurzame re-integratie en om herval in schulden te vermijden,is het essentieel dat de collectieve schuldenregeling empowerend werkt (bv. via groepswerking, via specifieke cursussen, via weerbaarheidstraining,...). Indien nodig moet er voldoende en kosteloze nazorg voorhanden zijn. Er moet geïnvesteerd worden in onderzoek naar hoe herval het best vermeden kan worden en actoren zoals de centra voor basiseducatie moeten hier nauw bij betrokken worden.

Meer informatie: