Kalender

    Klein lettertype instellen Normaal lettertype instellen Groot lettertype instellen
     

    Nieuws

    Welke media gebruiken jongeren en welke impact heeft hun socio-economische status hierop?


    Financiële educatie van jongeren is één van de thema’s waarop het Vlaams Centrum Schuldenlast (VCS) in het kader van zijn schuldpreventieopdracht sterk wil inzetten. Een belangrijk onderdeel van deze financiële educatie is het verhogen van de reclamewijsheid van jongeren opdat zij goed leren omgaan met reclames en opgroeien tot goed geïnformeerde, kritische consumenten die bewuste keuzes maken. In het kader van deze doelstelling werkt het VCS als stakeholder mee aan het vierjarig interdisciplinair onderzoeksproject “AdLit” (Advertising Literacy) rond reclamewijsheid bij kinderen en jongeren. Adlit heeft net een eerste onderzoeksrapport rond het bezit en gebruik van media bij de Vlaamse jeugd vrijgegeven. Dit rapport bestaat uit twee delen:

    • Het eerste, algemene deel (pdf, 1.62 MB) behandelt het mediabezit en -gebruik van kinderen en jongeren anno 2014, om zo een beeld te schetsen van deze jonge mediaconsumenten. De belangrijkste conclusies uit dit rapport zijn eerst en vooral dat traditionele media, met uitzondering van televisie, duidelijk moeten onderdoen voor digitale media. Zo zijn radio, kranten en tijdschriften, op vlak van gebruik, beduidend minder populair bij minderjarigen. Verder stellen de onderzoekers vast dat mediagebruik bij minderjarigen leeftijdsgebonden is. Bij kinderen speelt vooral de televisie een grote rol. Bij de jongeren zien we dat de smartphone en het internet, en vooral de sociale media, meer aan belang winnen. Deze niet onbelangrijke verschillen in mediagebruik moeten dus zeker in rekening worden gebracht wanneer reclamewijsheid onderzocht en verhoogd wordt.
    • In het tweede deel (pdf, 1.09 MB) wordt vervolgens dieper ingegaan op de rol van de socio-economische status (SES) in het mediabezit en -gebruik van minderjarigen. De voornaamste bevinding van dit rapport is dat onderzoek naar het mediabezit en -gebruik bij kinderen en jongeren zich niet louter mag toespitsen op de factor leeftijd. Dit suggereert immers onterecht gelijklopende bezits- en gebruikerspatronen binnen de respectievelijke leeftijdsgroepen. De SES van de gezinnen waartoe de kinderen en jongeren behoren, blijkt namelijk een invloed te hebben op welke media ze bezitten en hoe vaak en op welke wijze ze deze gebruiken. Zo vertonen families met een lagere SES gemiddeld lagere bezits- en gebruikscijfers voor kranten, tijdschriften en radiotoestellen. Voor het medium televisie bezitten ze er dan weer gemiddeld meer en maken ze er frequenter en langduriger gebruik van. Ook het gebruik van de mobiele telefoon bij lage SES-kinderen ligt hoger dan dat van hun meer begoede leeftijdgenoten. Op het vlak van de computer en het internet lopen lage SES-families achter op hogere SES-families. Ten eerste is er de kwestie van de beperktere toegang. Zo hebben ze minder toestellen ter beschikking, en is de kwaliteit van de apparatuur en verbinding vaker van een lager niveau. Bovendien lopen lage SES-kinderen een grotere kans om hun internetgebruik beperkt te zien worden, omdat hun ouder(s) vaak weinig vertrouwen hebben in zowel het medium op zich als de vaardigheden om er mee om te gaan. De digitale kloof van de eerste graad is met andere woorden nog steeds manifest aanwezig. Ten tweede beschikken lagere SES-families over minder sterk ontplooide internetvaardigheden en -kennis. De internetactiviteiten die lage SES-gebruikers vertonen, worden immers gekenmerkt door een lagere variatie en beperktere functionaliteit. Wat ze online doen, lijkt hen minder kansen te bieden op het vlak van (politiek) burgerschap en een volwaardige deelneming aan de samenleving. De digitale kloof van de tweede graad bevestigt en versterkt dus de kwetsbare positie van lagere SES-families.

    Meer informatie over het AdLit onderzoeksproject rond reclamewijsheid vind je hier terug. Eventuele vragen of suggesties in dit verband kan je overmaken aan .